Donshaartjes op de hals en lippen nabij

Soms lees ik een tekst waarvan ik niet weet wat het is: een reclamefolder, een romanfragment, een essay, een verhaal, een dagboekaantekening, een krantencolumn, een gedicht, een liefdesbrief of, ik noem waar wat, een gebruiksaanwijzing....

U kent ons tijdschrift niet? Dan wordt het hoog tijd er mee kennis temaken. Als u zich nu opgeeft als abonnee, wordt in het eerstvolgende nummerhet verhaal geplaatst (maximaal 780 woorden) dat nu al jaren in uw bureaulaeen zieltogend bestaan leidt.

In uw bureaula ligt geen verhaal? Waarom niet? Levens die zo saai zijndat er niets over te vertellen valt, bestaan niet. En schrijven kaniedereen. Ik daag u uit het ontroerendste moment van uw leven op papier tezetten. Nu meteen, want zo'n moment heeft het eeuwige leven niet, voor jehet weet lost zo'n moment op in het collectieve, bovennatuurlijkebewustzijn en wordt het op de televisie als ervaring in het vorige levenvan een goedgelovige studiogast gedownload en bent u het kwijt. Daar makenze van ouderwetse geneverstokers ultramoderne genverstokers of van politiepollutie en is het zaad zoek nog voordat het gestort is.

Wij leggen het ontroerendste moment van uw leven vast inhonderdduizendvoud, waardoor het voorgoed uw moment zal zijn. Wij maken hetu gemakkelijk, meneer Franke, door de eerste zin van uw verhaal gratis bijte sluiten. Het is uw zin, hij is speciaal voor u gemaakt, maar als u diezin geen vervolg geeft, schenken wij hem aan iemand anders die wél eenleven leidt dat een verhaal waard is, aan iemand die wél ontroerendemomenten heeft gekend.

Uw eerste zin, meneer Franke, luidt: 'Ik keek naar haar hals en brachtmijn lippen zo dichtbij dat ik de blonde donshaartjes op haar huid konzien.'

U kunt daar niets mee? Natuurlijk kunt u daar wat mee. Iedere man heeftwel eens naar de hals van een vrouw gekeken en zijn lippen zo dichtbijgebracht dat hij de blonde haartjes op haar huid kon zien. Als u datwerkelijk nog nooit gedaan heeft, dan maakt u er maar gewoon eendagdromerijtje van dat vooraf ging aan het ontroerendste moment van uwleven.

Zo doen alle schrijvers dat. Ze verzinnen hele boeken om over hetontroerendste moment van hun leven te kunnen vertellen zonder dat hetopvalt, ja, zonder dat ze het zelf in de gaten hebben. Wat ontroerend mooiis, houdt niet van schijnwerpers, het laat zich hooguit vangen op eenonbewaakt ogenblik. Dan moet je zwijgen, je adem inhouden en je nietbewegen. Dan pas praalt het, zo'n moment. Het is kwetsbaar als decentimeterslange kegel op de sigaar van uw opa zaliger.

Dus u kunt rustig van die hals met donshaartjes overschakelen opbijvoorbeeld de afgelopen jaarwisseling. Dat doe ik ook, geen probleem. Hetwas vijf voor twaalf, ik bedoel, écht vijf voor twaalf, niet vijf voortwaalf in figuurlijke zin, zoals in de stukken van wereldbeschouwers,meestal mannen die de donshaartjes in de hals van een vrouw niet meer zien,laat staan in die van hun eigen vrouw. Al eeuwenlang is het vijf voortwaalf in hun stukken, het schiet maar niet op. Je krijgt zin de wijzer eenzetje te geven. De waarheid is: het wordt nooit twaalf uur. Maar daarhebben die mannen het wijselijk niet over. Dat is het terrein vanschrijvers. Literatuur speelt zich af tussen vijf voor twaalf en twaalfuur.

In mijn geval was het vier minuten voor twaalf. Ik keek naar de halsvan mijn vriendin en bracht mijn lippen zo dichtbij dat ik de blondedonshaartjes op haar huid kon zien. Om drie voor twaalf kuste ik haar.

'Te vroeg', zei ze.

'Maar ik heb nog maar honderd woorden.'

'Liefde heeft aan één woord genoeg.'

Op de breedbeeldtelevisie verstreken de seconden angstaanjagendzichtbaar. Koortsachtig zocht ik naar het ene woord dat van mijn lippenmoest komen voordat ik die straks met goed fatsoen op de hare kon drukken.Eén woord. Ik was schrijver, ik had mijn trots, dat ene juiste woord moestik vinden.

De secondenwijzer leek bij elke seconde sneller voort te schokken. Omeen seconde voor twaalf zei ik zuchtend: 'ja'.

Dat was het laatste woord van mijn vader.

Ze kuste me hartstochtelijk, maar ik voelde niets.

Ziet u wel, meneer Franke, er is geen kunst aan.

Meer over