Doorwaakte nachten met het 'schrandere rijdier'

Aan sommige boeken van je jeugd bewaar je een onuitwisbare herinnering. Maar valt de magie van toen nu nog te begrijpen?...

Robert van Gijssel

De eerste grote Arendsoog-naschok kreeg ik te verwerken toen ik allang geen lezer meer was. Een jaar of 15 was ik, toen iemand me op de middelbare school verzekerde dat de schrijver J. Nowee geen indiaan was, ook geen Texaan, niet eens een Amerikaan, maar echt waar: een doodgewone Hollander. Een Haags schoolhoofd nog wel, en de J stond voor Jan.

Jan Nowee! Ongeloof!

Hoe had deze Jan Nowee zulke intense beschrijvingen kunnen geven van de woest kolkende Rio Malo, de ranches in Cannon Field en de zinderende Mosquitovallei? Hoe kon het dat ik al die doorwaakte nachten met de zaklamp onder de dekens bij Arendsoog in het zadel op zijn ‘schrandere rijdier’ Lightfeet had meegereden, de muggen hinderlijk rond de oren had horen zoemen, de kruitdampen had geroken als er weer eens kogels als losgeld moesten worden betaald?

Een knap auteur die Nowee. Het schijnt dat Jan nooit een voet in de Verenigde Staten heeft gezet. Een hem aangeboden reis naar Arizona, heartland van het wilde westen, moest hij afzeggen wegens ziekte.

De kleinere naschokken worden geregistreerd bij herlezing van De Erfenis van Arendsoog, deel 47 van een schier eindeloze reeks en het laatste door mij gelezen, geschreven door de zoon en opvolger van J: P. Nowee. Paul, dat klinkt al beter, maar ook deze oud-journalist werd nooit betrapt in een vliegtuig richting States. De datum van publicatie is niet te achterhalen, daar deed uitgever Malmberg Den Bosch niet aan, maar het zal rond 1980 zijn geweest, ik was 11 en bijna klaar met de cowboys.

Wat voelt het ongemakkelijk als Arendsoog zijn ‘indianenvriend’ en bloedbroeder Witte Veder consequent aanspreekt als ‘boy’. Boy? Dat zegt de plantagehouder tegen zijn zwarte bediende, boy is een woord uit een verderfelijk tijdperk, boy is meester-slaaf en hartstikke fout.

En wat praat die Witte Veder achterlijk. ‘Mij geloven mij begrijpen’, zegt hij als Arendsoog hem een kennelijk heel ingewikkelde brief laat zien. Fijne stereotypering, hij zegt nog net geen uch.

De echte confrontatie bij het jeugdboekherlezen: wat is het leven toch één langgerekt proces van verzuring. Ja hoor, vooral heel politiek-correct naar de maatschappelijke verhouding cowboy-indiaan kijken, en weigeren te genieten van de achtervolgingen te paard en de hinderlaag bij de S-ranch, geen adrenaline voelen bij de ‘afschuwelijke vondst’ van Witte Veder onder de waterval.

Vooruit: Arendsoog is, ook nu nog, wildwestsuspense van de hoogste orde, werkt toe naar een knap plot, met een razend spannende cliffhanger aan het eind van ieder hoofdstuk.

En trouwens, wat een prachtige illustraties van de Nederlandse stripmeester Hans G. Kresse. Uch!

Robert van Gijssel

Meer over