Draperieën van glas en reglit

In Vaals staat het eerste politiebureau waar mensen zo maar spontaan binnenlopen, en niet alleen architectuurstudenten. Het is ontworpen door Wiel Arets, liefhebber van zwart, lange hellingbanen en licht dat naar buiten valt....

BEDANKT is er in het ruitje gekerfd van de cel in het nieuwe politiebureau van Vaals. Hoezo dank? Dank voor het milde verhoor of een cynisch soort dank, in de trant van 'ik ben weer de pineut'? Of dank voor de mooie, sobere cel met zijn betonnen bankje, het roestvrijstalen fonteintje en het uitzicht? Dat uitzicht, dat moet het zijn. Het politiebureau lijkt te zweven boven de hellingen buiten Vaals en in de verte kan de verdachte, als hij wil, het klooster Marmalis zien, ooit gebouwd door de priester-architect Hans Dom van der Laan. Een klassieker in de Nederlandse architectuur.

Dat is de link die de architect heeft willen leggen: die tussen de cel in het politiebureau en de cel in het klooster verderop. Een associatie met vrijwillig en gedwongen opgesloten zitten, en de bezinning waartoe dat in beide gevallen aanleiding geeft. 'Bezinning hoeft geen straf te zijn, ik bezin me elke dag', zegt Wiel Arets, de architect.

Het is met zijn strakke lijnen en scherpe contouren een no-nonsense gebouw. Straf is de eerste associatie die je te binnen schiet; schuld en boete tussen betonnen muren, maar dat zijn níet de termen die de architect hanteert. Arets spreekt van medemenselijkheid. Het gebouw is ervan doordrenkt. Zoals dat ruitje in de cel - in weerwil van het programma van eisen dat ramen in een politiecel verbiedt (die mogen wel in een penitentiaire inrichting). Contact met de buitenwereld zou het verhoor kunnen hinderen.

'Toen ik de opdracht kreeg, wilde ik eerst nadenken over het politieapparaat. En zoals ik altijd doe, ga ik erover lezen en schrijf een tekst. Niet dat ik een veelschrijver ben, maar die tekst heb ik nodig. Ik wil als architect niet het gevaar lopen dat ik me meteen vastleg op een beeld.'

Bepalend voor het politiebureau in Vaals was een gesprek met de korpschef. 'Die zei dat iedereen die bij het bureau betrokken is, slachtoffer is. Niet alleen degene wiens auto gestolen is, of de verdachte, maar ook de politieagent. Emotioneel is hij altijd een slachtoffer van de situatie. Een vrijwillig slachtoffer, dat wel.'

Het moest de entree markeren van Vaals, in de punt van Nederland. Het korps verlangde bovendien openheid. Arets bedacht een 120 meter lange hellingbaan die organisch langs het gebouw voert. Joggend of wandelend passeer je zo het open hondenhok - voor vondelingen en opsporingshonden -, de gang met cellen en een vitrine met een imposante pettencollectie. Een uitnodigend gebouw, inderdaad. Het is volgens de korpschef het eerste politiegebouw waar mensen spontaan binnenkomen. Soms schiet dat enthousiasme door; staat er weer een horde architectuurstudenten voor de deur.

Het politiebureau dateert van 1995. Sindsdien heeft Arets (geboren 1955) nog twee politiebureaus ontworpen, die van Boxtel en Cuijk. Niet dat hij nu heel speciaal door dit soort gebouwen gefascineerd is, hij werkt graag voor opdrachtgevers met durf, mensen die niet voor de makkelijkste weg kiezen. Dat begon al met zijn eerste opdracht, een modezaak in Maastricht, waarvan de gevel van cortensstaal als een provocatie werd opgevat. Maar een bevriende kapper zei kort na de opening: als ie leegkomt, wil ik 'm. Dat was de opzet: een modezaak maken die langer meegaat dan een gril.

De modezaak, de politiebureaus, een apotheek en een medisch centrum hebben Arets' agenda gevuld. Niet in de laatste plaats hoort daar de Skydome bij, een fijn gecomponeerde wolkenkrabber op het KNSM-eiland in Amsterdam, opgetrokken uit zwarte basaltstenen. Vorig jaar plaatsten enkele grote opdrachten hem ineens in het centrum van de belangstelling. Internationaal baarde hij opzien met de prijsvraag voor de uitbreiding van het Museum for Modern Art in New York, waar hij bij de laatste vijf eindigde, samen met Flying Dutchman Rem Koolhaas. Jammer dat hij het niet redde, en hij verheelt niet dat hij even vloekte, maar het opende weer de deuren voor de volgende opdracht: de nieuwe universiteitsbibliotheek van Utrecht. Die komt naast het Educatorium van Koolhaas.

Arets' naam wordt in één adem genoemd met die van Ben van Berkel en Koolhaas, hij haalt net als zij de vooraanstaande internationale tijdschriften en wint prijzen. En op een haar na was hij onderscheiden met de Mies van der Rohe-award voor zijn Academie van Bouwkunst aan het Herdenkingsplein in Maastricht.

