Drama zoekt steun bij fabrikanten

In de serie Diamant gingen een broer en een zus met elkaar naar bed. Een dergelijke scène zou tegenwoordig onmogelijk op de televisie vertoond kunnen worden, eenvoudigweg omdat de geldschieters daar niet mee akkoord gaan....

Op het politiebureau in de televisieserie Baantjer komt de werkdag doorgaans traag op gang. Totdat agent Keizer en inspecteur Vledder in één teug een flesje Yakult leegdrinken. Daarna gloeit in hun ogen de werklust.

De medewerkers van inspecteur De Cock zijn gretige consumenten. Ze hebben de nieuwste Compaq Computer op het bureau staan. Na een avondje uit gaat een strip met Nerofen-pillen van hand tot hand. Verdachten van een moord worden bezocht met een glanzende Mazda. En op het bureau zijn de agenten regelmatig in de weer met pleisters tegen nicotine-verslaving.

Ze kunnen niet anders.

Zonder deze merken zouden ze niet bestaan.

Op de drama- en comedy-afdeling van John de Mol Produkties zoeken Peter Römer (hoofd), Ad van Doren (uitvoerend producent comedy) en Haye van der Heyden (schrijver) naar nieuwe mogelijkheden om televisiedrama te kunnen maken. Die zoektocht wordt almaar ingewikkelder. De commerciële zenders tonen minder interesse in hun werk, omdat drama niet alleen een populair, maar ook een duur genre is. De publieke omroepen verstrekken eveneens minder opdrachten. Zij produceren tegenwoordig meer zelf, omdat zij anticiperen op het nieuwe omroepbestel dat staatssecretaris Nuis voor ogen staat.

In deze slinkende markt is een goed idee niet meer goed genoeg. De scenario's moeten tegenwoordig een voor adverteerders interessant kijkersprofiel hebben. En de schrijvers moeten zich zo nu en dan schikken naar de wensen van één of enkele sponsors. Zo dienden de auteurs van de in 1998 uit te zenden serie Combat, waarvoor de Koninklijke Landmacht manschappen en goederen levert, enkele scènes te herschrijven. Een afgevaardigde van het leger liet tijdens een bijeenkomst van de redactieraad weten niet akkoord te kunnen gaan met het beeld dat in de serie van het soldatenleven werd geschetst. Een vurige liefdesrelatie diende in een platonische te worden veranderd, en ietwat meer discipline konden de fictieve soldaten van De Constant Rebecquekazerne ook wel gebruiken, vond de legerleiding.

Niettemin ligt de toekomst van drama in 'de adaptatie van series door grote firma's of bedrijfstakken', zegt Peter Römer. Een voorbeeld? 'Te veel verplicht verzekerde Nederlanders gaan voor niets naar de huisarts. In een serie, die voor een deel wordt bekostigd door de verzekeringswereld, zou je een sfeer kunnen creëren waaruit duidelijk wordt dat dat niet nodig is.'

Ad van Doren, uitvoerend producent, weet ook dat sponsoring nodig is om de financiële druk te temperen, 'al trekken mijn tenen soms wel samen, zo verwrongen ziet het eruit.' Toch is die concessie onvermijdelijk, legt hij uit. De budgetten worden kleiner. De kosten stijgen. 'We maakten pas nog Kind aan huis, een ongesponsorde comedy voor RTL 4, voor een bodemprijs. Tenminste, als je hecht aan een zekere kwaliteit. Nog een stap verder betekent dat de filmische belichting plaatsmaakt voor een goedkoper alternatief. Dat figuranten rollen mét tekst gaan spelen. Die stap weiger ik te maken. Dan liever een paar keer een merk in beeld.'

Van Doren en Römer houden kantoor op een gang in één van de complexen van John de Mol Produkties in Hilversum. Aan de wanden hangen portretten van personages uit de eregalerij van de afdeling. Edwin de Vries en Serge-Henri Valcke glimmen de bezoeker tegemoet als trotse eigenaren van restaurant De Vlaamsche pot. De cast van Toen was geluk nog heel gewoon tuurt vanachter glas de gang in, evenals die van Consult. Een scène uit De Sylvia Millecam Show is met goud omrand.

Tussen de werkruimten van Van Doren en Römer is het kantoor van Haye van der Heyden gevestigd. Van der Heyden is de huisschrijver, en houdt zich in die hoedanigheid bezig 'met de lange termijn'. Hij bedenkt series. Zet verhaallijnen uit. Schiet te hulp als een scenario te zwak wordt bevonden. 'Moeite heb ik niet met sponsoring', zegt Van der Heyden, 'alleen wordt het er wel lelijker op. Maar dit is een industrie. Er moet geld binnenkomen. Daar moet iedereen, dus ook de schrijver, rekening mee houden.'

