Drie keer niks

'Ge kon geen radio aanzetten of ge hoorde het' - 'De Vogeltjesdans' van de Electronica's. Ooit een onopvallende B-kant van een piratenhit, begin jaren tachtig een enorm Top 40-succes, en vervolgens wereldwijd bekend onder titels als 'Birdie Song' of 'Plesi Kva Kva Kva'....

Elke avond is kleine Marijn bij grote Marijn. Dan loopt hij samen met zijn hond de begraafplaats van Sint Willebrord op. Bij de uit marmer opgetrokken lier blijft de kleine Marijn staan en en lacht de grote Marijn Heere (1923-1982) hem vanaf een foto toe. Laatste groet van de zendpiraten van de gemeente Rucphen, staat er op een gedenksteen.

Dan kijkt hij zijn grootvader even in de ogen. Hij herinnert zich weer de verhalen over hoe opa met de trekzak langs de smokkelcafés trok, hoe hij achter de toonbank van dat platenwinkeltje stond en hoe hij moest buffelen om aan z'n centen te komen.

En hij ziet hoe zijn opa op zijn oude dag - o la la la - door van die gillende jonge meiskes wordt toegejuicht, hoe hij met zijn band De Electronica's alle danszalen van Nederland en Duitsland platspeelde en hoe de grote Marijn ten onder ging aan het zo lang gewenste succes.

Al die jaren lijken bedekt met een sluier van geluid, dat liedje met dat deuntje: De Vogeltjesdans - dat danske dat zo leuk is als ge zat zijt.

Daar gaat ie. Al-le-maal! Hoor de melodie, hoor de accordeon. En daar begint de Nederlandse concurent van The Twist, The Hucklebuck en The Boogaloo. Tuh-tuh-tuh... Opstellen in rijen van twee! Hef de handen en draai ze in het rond, fladder met de ellebogen, zak door de kniëen, waggel met de billen, sta rechtop en klap vier keer in de handen. Inhaken! En nog een keer!

Een liedje over vogels waarbij je je als een vogel kunt gedragen. Het liedje met die eeuwigdurende herhaling,een draaiorgel waarvan de boeken maar niet opraken.

Maar van dit nummer - onlangs in Engeland uitgeroepen tot het meest irritante nummer aller tijden (in The Hall of Shame) en door BBC-diskjockey John Peel een van de vijf grootste wanproducten uit de muziekgeschiedenis genoemd - werden volgens de componist 35 miljoen exemplaren verkocht.

Eerst anderhalf miljoen in Nederland, waar het nummer 28 weken in de Top 40 stond; op alle bejaardensozen, campings, bruiloften en partijen wapperden de handjes. Toen het buitenland. In West-Duitsland werd de plaat aanvankelijk uitgebracht onder de titel Dance Little Bird door Die Electronica's, later ging Der Entendanz 3,5 miljoen keer over de toonbank.

De Vogeltjesdans groeide uit tot Birdie Song, Qwaka Song, Plesi Kva Kva Kva, Danca dos Passarinhos, Fagelsmurfen, Kvirrevitt Dansen en Tipujen Tanssi. En er werd massaal ingehaakt in wel zestig landen, waaronder Australië, Hongarije, Uruquay, Spanje, Angola, Italië, Costa Rica en Japan.

De zegetocht, van een in Zwitserland geboren en in België beheerd deuntje, begon in de muziekwinkel van grote Marijn en zijn vrouw Jopie. Het grote geld is nooit in Sint Willibrord beland.

Op het zachtjes zingen van een merel na is het stil op de begraafplaats, een dichtbepakte verzameling grafzerken net achter de kerk. De kleine Marijn loopt het smalle paadje af en stapt in zijn sportwagen.

We rijden door de Dorpsstraat, waar ooit die muziekwinkel Electronica was. Hier verkochten Marijn en zijn vrouw Jopie de grote hits van dorpsgenoten als Corry & de Rekels, de Toendra's en André Moss, of van zijn eigen orkestje, De Electronica's.

Tien lp's en zo'n 25 singles maakte hij met zijn band - De Willibrordus Mars, de Electronica Polka en Het Noodlot. Maar een echte hit zat er niet bij. Marijn Heere leek voor altijd in café De Kwast te moeten speulen.

In een grote villa in Locarno woont Werner Thomas (70), inmiddels directeur van Musikverlag WETHO. Eind jaren vijftig had de accordeonist een huisje in de bergen bij Davos. Op een avond zat de gehandicapte muzikant op zijn bed accordeon te spelen, terwijl op zijn erf de eenden en ganzen rondscharrelden.

Thomas probeerde wat riedeltjes uit waarvan hij hoopte dat die in de danszalen en hotels van Davos zouden aanslaan. Sorgenbrechermusik, dat moest het worden. 'Muziek zonder zorgen, en met een vrolijke tekst', vertelt Thomas.

