Dolf Brouwers deed alles wat er van hem werd gevraagd

De artiest Dolf Brouwers is woensdag op 85-jarige leeftijd in Den Haag overleden. Hij werd gevierd als humorist, maar begreep dat zelf niet helemaal....

VORIG JAAR werd de Dolf Brouwers-humortrofee in het leven geroepen. Bij die gelegenheid verklaarde een gemeenteraadslid van GroenLinks in Den Haag dat Dolf Brouwers in het rijtje typisch Haagse humoristen thuishoort als Wim Kan, Simon Carmiggelt, Kees van Kooten, Wim de Bie en Paul van Vliet. Brouwers was diep geroerd door die lof, maar zal het niet helemaal begrepen hebben. Want eigenlijk heeft hij nooit geweten of de humorist Dolf Brouwers wel bestond. Was zijn naam en faam niet louter gebaseerd op zijn dienstbare rol als spreekpop van Wim T. Schippers?

Vanaf zijn twaalfde heeft Dolf Brouwers (1912) het ene na het andere beroep uitgeoefend: piccolo, timmerman, kapper (met Prins Hendrik, minister Kan en zijn zoontje Wim als klant), schilder bij Madurodam en reisleider. Maar dat deed hij alleen maar omdat het nog niet zo wilde lukken met zijn echte droom: beroepsartiest.

Hij had wel wat gezongen bij de Residentie Operette, had in de crisisjaren in een klein straatorkestje gespeeld, was na de oorlog als charmezanger redelijk succesvol geweest in België, en mocht zo nu en dan Max van Praag vervangen als VARA-radiozanger. Onlangs is nog een cd van Brouwers met klassiek nostalgisch materiaal verschenen. Maar in de jaren zestig kreeg hij het benauwd. In het boekje Dolf Brouwers, dat ben ik dus verzuchtte hij dat hij jarenlang bezig was geweest een handkar naar boven te duwen en dat hij na al die tijd nog niks verder was.

Harry Touw, conferencier en voorzitter van de Haagse Artiesten Club, bracht Brouwers begin jaren zeventig in contact met de VPRO-televisie, waar Touw de Fred Haché Show presenteerde. Dat programma baarde veel opzien door de onbevangen anarchistische toon van de makers, onder wie Wim T. Schippers. Bij de eerste ontmoeting met Schippers trok Brouwers de conclusie: die is niet goed wijs.

Voor de actualiteitenrubriek 'Achter het Net' had men iemand nodig die Vlaams kon spreken. Brouwers speelde de fritesbakker Sjef van Oekel, wiens kraam was afgebrand. Brouwers kon de grap niet inzien van de warrige dialoog, maar het leverde hem als figurant 75 gulden op.

Hij kreeg meer rolletjes: als een travestiet in een bloemetjesjurk die zijn lippen bewoog bij een lied van Caterina Valente, als een werkster en als Hitler die Heidenröslein zong, terwijl de hakenkruisjes uit zijn mond vlogen.

Dolf Brouwers deed alles wat er van hem gevraagd werd, bang dat hij zou worden afgedankt. Hij kreeg een eigen show, Van Oekel's Discohoek, waarvoor artiesten in de rij stonden om zich in de maling te laten nemen. De bizarre teksten die Brouwers voorlas - onthouden kon hij ze niet - bevatten beroemd geworden uitdrukkingen als 'Ik word niet goed' en 'Pardon, reeds.'

Ook al waren de ogen van veel kijkers gericht op de talrijke blote dames, Brouwers kon zich nu ook eindelijk voor een groot publiek als zanger waarmaken met liedjes als Zuurkool met vette Jus en Waar heb dat nou voor nodig. Er verschenen vier LP's, waaronder Van Oekel live at Paradiso en een plaatje met Herman Brood.

Bij de VPRO verdween hij als Van Oekel en kwam terug als nachtclubeigenaar Waldo van Dungen. Later kreeg hij nog wat rolletjes in Schippers-series als De Lachende Scheerkwast en Op zoek naar Yolanda. Voor de VARA-radio trad hij nog een tijdje op als 'parlementáár medewerker' en als presentator van het tv-sportprogramma Sportlaan 80.

Hij was al vele jaren uit beeld, maar is het Van Oekel-imago niet meer kwijtgeraakt. Ook vanwege de strip van Schippers en Theo van den Boogaard, die vanaf 1976 in de Nieuwe Revue verscheen. De albums waren een succes, ook in Duitsland en Frankrijk, waar de anti-held respectievelijk Julius Patzenhofer en Léon la Terreur heette. Brouwers was verontwaardigd dat hij financieel niets wijzer werd van de verkoop van de boeken. Hij was er zelf van overtuigd dat hij medeschepper was geweest van de figuur Sjef van Oekel. Ook vond hij het niet plezierig dat hij als een geile oude baas werd neergezet. De verhouding tussen Schippers en Brouwers was verpest. De rechter besliste dat Brouwers wel geld moest krijgen, maar liet de makers van de strip alle inhoudelijke vrijheid. De advocaat van Schippers stelde vast: 'Het nationaal cultuurbezit is gered.'

Patrick van den Hanenberg

Meer over