Die academie laat in kort bestek zien waar het hem in zijn ontwerpen om begonnen is. Transparantie bijvoorbeeld - uitgedrukt in een buitenmuur van glasstenen en daarachter leslokalen die met grote glazen ruiten van de gangen zijn afgescheiden. Alsof hij naar modeontwerpers heeft gekeken die laag over laag over laag draperen. Bij het trefwoord mode veert hij op, daarmee voelt hij zich verwant, in het bijzonder Issey Miyake, Yamamoto en Rei Kawakubo van Comme des Garçons. Alexander van Slobbe ook. Miyake is meer iets voor zijn echtgenote, maar zelf draagt hij Van Slobbe's SO, die hij koopt in Barcelona en Japan.

'Wat modeontwerpers boeiend maakt, is dat ze eerst stoffen ontwikkelen en van daaruit vormen bedenken. Een modeontwerper is erg met het lichaam bezig, met sensualiteit ook; voyeurisme in de positieve zin van het woord. Neem de academie in Maastricht: je kijkt het gebouw in, zonder iets te zien.

'Ik begin altijd na te denken over het materiaal. Toen ik aan het politiebureau in Boxtel werkte, was het materiaal mijn eerste associatie; ik had meteen het gevoel dat ik iets wilde gebruiken dat de kwaliteit heeft van reglit, ondoorzichtig glas met een u-vormig profiel dat je op verschillende manieren kunt samenstellen. Je trekt een huid over het gebouw. Vergelijk het daarom met mode, je kunt alleen iets ontwerpen als je weet hoe het menselijk lichaam in elkaar zit en hoe mensen bewegen.'

Zijn gebouwen bewegen, het zijn ontdekkingstochten, die telkens een spel spelen met het licht dat in zijn opvatting altijd naar buiten hoort te vallen. Daarbij hebben de Academie van Bouwkunst, het politiebureau van Vaals en het hoofdkantoor van het AZL-Pensioenfonds te Heerlen iets gemeen waar Arets het patent op lijkt te hebben: de hellingbaan.

Hij is gek genoeg enigszins overrompeld als hem wordt gevraagd waarom hij die hellingbaan zo graag gebruikt en zegt dan: 'Ik houd ervan routes te creëren die lang duren. Architectuur heeft voor mij te maken met traagheid. Snelheid past niet bij de waarneming. Het liefst zou ik de gebouwen op film opnemen in slowmotion.'

Vandaar die hellingbaan in de academie die als een knikkerbord vanaf de hal naar het auditorium loopt. Hoewel de studenten ook een lift en een trapje kunnen nemen, vindt Arets dat ze vooral moeten lopen. Eindeloos lopen.

'Ik wilde een dominant parcours creëren dat de student confronteert met andere disciplines. Een student interieur-architectuur passeert de ruimte van de beeldhouwers en het modeatelier, is vervolgens verplicht om door de bar te lopen waar hij zijn vrienden kan ontmoeten, voordat hij zijn doel bereikt. Dat is niet iets wat elke kunstacademiestudent wil, maar het moet. Hij is zo verplicht te communiceren, zo kan hij zich breed oriënteren. Natuurlijk, er zijn ontsnappingsclausules. Zoals je een film kunt doorspoelen, kun je ook de weg afsnijden. Via een trapje, via een andere entree. Short cuts.'

Het zijn niet alleen architecten die hem als voorbeeld dienen, maar ook industrial designers. Filmregisseurs. Trouwens ook Rembrandt, voegt hij eraan toe, die als geen ander zichzelf als onderwerp heeft genomen. 'Door zichzelf te schilderen probeerde hij zich te ontwikkelen en gaf hij óók nog een draai aan de werkelijkheid. Voor die tijd was dat enorm controversieel. Dat gold ook voor mijn winkeltje in Maastricht: tien jaar geleden vond men dat schokkend, nu neemt men het als voorbeeld.'

Maar met name filmregisseurs, voor wie hij de passie deelt met Koolhaas die de stad als een cinematografische ervaring ziet. Antonioni omdat die in staat is een verhaalloze film te maken, gebaseerd op louter associaties. En Godard. 'Voor mij is Pierrot le Fou van Godard een sleutelwerk. Daarin zijn de kleuren rood, geel en blauw het leitmotiv. Rood bijvoorbeeld staat voor alles wat met dreiging of geweld te maken heeft. Als je in het begin van de film een vrouw in een rode jurk ziet, weet je: gevaar! Alles wordt in kleur gecodeerd. Als je het geluid van de film uitzet, kun je de film toch lezen op basis van kleur.'

Kleur en Arets, ze horen niet bij elkaar. De architect zelf zweert bij een zwart pak en een wit overhemd. Het interieur van zijn nieuwe rechthoekige woning annex kantoor is zwart, tot aan meubilair en vloerbedekking toe. Een man van beton, glas, hout en zink. Tot dusver vermeed hij kleur in zijn werk, omdat hij het niet zo maar, gedachtenloos wil gebruiken. 'Kijk maar eens om je heen, loop maar eens door Maastricht of Amsterdam, en je zult zien dat je in heel Nederland geen kleur ziet. Kleur, las ik bij een psycholoog, is in de gebouwde omgeving een storende factor. Je moet het niet gebruiken om iets spannend te maken. Tenzij je het op de manier als Godard doet: stil, zacht.'