Maar bij dit ene nummer kwam hij niet veel verder dan de melodie en wat makkelijk mee te mompelen kreten waar veel ie's in voorkwamen.

Dieppedieppedieppediep.

Dan, omdat hij aan zijn eigen ganzen en eenden dacht, riep hij na een seconde stilte: Tsjip Tsjip. 'Dat was eigenlijk het hele lied.' En een titel, Herr Thomas? 'Die was makkelijk gevonden: Tsjip Tsjip.'

Zonder dat er meer woorden aan werden toegevoegd, werd het een ware après ski-kraker. Vooral omdat de wintersporters, klapwiekend van de Jägerthee en Glühwein, erop konden bewegen alsof ze nog wedelnd van de berg kwamen.

In de winter van 1973, Thomas speelde in de lounge van het Sunstar Parkhotel in Davos, kwam er opeens een dolenthousiaste Belg op hem afgestormd. Louis van Rymenant, toentertijd vermaarde Vlaamse muziekproducer, hoorde meer dan zomaar een kwetterend deuntje van een manke accordeonist. Hij hoorde hitpotentie, en wilde weten wie de componist was van dat lied.

'Ik', zei Thomas. 'Dat nummer speel ik al vijftien jaar.' 'Dan ga ik het uitgeven', sprak Van Rymenant. Onder het pseudoniem Terry Rendall maakte de Belg er zelf nog een tekst bij (een uitgeverstruc om de inkomsten te vergroten) en bracht een verandering aan in de titel: Tsjip tsjip werd Tchip tchip. Met het dansorkest de Bobby Setter Band scoorde Van Rymenant er een paar jaar later een klein hitje mee in België.

In februari 1980 stonden Jopie Heere en haar neef Conny van Es in het grote kantoor van Benelux Music/Telstar-platenbaas Johnny Hoes in Weert. Ze zagen al die gouden en platina platen hangen. De Electronica's hadden net een nieuw plaatje opgenomen, een ode aan de Westbrabantse piratenzender Radio 2000. Er moest alleen nog een B-kant komen en daar hadden Jopie en vooral Conny zo hun gedachten over.

De Vogeltjesdans, dat zou wat zijn, Tchip tchip, dat kenden ze uit België. Ze hadden het met De Electronica's op een paar campings in de buurt uitgeprobeerd, samen met een speciaal dansje. Conny, die het later nog tot flamencodanser zou schoppen, deed het voor en Jopie haakte in. Hoes stemde aarzelend in en liet 'voor de muzikale sound' zijn 'steraccordeonnist' Jean Kraft meespelen.

De piratenzenders in Brabant draaiden de single volop. Radio 2000 vanzelfsprekend, deze zender was immers het onderwerp van kant A. Andere piraten in de gemeente Rucphen verkozen massaal de B-kant om maar vooral geen reclame te maken voor de concurrent.

'Ge kon geen radio aanzetten of ge hoorde het. Overal was opeens die Vogeltjesdans', vertelt Jos van de Luijtgaarde, voormalig zanger/gitarist van De Electronica's. 'Eerst hier bij ons in Brabant, en daarna in het hele land. Wat er precies allemaal gebeurde, en hoe het allemaal zo snel ging, wisten wij ook niet, maar opeens stonden wij in één programma met Hepi & Hepi en Ria Valk.'

Bij platenmaatschappij Telstar roken ze geld en werd De Vogeltjesdans snel tot A-kant gebombardeerd. Ook schreef Hoes een tekst bij het lied, tenminste zo leek het. Op de orginele bladmuziek uit de archieven van Telstar staat dat hij bij het orgineel van de Vlaming Terry Rendall een 'Nederlandse tekst' had gemaakt. De tekst werd nooit op de plaat gezet, maar Hoes kreeg wel extra credits.

Ja, als de Vogeltjes gaan dansen/ dan is 't feest, dan zijn we blij! Dan pak ik om 'ns fijn te sjansen/ net als die vogels, zo'n schat als jij!

Als een griepepidemie greep het liedje om zich heen. Jacqui Hoes van platenmaatschappij Telstar: 'Het was a) makkelijk te onthouden, b) een liedje dat erg bij kinderen aansloeg, en c) in combinatie met dat dansje was het altijd feest.'

P. Schrooten, vertegenwoordiger van Van Rymenants bedrijf Intervox/Eurovox waar de rechten van De Vogeltjesdans zijn ondergebracht: 'Het was een onverbiddellijk liedje. Een fenomeen. Als ik het hoor, hoor ik ook nog iets anders: Ping ping! Kassa!'

