'Druistig, dat ben ik weleens met spelen'

Hoe zien we onszelf, en wat denken anderen? Deze week acteur Gijs Scholten van Aschat (45). Vanaf 8 februari staat hij in de komedie De Methode Ribadier van het Nationaal Toneel....

Twee druppels water.

'Ik vind hem wel goed. Een hart in woorden. Ik vind het leuk om met woorden, met taal, bezig te zijn. Om te zoeken naar de kracht ervan. Ook op toneel.'

U komt net uit de repetitie van een klucht.

'Ja, van de Fransman Georges Feydeau. Een boulevardstuk van meer dan honderd jaar geleden over overspel.'

Toch kijkt u meer alsof u net een lange en intensieve sterfscène achter de rug heeft.

'Komedie spelen heeft ontzettend met energie te maken. De situatie overvalt je steeds weer, je moet heel alert zijn. Een tragedie heeft iets organisch, een duidelijk ritme. Hier moet je al behoorlijk opgedraaid binnenkomen.'

De vraag blijft wel: wat doet Hamlet in een klucht?

'Ik heb in mijn leven al in veel komedies gestaan, hoewel deze wel extreem deur-in-deur-uit is. Dit soort stukken is natuurlijk lange tijd not done geweest op het Serieuze Toneel. Wij proberen er nu weer een draai aan te geven. Dat is het experiment.'

Laten we beginnen: hoe zien collega's u?

'Als iemand die inspireert, vrolijk is, humoristisch. Die overtuigd is van zijn eigen kunnen en soms een beetje druistig.'

Druistig?

'Ja, dat zei Hiddink toch over Edgar Davids. Als je in je enthousiasme over andermans grenzen gaat: druistig. Dat ben ik weleens, met spelen. Maar steeds minder, hoor.'

Wat waarderen vrienden in u?

'Eigenzinnigheid, betrouwbaarheid - je kunt wel van me op aan. En ik ben best streng voor mezelf.'

Streng waarin precies?

'In de zin dat ik hoge eisen stel aan mezelf. En dat heeft ook zijn weerslag op hoe ik me voel en hoe ik in mijn omgeving sta. Ambitieus ja, een harde werker. Daar hou ik ook van. Vroeger had het zelfs iets dwangmatigs. De angst om niet te kunnen aanhaken. Als er een serie kwam, dacht ik: waarom vragen ze mij niet? Nu denk ik: Ik hoop dat ze mij niet vragen.'

Gaat dat dan wel de goede kant op?

'Ik zie me mezelf in de toekomst meer op het gehéél van een voorstelling richten en minder op mijn eigen rolletje daarin. Dat begint met het schrijven of bewerken van een stuk. Maar misschien wil ik straks ook wel een gezelschap leiden. Jonge mensen stimuleren en de liefde voor Shakepeare bijbrengen. Die ligt me na aan het hart.'

Kijken jonge acteurs tegen u op?

'Ik heb een zeker positie. Ja, dat ik denk wel. Het is mij goed vergaan, zoals het veel acteurs van mijn generatie goed is vergaan.'

Was u zelf een acteurtje in de dop?

'Ik dook als kleuter wel vaak in de verkleedkist. Goochelen met vriendjes en vriendinnetjes; circusje spelen. Toen ik naar de toneelschool in Maastricht wilde, zeiden mijn ouders: ” Prima, de moeite van het onderzoeken waard. Maar blijf er niet in steken als het niet lukt.”'

Is er ooit zo'n twijfelmoment geweest?

'Nee, eigenlijk niet. En na mijn eerste hoofdrol, in Romeo en Julia, was het voor mij helemaal bezegeld. Toen was er geen weg terug meer.'

Het was natuurlijk ook een vruchtbaar cluppie, daar in Maastricht. Dat heeft later nog mooie dingen opgeleverd als Pleidooi, Oud geld, Cloaca

'Het was een heel hechte en geëngageerde groep ” denkende acteurs”: we vonden het leuk om dingen samen uit te spitten. Die mazzel heb ik zeker gehad. Maar we hebben natuurlijk ook allemaal onze eigen dingen gedaan.'

Hoe is de acteur thuis?

'Zoals nu, in de tijd naar de try-outs toe, ben ik wel erg gefocust. Vroeger probeerde ik het dan thuis óók nog iedereen naar de zin te maken, wat natuurlijk niet lukte. Want je bent er wel en je bent er ook níet, geestelijk.

Nu ga ik in zo'n periode maar in een hotelletje zitten.

Dat is voor iedereen het beste.'

Hoe zou u het liefst overkomen op anderen?

'Als een vriendelijke, inspirerende man, met gevoel voor humor. Is dat wat?'

Meer over