Toch breekt er nu voor Arets een keerpunt aan. Hij voelt dat hij niet aan kleur kan ontkomen bij wat een van zijn intrigerendste opdrachten is: een nieuwe kathedraal voor Accra, Ghana. 'Je kunt daar een willekeurige foto maken, en je ziet dat alle huizen gekleurd zijn. Mensen die gekleed gaan in de onwaarschijnlijkste groen- en geeltinten. Het zou dissoneren als ik daar een kleurloze kathedraal zou bouwen.'

Dat moet toch de ultieme droom zijn voor een in Heerlen geboren architect, het bouwen van een kathedraal? 'Jaaah. Maar voor een architect die veel leest is, doet een bibliotheek er ook toe. En voor een architect die betrokken is bij het onderwijs, een academie ook.' Hij wenst niet hiërarchisch te denken. Voor hem is de modezaak net zo heilig als de bibliotheek van 100 miljoen gulden. En hij zet een verloren prijsvraag, zoals die voor de Hogeschool voor de Kunsten in Amsterdam, op één lijn met een voltooid project. Wat hem drijft is zorgvuldigheid, uiterste precisie. Liever een klein team dan een stroom aan opdrachten. 'Ik pas op om niet te veel te bouwen. Bij een opdracht van 78 woningen dacht ik onlangs: laat die maar aan ons voorbijgaan.'

Op een terloopse manier viel de kathedraal hem in de schoot. Er bestaat een band tussen de katholieke kerk in Europa en die in West-Afrika; de kerk daar is ook door Europeanen gesticht en toevallig was de eerste aartsbisschop van Ghana van Maastrichtse afkomst. Een vertegenwoordiger van de Ghanese bisschop, die het AZL-gebouw in Heerlen bezocht, wist ineens wie de kathedraal moest bouwen: de architect van dat gebouw. En nu zit daar dus een zwarte bouwpastoor op het kantoor van Arets, ingewijd in de werking van een laptop, mee te tekenen aan wat een monument voor zijn land moet worden.

Dat gebouw hoort kleur te krijgen, en dat niet alleen, het dient zich ook te schikken naar de cultuur van het land. 'Wat me opviel, was dat de gelovigen die zondags naar de mis gaan, daar driekwart van de dag voor uittrekken. Ze komen van heinde en ver aanlopen en bezoeken dan een mis die vier uur duurt. Hij had het die dag nog kort gehouden, zei de aartsbisschop.

'Ik waande me in een gebeurtenis die helemaal in de maatschappij verankerd lag, die meer inhield dan de kerkgang alleen. Het is een ontmoetingsplaats en een markt. Men is anderhalf uur van tevoren aanwezig om de waren uit te stallen, en blijft dan nog na de mis twee à drie uur hangen.'

De kathedraal die in maquettevorm in het kantoor staat, speelt in op die sociale happening: op de top van een rots staat een plectrumvormig gebouw dat acht meter boven het maaiveld zweeft. Dat is de openluchtkerk voor de wekelijkse mis, ruimte biedend aan 700 gelovigen, die in de verte de zee kunnen zien glinsteren. Daarboven bevindt zich de kathedraal voor de hoogmis, een 'theater' voor 1500 mensen. Via hellingbanen (opnieuw) en trappen kunnen de kerkgangers in processie naar de gewijde ruimte gaan, waarbij rekening is gehouden met een hal waarin kan worden gedanst. Een gekopieerde Sint Pieter mocht het beslist niet worden, verordonneerde de aartsbisschop. Maar die is dan ook in al zijn monstruositeit gebouwd in het buurland Ivoorkust.

In Vaals gaan we vanaf de hellingbaan het politiebureau in en volgen een route door drie parallelle blokken, langs de vitrine met politiepetten, de balie, de lockers, verlicht door een glasstrook in het dak, naar de aquariumachtige kantoren. Een tocht die voert van koud naar warm, van zakelijk naar gezellig.

Het klopt met Arets' uitleg: bewegende architectuur met traag wisselende beelden. Het laatste vertrek, op de kop van het derde blok, vormt de climax. Het lijkt door zijn schuine ruit de velden van Vaals in te duiken. Dit is de plaats voor het crisisberaad - wanneer er een moord in de streek is gepleegd; daden die het daglicht en nieuwsgierige ogen niet kunnen verdragen.

En toch koos Arets ervoor juist daar een etalage van te maken, om zo een extra laag aan het toch al spannende bureau te geven. Wat hem boeit: 'Het meest publieke maak je tot het minst publieke, het minst publieke tot het meest publieke.' Het binnenste buitengekeerd, en dat afgedwongen met de simpelste materialen.

Meer over