Intervox/Eurovox Music verdiende naar schatting dertig miljoen gulden aan De Vogeltjesdans (Tchip tchip). Met veel van die miljoenen werden de uitstapjes van Van Rymenant naar Marbella en de Verenigde Staten gefinancierd, zodat ook de Belg weinig geld overhield aan de tophit. Schrooten, van Intervox/Eurovox: 'Hij leefde op veel te grote voet, en wilde met de echt grote jongens meespelen. Na zijn dood in 1992 kwam ook de fiscus nog een groot deel ophalen. Er is niet zo veel meer van over.'

Werner Thomas, de componist, wil niet zeggen hoeveel hij aan het lied heeft overgehouden. 'Noem me maar een zéér tevreden mens.'

Jos van de Luitgaarde zit op de bank in zijn rijtjeshuis in Sint Willebrord. Met een zwaar sjekkie in zijn mond staart hij naar een briefje op tafel. Zanger was hij in De Electronica's, en dat terwijl de band doorbrak met een instrumentaal nummer.

'Hier heb ik een sjekkie waar ik eigenlijk een sigaar zou moeten hebben', zegt hij. 'Iedereen dacht dat ik helemaal binnen was - ja, binnen in dit huis ben ik. Kijk maar naar dat brieffie. Dat is alles dat ik gebeurd heb van die miljoenen van De Vogeltjesdans.'

Op 'dat brieffie', een afschrift van de Rabobank Sprundel-St. Willebrord, staat: 4750 gulden. Afkomstig van M. Heere, Dorpstraat 184. Royaleties J. Hoes. 'Snoepcenten, anders kan ik het niet noemen. Het geld kwam met vrachtwagens bij de familie Heere binnen, maar waar het bleef wist niemand. Zij reden in een grote Mercedes door het dorp en liepen in van die lange deftige jassen. Kijk ze nou 'ns groot doen van mijn centen, dacht ik.'

Hij heeft er nog een keer een advocaat bijgehaald. Maar die gaf Van de Luijtgaarde geen kans. 'Hij zei: ''Je kan misschien wel aantonen dat je bij de opname was van het nummer. Maar je hebt niks getekend.'' En dat klopt, de enige die bij Hoes onder contract stond, was Marijn Heere. Hier in de hal hangen die gouden platen. Da's alles, meer heeft dit Brabants boertje er eigenlijk niet aan overgehouden.'

Maar ook bij de familie Heere, stroomden de miljoenen niet binnen. Kleine Marijn: 'Toen mijn opa voor het eerst twintigduizend gulden kreeg van Hoes, dacht ie: Wat een geld! Daarna sijpelde het zo'n beetje door tot honderdduizend gulden. Daar bleef het bij. Niks geen miljoenen, en alles is nu op. Hij had een contract van drie keer niks. Het was nog steeds elke avond friet met bal.

'Natuurlijk is hen een oor aangenaaid door de platenmaatschappij. Maar ik neem het Hoes niet kwalijk, hij had met de verdeling van de royalties zakelijk gezien slim gedaan. Iedereen moet in de muziekbusiness goed voor zichzelf zorgen. Mijn opa en oma hadden het allemaal moeten uitbesteden, in plaats van als een stelletje amateurs de boekhouding en de optredens allemaal zelf te willen regelen. Dat kon gewoon niet.'

En wat betekende deze onverbiddellijke bestseller voor platenmaatschappij Telstar? Jacqui Hoes: 'Ach, in Nederland word je niet rijk van de platen. En wij hadden natuurlijk niet zoals Van Rymentant en Thomas de worldwide-rechten. Het leukste was deze hit, zoals altijd, voor de Nederlandse Belastingdienst.

'Met meneer en mevrouw Heere hebben we keurig afgerekend, zij deden ook al het werk. Of nou Jantje of Pietje zit te drummen, dat maakt niet uit. Je hebt vaak achteraf gezeur met die muzikanten. Ja, en als De Electronica's hadden gewild, hadden ze elke dag twee keer kunnen optreden. Maar dat ging door de hoge leeftijd niet meer.'

Kleine Marijn stopt de sportwagen en loopt het huis in de Vogelbuurt van Sint Willebrord binnen. Op een stoel staat de oude accordeon van grote Marijn. Hij loopt langs de vele gouden platen en de foto's. Met de plotselinge dood in november 1982 van zijn bandleider kwam er ook een einde aan De Electronica's.

Kleine Marijn was erbij toen grote Marijn op 59-jarige leeftijd stierf. Hij zag door het raam zijn opa roerloos liggen in het ziekenhuisbed. 'Hij lag op z'n rug stil te wachten op de dood. Behalve z'n vingers, die bewogen snel heer en weer; het leek of hij zijn oude trekzak nog aan het bespelen was. En zo is ie gestorven.'

Meer over