Dolen door een koffietafelboek

Meer nog dan een showroom is het Vitra House ‘een inspirerende plek om een ontdekkingstocht langs je eigen smaak te maken’, zegt de directeur....

Eenzaam staat de Trapèze van ontwerper Jean Prouvé voor een besneeuwde alpenheuvel. Een paar kale bomen zorgen voor een grillig contrast met deze strenge tafel uit 1950, die lijkt gevouwen uit een enorm vel zwart papier. Dat de tafel eigenlijk achter een raam staat, valt niet op, want het glas is ruim vijf meter hoog. Daarbij lijkt de vloer te zweven boven het landschap, met een vervreemdend effect. Een strakke designklassieker te midden van een ruig natuurlandschap – het is een plaatje dat zo in een glossy designboek had kunnen staan.

De tafel staat opgesteld in het Vitra House, de showroom van meubelproducent Vitra, die zaterdag is geopend in het Zuid-Duitse Weil am Rhein. Naast de Trapèze staan vier exemplaren van de Vegetal (2009), een organische eetstoel van de Franse broers Ronand en Erwan Bouroullec. Onderuitzakken kan in de gestroomlijnde sofa Place (2008) van Jasper Morrison. Dat maakt van het Vitra House een koffietafelboek om doorheen te lopen, langs oud en nieuw design.

Nederlandse inbreng is er ook. Ontwerpster Hella Jongerius, die voor Vitra de zeer succesvolle bank Polder (2005) ontwierp, heeft op de begane grond een Colour Lab ingericht. Hier kunnen bezoekers zelfs de ideale kleurcombinatie van hun interieur uitproberen. Want meer nog dan een showroom is het Vitra House ‘een inspirerende plek om een ontdekkingstocht langs je eigen smaak te maken’, zoals Vitra-directeur Rolf Fehlbaum het verwoordt.

Dat inspireren begint al met het Vitra House zelf, dat eveneens veelvuldig zal opduiken in glossy architectuurboeken de komende jaren. Het 21 meter hoge gebouw gebouw is een creatie van het befaamde Zwitserse architectenduo Herzog & De Meuron, de ontwerpers van het Olympisch Stadion in Peking, beter bekend als het Vogelnest. Het Vitra House bestaat uit twaalf archetypische huizen met puntdak, die tientallen meters zijn uitgerekt en vervolgens kriskras door elkaar zijn gestoken, als een mikadospel.

‘De ideale plek om meubels te laten zien is natuurlijk in een huis’, licht architect Jacques Herzog toe. ‘Door ze in elkaar te laten crashen, vormen deze huizen een sculptuur met onverwachte vormen.’ Van buiten ogen de antracietgrijze oerhuizen als een monoliet. Het interieur daarentegen is een klein doolhof met krullende trappen en panorama’s op zalen vol bontgekleurd design en een grillig landschap in de verte. In de avond verandert deze ‘crash van huizen’ in twaalf lichtgevende gevels die als een sterrenbeeld in de lucht zweven, doordat de contouren van het gebouw wegvallen tegen de donkere omgeving.

De vijf lagen waarin de huizen zijn gestapeld, hebben elk een eigen thema. De begane grond huisvest naast de entree en een bescheiden café ook een klein museum met de klassiekers uit de Vitra-collectie van Ray & Charles Eames, Verner Panton en George Nelson. Een verdieping hoger kan met een simpele druk op de knop een gloednieuw exemplaar worden besteld – of een eigentijds tafeltje van Jasper Morrison, een eetstoel van Ron Arad of een kast van Maarten van Seeveren.

Ook de architectuur van Herzog & De Meuron bevindt zich in goed gezelschap. In 1981 wordt de wederopbouw van de Vitra-fabriek na een grote brand gevierd met een metershoog kunstwerk van popartist Claes Oldenburg, dat nu naast de oprijlaan staat. In diens atelier ontmoette Vitra-directeur Fehlbaum de architect Frank Gehry, die prompt een invitatie kreeg om zijn eerste gebouw buiten de VS te bouwen.

Amper een kwart eeuw later is de Vitra Campus uitgegroeid tot een openluchtmuseum voor moderne architectuur. De conferentiezaal is het eerste gebouw van Tadao Ando buiten Japan. De brandweerkazerne is überhaupt het eerste gebouw van Zaha Hadid. Dat het benzinestation van Jean Prouvé en het paviljoen van Richard Buckminster Fuller zijn aangekocht, is niet meer dan een voetnoot in deze tastbare architectuurhistorie.

Het is een uitzonderlijke prestatie van Herzog & De Meuron dat ze in dit pretpark voor design- en architectuurliefhebbers een nieuwe publiekstrekker hebben gecreëerd, die een tussenstop op weg naar de skipistes meer dan waard is. Je zou er zelfs bijna vergeten dat er ook nog stoelen en tafels moeten worden verkocht.

Meer over