Tijden veranderen. Toen Van der Heyden voor (de publieke) Veronica aan De Vlaamsche Pot begon, mocht hij dertig afleveringen maken, op voorhand. 'Met een redelijk resultaat, met een verhaal met een kop en een staart was toen iedereen al blij. Nu moet het idee van goud zijn, zonder dat het kijkers én adverteerders tegen het hoofd stoot. In Diamant liet ik een broer en een zus met elkaar naar bed gaan. Ik denk dat zoiets nu niet meer kan. Welke grote sponsor stopt geld in een serie waarin zoiets gebeurt?'

De verzakelijking van het drama vraagt ook om een andere, efficiëntere werkwijze. De inkomsten van de zenders dalen, met als gevolg dat Römer elke uitgave moet verantwoorden. Met minder locaties, strenge schema's ('Baantjer is: zes extra personages en vier locaties') en een hergebruik van oude decors tracht hij de kosten te drukken. Bovendien onderzoeken Römer en Van Doren met de afdeling Virtuele Televisie de mogelijkheden van virtuele, op de computer gemaakte decors.

De zenders hebben zo hun eigen wijze van besparen. RTL 4 maakt de op film gedraaide serie Baantjer rendabel met herhalingen. Nadat de tweede reeks van twaalf afleveringen was uitgezonden, herhaalde de zender op hetzelfde tijdstip de eerste reeks. 'Na de uitzending van de derde reeks, in het volgende seizoen, zal de tweede reeks opnieuw te zien zijn', weet Römer. 'Op die manier smeert RTL 4 de kosten uit. Zonder de herhalingen was de derde reeks van Baantjer er niet gekomen.'

Het Hoofd Drama moet aan deze 'cultuuromslag' wennen. Maar hij moet het toegeven: RTL 4 heeft gelijk gekregen. De kijkers hebben geen problemen met de herhalingen. De kijkcijfers van de nieuwe Baantjer-serie zijn bijna even hoog als die van de herhalingen. Hetzelfde geldt voor de hervertoning van De Sylvia Millecam Show.

Het schrijven van televisiedrama is eveneens aangepast aan de wetten van de commercialisering. Met de individuele schrijver, eenzaam slijpend aan zijn levenswerk, werkt De Mol Produkties niet meer. Römer: 'Het is teamwerk geworden. De belangen zijn te groot om de verantwoordelijkheid bij één man of vrouw te leggen. In deze tijd van snel produceren is dat zelfs niet meer mogelijk. De zenders wikken en wegen tegenwoordig tot het allerlaatste moment over het wel of niet laten doorgaan van een serie; bij een positieve beslissing moet dan binnen no time een dramareeks worden geproduceerd. Dat redt één schrijver niet.'

Römer verzamelde een pool van schrijvers om zich heen. 'Een idee wordt hier uitgewerkt tot een verhaallijn. Vervolgens buigt een team zich over de vraag hoe die verhaallijnen gaan worden verteld. Daarna maken individuele schrijvers daar weer dialogen van.'

In weerwil van het financiële klimaat bij de omroepen, hebben Römer, Van Doren en Van der Heyden ideeën in overvloed. Met regelmaat vindt er op de drama-afdeling een zogenoemd gangoverleg plaats. Dan komt het trio de kamers uitgestiefeld om bij de koffie-automaat de koppen bij elkaar te steken. Zo'n bijeenkomst gaat dan bijvoorbeeld over Vonnis, een door hen gemaakte rechtbankserie die volgens Van der Heyden 'hét antwoord van Nederland 1 op Goede Tijden Slechte Tijden kan zijn'. Enthousiasme is er ook over Drie Zusters, een lichtvoetig drama waarin Linda de Mol en waarschijnlijk ook Monique van de Ven en Willeke Alberti een hoofdrol gaan spelen. De TROS wil het graag uitzenden, maar eerst moet er nog flink aan het scenario worden gesleuteld. Ook Römers plan om een serie moderne toneelklassiekers voor televisie te bewerken, is een onderwerp van discussie, evenals Van der Heydens idee om een serie te maken met een virtuele acteur.

Haye van der Heyden: 'Het feit dat wij met strakke budgetten werken, en steun zoeken bij fabrikanten, wil niet zeggen dat er met nonchalance over de inhoud wordt gedacht. Dat kan ook niet. De basis van een succesvol drama is een goed verhaal, en een goed verhaal kan ik, als alles meezit, uit de computer tevoorschijn toveren. Dan volgt de financiering vanzelf.'

De schrijver is allerminst pessimistisch. 'Deze afdeling heeft als einddoel het redden van de Nederlandse filmindustrie. Let wel: de filmindustrie, en niet niet de filmkunst.' Hij lacht, vol spot, om vervolgens te benadrukken dat de filmplannen wel degelijk een serieus karakter hebben. 'Ik denk dat De Mol binnen vijf jaar een film produceert. We hebben inmiddels de juiste mensen om ons heen verzameld. De knowhow is er. Het wachten is op het gouden idee.'

Ronald Ockhuysen

Meer over