Bijspijkercursuspoldermodel

Drie leestips over dat o zo unieke poldermodel en ‘vage kletspraat over onze volksaard’

Er zijn van die onderwerpen waarvan je nauwelijks durft te zeggen dat je niet echt weet hoe het zit. Wat het poldermodel nou eigenlijk is, bijvoorbeeld. Daarom deze zomer een bijspijkercursus, inclusief drie boeken om verder te lezen.

null Beeld Studio V
Beeld Studio V

Het verhaal wil dat Hans Weijers, tussen 1994 en 1998 minister van Economische Zaken in het eerste kabinet-Kok, zich nog verzet heeft tegen het begrip poldermodel toen het internationale furore begon te maken. Te Hollands, te knus, te weinig kosmopolitische allure. Men stelt zich de baron voor die aanklopt bij de eenvoudige woonstee van zijn pachter: ‘Zeg, beste man, het water stijgt, weldra staat het tot aan onze voeten. Ik had gedacht dat we samen een dam moeten opwerpen, jij begint ginds, ik hier en halverwege komen we elkaar tegen.’

Poldermodel is een eeuwenoud begrip dat volgens sommigen zijn oorsprong vindt in de klassieke strijd tegen het water. Het land moest bemaald worden, er moesten dijken komen tegen het gevaar van overstroming. Het was in ieders belang, van de rentenierende baron en de pachtende boer. Ziedaar de essentie van het poldermodel: al zijn onze stands- en klasseverschillen nog zo groot, uiteindelijk zitten we in dezelfde boot. Anders dan het strijdlied bezingt het poldermodel de eendracht. Samen staan we sterk.

Wat maakt dit land, dit volk groots? Dat we de uitvinders zijn van het totaalvoetbal, dat we supertolerant zijn en dat we het poldermodel hebben, een cultuur van economische samenwerking en overleg. Of het verwaande inbeelding is, moet worden bezien, maar het poldermodel is wereldberoemd: modèle du polder, Poldermodell. Het verzet tegen de term van minister Weijers – waarom niet gekozen voor het viriele begrip deltamodel, vroeg hij zich af – kwam te laat. Tot in Japan spraken ze, met achting, over het poldermodel.

Vroeger spraken we van pacificatie. Dat kwam door professor Arend Lijphart, een Nederlands-Amerikaanse politicoloog die doceerde aan Berkeley in Californië. Alle studenten in de politicologie van de jaren zeventig bestudeerden zijn nog altijd lezenswaardige Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek. Hoe was het mogelijk dat het verzuilde, gefragmenteerde Nederland politiek zo stabiel en democratisch was? Het protestantse en katholieke voetvolk kende zijn eigen kerken en eigen kruideniers. De scheiding van geesten zette zich voort in een scheiding van levenssferen. Maar over de hoofden van de achterban heen overlegden intussen de leiders van de politieke partijen en de sociale organisaties met elkaar in een sfeer van matiging en harmonie.

Akkoord van Wassenaar

Eind 1982 was het beroemde Akkoord van Wassenaar aanduiding voor voorbeeldig polderen – de term poldermodel zou pas zo’n vijftien jaar later gemeengoed worden. De tijden waren donker en de deal die werkgeversvoorzitter Chris van Veen en vakbondsleider Wim Kok sloten leek polderen in optima forma: de arbeiders namen genoegen met minder loon in ruil waarvoor de bazen meer werk beloofden. De natuurlijke tegenstelling tussen arbeid en kapitaal werd, in de woorden van Lijphart, opgelost door ‘het schikken van twisten’ in ‘een proces van vredestichting’. Dankten we dit alles niet aan ons volkskarakter van verzoening? Ach, wat zijn we daar toch uniek in.

De werkelijkheid is meestal bruter dan de verbeelding.

In het eerste deel van de biografie van Wim Kok, Een leven op eigen kracht, typeert Marnix Krop wat het akkoord van Wassenaar in feite was voor Kok: ‘Een noodsprong geboren uit de moed der wanhoop.’ Een loonmaatregel hing in de lucht, de werkloosheid groeide naar een dramatische omvang, werkgevers zouden comfortabel achteroverleunen en de vakbeweging zou afkalven en radicaliseren. Krop schrijft: ‘Wim Kok was radeloos.’ Niks saamhorigheid of andere zoetsappigheid dus, maar gewoon een geval van uiterste nood, van redden wat nog te redden viel.

Eenzelfde relativerend beeld karakteriseert de bundel opstellen die in 2007 verscheen onder de titel Harmonie in Holland – Het poldermodel van 1500 tot nu. Een aantal historici beschrijft aspecten van de Nederlandse mentaliteit vanaf de 16de eeuw tot nu, constateert dat het compromis vaak verkozen werd boven het conflict, maar prikt ook het stereotiepe verhaal door. De lofzang op overleg in harmonische eendracht is maar al te vaak de dekmantel die politieke macht moet legitimeren.

Nationale identiteit

In een recensie van het boek maakt Hans Blom, emeritus hoogleraar Nederlandse geschiedenis, korte metten met ‘pogingen een nationale identiteit te funderen in generalisaties die geen stand houden tegen historisch onderzoek’. Volgens Blom bestond de polder in onze geschiedenis vooral uit ‘compromissen waarbij vele, zo niet alle betrokkenen hun teleurstelling moesten verbijten en halve nederlagen moesten slikken’. Termen als consensus en harmonie moesten een zekere allure verschaffen aan wat in feite een politiek van doormodderen was.

Wie van dit soort mopperen over zo veel zinsbegoocheling houdt, moet vooral ook de oratie lezen die Maarten van Rossem in 1998 in Utrecht hield toen hij daar tot bijzonder hoogleraar was benoemd. Het poldermodel in internationale context luidt de titel. De strekking van zijn verhaal is dat het succes van het poldermodel vooral niet moet worden overdreven. Van Rossem: ‘De consensusconstante als geïsoleerd concept, los van de specifieke historische ontwikkeling van instituties en politieke en economische machtsverhoudingen hoort thuis in het rariteitenkastje dat vanouds gevuld is met vage kletspraat over de Nederlandse volksaard en amusante beschrijvingen van Nederland door buitenlandse reizigers.’

Arend Lijphart: Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek (1968)

Over het pact uit de eerste helft van de 20ste eeuw tussen de elites van de zuilen om langs de weg van verdraagzaamheid en depolitisering een stabiele politieke democratie te bewerkstelligen.

D. Bos, M. Ebben en H. te Velde (redactie): Harmonie in Holland – Het poldermodel van 1500 tot nu (2007)

Bundel met opstellen over de vraag of het poldermodel, soms verguisd, soms geprezen, echt verbonden is met de nationale identiteit.

Maarten van Rossem: Het poldermodel in internationale context (1998)

Over het economisch wonder van het poldermodel, in buitenlandse ogen.

Meer over