Recensiedrie zusters

Drie zusters van Toneelschuur Producties is soms bloedirritant ★★★☆☆

De opvatting van regisseur Eline Arbo mist nuance. Ze ramt de feministische boodschap erin.

Scène uit Drie zusters door Toneelschuur Producties in regie van Eline Arbo.

Naar Moskou! Naar Moskou! Ze roepen het heel vaak, de drie zusters, als een mantra bijna, een mateloos verlangen naar het beloofde land. Maar we weten ook dat ze er nooit zullen komen, zeker in de voorstelling die Eline Arbo nu bij Toneelschuur Producties van het beroemde toneelstuk Drie zusters (1901) van Anton Tsjechov heeft gemaakt. Aan het eind daarvan is het dan toch ook tot de zusjes zelf doorgedrongen: in Moskou moet je als vrouw vandaag de dag zeker niet zijn. Nee: Reykjavik is the place to be, want die stad staat op nummer 1 op de lijst van steden waar vrouwen het gelukkigst zijn! Inderdaad, zo radicaal heeft Arbo het stuk bewerkt: het vierde en laatste bedrijf speelt zich af in 2020.

Dat is gedurfd, zeker omdat Tsjechovs stukken wat structuur en psychologische karaktertekening betreft zo goed in elkaar zitten dat daaraan wrikken altijd een hachelijke zaak is. Maar voor een betrekkelijk jonge theatermaker als Eline Arbo (35) is dat ook een uitdaging, en wat je van deze voorstelling ook kunt zeggen: theatraal is hij zeker. En superexpressief, af en toe knotsgek, en soms ook bloedirritant.

Drie zusters begint vrij normaal: het eerste bedrijf speelt zich traditioneel af in 1901, waarin de zusjes in klederdracht rondlopen – een soort mix van The Handmaid’s Tale en Kniertje. Maar de meiden zijn van meet af aan opgefokt en boos, wat zich manifesteert in schreeuwerig, soms zelfs hysterisch toneelspel. Nee, Olga (Keja Klaasje Kwestro), Masja (Sarah Janneh) en Irina (Diewertje Dir) zijn niet gelukkig, en ook niet van plan daar iets aan te doen. Terwijl bij Tsjechov zij oprecht beklagenswaardig zijn, maar ook gelaagd in hun streven naar een beter leven, strijden de drie actrices in de 2020-versie om de vraag wie het irritantst is.

Met de komst van een aantal knappe militairen in het garnizoensstadje moet het gemoed wat worden opgekrikt, maar bij Arbo zijn die mannen slapjanussen en praalhanzen, net als broer Andrej, die ook al een flinke klap van de molen heeft. Overigens worden die kereltjes grappig gespeeld door Benjamin Moen, Matthijs IJgosse en vooral Sander Plukaard als Andrej. Maar hier openbaart zich meteen de kern van Arbo’s opvatting: de mannen zijn wufte watjes, de vrouwen chagrijnige loeders. Omdat dat de hele voorstelling zo blijft, ga je steeds meer de nuance missen, en erger nog: je wordt als toeschouwer niet meer verrast.

Scène uit Drie zusters door Toneelschuur Producties in regie van Eline Arbo.Beeld Sanne Peper

Het tweede bedrijf speelt zich af in 1965, en wordt ingeleid door het gezamenlijk zingen van We Gotta Get out of This Place van The Animals. Kleding, vormgeving en sfeer veranderen, maar niet de speelstijl of personages. En zo zal het blijven, ook in het derde bedrijf (1988, ingeleid door Running Up That Hill van Kate Bush) en 2020. Al die tijd wordt Tsjechovs origineel in hoofdlijnen gevolgd - we zien dus de pogingen tot liefde, de brand in het ouderlijk huis, de dood van een jonge baron, de daaropvolgende desillusie – maar in de tekst klinken steeds vaker termen door als vrouwenkiesrecht, gelijke kansen, anticonceptie, glazen plafond.

Arbo heeft met deze voorstelling allereerst een feministisch statement willen maken. In haar terecht bejubelde productie Weg met Eddy Bellegueule naar het boek van Édouard Louis trok ze zich het lot aan van de homoseksuele jongen uit een kansarm gezin die zich een weg naar de vrijheid moet vechten. Het leidde tot fantastisch en nergens belerend theater. Hier ramt ze echter de boodschap erin: zeker als aan het eind schoonzus Natasja het woord neemt en in een saaie monoloog allerlei feiten opsomt. Bijvoorbeeld dus dat Reykjavik de beste stad voor vrouwen is, en dat in Nederland maar 47 procent van de vrouwen in staat is in eigen onderhoud te voorzien. Pardon, zijn we terug bij het vormingstheater van de jaren tachtig? Die associatie kreeg ik overigens ook tijdens de scène waarin de smachtende verliefdheid van Masja en de luitenant wordt verbeeld: hij laat zijn broek zakken en sjort machteloos aan zijn piemel terwijl hij haar borst masseert.

Tussen 1901 en 2020 is er voor vrouwen in wezen weinig veranderd, dat wil Arbo ons zeggen. Daarom is het nogal ontluisterend dat het enige personage voor wie je iets van ontroering of mededogen voelt broer Andrej is. Bijvoorbeeld als hij in de nacht van de brand eindelijk de hysterie probeert te beteugelen, en vooral in de hartverscheurende monoloog bij de urn met de as van zijn vader.

Dat Arbo, geëngageerd als zij met de minderbedeelden is, een belangrijk element in Drie zusters volledig negeert - namelijk de ongelijkheid tussen de zusters en hun personeel, tussen de rijken en de armen, tussen upstairs en downstairs - is haar goed recht. Maar het voelt als een gemiste kans, want het had haar voorstelling evenwichtiger gemaakt.

Russisch en Noors

De toneelstukken van Anton Tsjechov zijn dit seizoen populair bij jonge theatermakers. Naast Eline Arbo koos ook Liliane Brakema een stuk van Tsjechov voor haar grotezaalproductie bij het Noord Nederlands Toneel. Oom Wanja werd in haar regie een even interessante als onevenwichtige combinatie van theatraal uitpakken en uitglijden. Arbo zelf werkt afwisselend in Nederland en Noorwegen, waar ze is geboren. Komende jaren regisseert ze eerst bij Internationaal Theater Amsterdam en is daarna verbonden aan Het Nationale Theater in Den Haag. In Nederland zijn meer jonge Noorse regisseurs actief, waaronder de succesvolle Maren E. Bjørseth, Victoria Meirik en Espen Hjort.

Drie Zusters

Theater

★★★☆☆

Van Anton Tsjechov door Toneelschuur Producties. Bewerking en regie Eline Arbo.

21/11, Toneelschuur Haarlem. Aldaar t/m 23/1. Van 15/12 t/m 20/12 in Theater Bellevue, Amsterdam.

Meer over