Dolle pret om een grap over de holocaust

Een van de succesvolste shows in West End is de komedie The Producers - een musical over de productie van een Broadway-flop....

Peter de Waard

Prins Harry is niet de eerste Brit die uit balorigheid een nazi-uniform heeft aangetrokken, zij het dat een gekostumeerd bal iets anders is dat een theaterstuk en hij zich beter bewust had moeten zijn van zijn verantwoordelijkheid.

Maar in Groot-Brittannië is grappen maken over de Tweede Wereldoorlog en alle daarbij behorende verschrikkingen nooit een taboe geweest. Al in de jaren zestig werd in de televisieserie Dad's Army (vertaald als Daar komen de schutters) de draak gestoken met de oorlog op een manier die in landen die daadwerkelijk bezet waren geweest, niet zou zijn geapprecieerd.

De serie Allo, Allo ging tien jaar later zelfs nog een stap verder. Monty Python's Graham Chapman zei voor de gesloten poort van Dachau: 'Hallo! Ik ben jood. Laat mij binnen.' John Cleese vroeg als hoteleigenaar Basil Fawlty of hij zijn Duitse gasten een broodje Himmler of Goebbels-salade kon serveren.

Britten deinzen er blijkbaar niet voor terug om grappen te maken over de holocaust. Het land heeft zelf geen deportatie van de joden meegemaakt en kan er daardoor misschien gemakkelijker om lachen.

Daarnaast is de Britse houding tegenover joden al ambivalent geweest sinds het karakter Shylock in Shakespeares De Koopman van Venetië. Een deel van het Britse establishment, zoals de Lords Nuffield, Bedford en Hamilton, flirtte voor de oorlog zelfs met het fascisme. Joden die in Groot-Brittannië neerstreken, veranderden veelal hun naam in een Engelstalige naam, zodat ze gemakkelijker werden geaccepteerd.

Leon Brittan, voormalig minister en vice-voorzitter van de Europese Commissie, heette in werkelijkheid Brittanisky. Net als oud-minister Malcolm Rifkind (ook een nieuwe naam) was hij afkomstig uit Litouwen. Lord Sainsbury, de eigenaar van de gelijknamige supermarktketen, heette eigenlijk Salzburg en mediatycoon Robert Maxwell arriveerde in Groot-Brittannië als Jan Ludvig Hog.

Behalve Disraeli - een tot het christendom bekeerde jood - werden joden lang geweerd uit de politiek, de kostscholen en de Londense herenclubs. De Britse joodse gemeenschap heeft daarom zijn eigenlijke afkomst altijd trachten te verloochenen. Er resteren zo weinig joodse namen in dit land dat de naam Isaac Abrams die in Nederland onmiddellijk als joods wordt herkend, in Londen bij veel mensen geen belletje doet rinkelen.

Terwijl de Europese landen op het continent - allemaal opgezadeld met het schuldgevoel dat onder hun ogen de joden werden weggevoerd - en de Verenigde Staten - met zijn sterke joodse lobby - na de Tweede We reldoorlog zich geroepen voelden iets voor de joden te doen, zoals de oprichting van een eigen staat, bleven de Britten zich daar halsstarrig tegen verzetten.

Op 22 juli 1946 blies de joodse verzetsgroep Irgun Zvi Leumi het Koning David-hotel in Jeruzalem op. Het hotel was niet alleen het hoofdkwartier van het Britse garnizoen, maar herbergde ook verscheidene civiele diensten. Honderd mensen vonden de dood, onder wie veel Britten.

Sinds deze terroristische aanslag is het nooit meer helemaal goed gekomen tussen het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken en de zionistische beweging. Israël werd twee jaar later opgericht ondanks en niet dankzij de Britten. Tot het laatste moment probeerden zij te voorkomen dat schepen met joodse kolonisten in Israël afmeerden. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Ernest Bevin, was bepaald geen grote vriend van Israël. Hij vond dat ras en geloof eigenlijk helemaal geen legitieme gronden waren voor de vorming van een eigen staat.

Margaret Thatcher die lak had aan het establishment, was de eerste premier die volop joden in haar kabinet opnam: van Nigel Lawson tot Malcolm Rifkind en Leon Brittan. Opvallend genoeg heeft door haar toedoen de Conservatieve Partij de meeste joden in de top. Zowel de huidige partijleider Michael Howard als schaduwminister van Financiën Oliver Letwin zijn joods, maar lopen daar absoluut niet mee te koop. In de huidige Labourregering zit daarentegen geen enkele jood.

Ondanks alle documentaires en films, die nu in verband met de Auschwitz-herdenking op televisie worden vertoond, staat voor veel Britten het jodendom onverminderd ver af van hun eigen belevingswereld. Dat geldt niet in de laatste plaats voor Prins Harry.

Meer over