postuum

Dr. Lonnie Smith (1942-2021), de ‘sultan van het Hammondorgel’

Ook toen het Hammondorgel in de jaren zeventig uit de mode raakte, ging Smith ging onverdroten door.

Gijsbert Kamer
Dr. Lonnie Smith in 2004, op het Fillmore Fridays-festival in San Francisco. Beeld Redferns
Dr. Lonnie Smith in 2004, op het Fillmore Fridays-festival in San Francisco.Beeld Redferns

Dr. Lonnie Smith, die academisch noch medisch geschoold was, maar in de jaren zeventig zijn bijnaam ‘dokter’ inzette om verwarring met vakgenoot Lonnie Liston Smith te voorkomen, was een van de populairste bespelers van het Hammond B3-orgel die de jazz heeft voortgebracht. Naar eigen zeggen kreeg hij de bijnaam omdat hij zijn funky, altijd groovende spel zelf helemaal had uitgedokterd. Dinsdag overleed de toetsenist op 79-jarige leeftijd aan longfibrose.

Smith was in de jaren zestig bepaald niet de enige bekwame Hammondspeler: ook Jimmy Smith, Brother Jack McDuff, Richard ‘Groove’ Holmes en Jimmy McGriff hadden er succes mee. Toch kozen zowel gitarist George Benson als saxofonist Lou Donaldson in hun band voor de nog jonge Lonnie Smith.

De eerste successen behaalde Smith in 1964 in het kwartet van George Benson. Dat legde de basis voor een nieuwe stijl binnen de souljazz, waarin bebop en hardbop samenvloeiden met r&b, waarna Benson en Smith solocontracten kregen bij Columbia. Smiths soulvolle spel werd vervolgens opgemerkt door saxofonist Lou Donaldson, in wiens band Smith zijn grootste successen zou boeken. Donaldsons Blue Note-album Alligator Bogaloo werd in 1967 een groot succes, het titelnummer zou zelfs de hitlijsten halen. Smith werd ook zelf als bandleider succesvol voor Blue Note.

Tulband

In de jaren zeventig raakte het Hammondorgel uit de mode. Jazz elektrificeerde, de Fender Rhodes verdrong het orgel. Maar Lonnie Smith ging onverdroten door: hij noemde zich Dr., zette een tulband op en ging als ‘sultan van de Hammond’ door in de clubs.

In de jaren negentig raakte Smiths muziek zowaar weer in de mode. Je hoorde zijn orgel in gesampelde vorm terug op talloze hiphoptracks. Zijn versie uit 1970 van de Blood Sweat & Tears-hit Spinning Wheel dook onder meer op bij A Tribe Called Quest en de Wu-Tang Clan. Daarnaast werd acid jazz even een mode op de dansvloer, en Smith had er nog altijd precies de juiste souljazz-sound voor.

Dr. Lonnie Smith bleef sindsdien een graag geziene gast op de internationale podia. Hij werkte samen met iedereen die maar wilde. Curieus is zijn samenwerking met Iggy Pop, op het dit jaar verschenen album Breathe. Geweldig was die in 2010 met het Jazz Orchestra of the Concertgebouw in het Amsterdamse Bimhuis, zes jaar later vastgelegd op het groots klinkende I Didn’t Know What Time It Was.

Meer over