DIVERS

De Elfstedentocht van 1963 (bar, hels, martelgang) is een van de meest uitgemolken gebeurtenissen uit de Nederlandse sporthistorie. Het woord 'rayon' hoeft maar te klinken, of overal worden de archieven over die Tocht der Tochten weer klaar gelegd....

HAN VAN GESSEL; JAN LUIJTEN; ADRIAAN DE BOER

Martelgang '63

Uitgemolken of niet, sportjournalist Jacob Bergsma heeft het aangedurfd het hele verhaal rond de Elfstedentocht van 1963 nog eens uitgebreid te boekstaven in Ontberingen - De sport en zijn helden in de barre winter van '63 (Scheffers; ¿ 24,90). Hij doet dat aan de hand van interviews (eerder in verkorte vorm verschenen in Sport International) met onder anderen radioverslaggever Dick van Rijn, televisiereporter Arie Kleijwegt, Friese crack Jeen van den Berg en langebaanschaatser Henk van der Grift. Kennelijk om het geheel wat op te dirken worden de verhalen aangevuld met de belevenissen van Feyenoord in die periode en de eerste vrouwelijke wedstrijdschaatsers.

Veel nieuws bevat Ontberingen niet; het boek heeft meer pretenties dat het waarmaakt. Van een 'fascinerend portret van Nederland en de Nederlanders anno 1963' is alleen in de fantasie van de uitgever sprake. Voor een auteur die de Elfstedentocht tot centraal thema van zijn boek maakt, is het bovendien merkwaardig dat hij de tocht in de vroege ochtend van 18 januari 1963 laat beginnen in Posthuma's carrosseriebedrijf aan de Verlengde Schans 'in Heerenveen' (zal Leeuwarden leuk vinden). En de eerste Nederlandse wereldkampioen langebaanschaatsen was niet Coen de Koning, maar Jaap Eden.

In Op het ijs (Prometheus; ¿ 24,90) bundelde Max Dohle de naar zijn mening 'mooiste schaatsverhalen uit de Nederlandse literatuur'. Daartoe behoren fragmenten en stukken uit werk van Maarten 't Hart, Remco Campert, Godfried Bomans, Simon Vestdijk, A.F.Th. van der Heijden, Jan Mulder, Nico Scheepmaker, Karel van het Reve en Herman Pleij. Komisch is het gedicht 'Elfstedentocht', waarin Ivo de Wijs de tocht tegen de klok in maakt. 'De tiende plaats, nog één etappe/ Nog eventjes naar adem happen/ Dan kom ik bij de finish aan/ Koog aan de

Zaan/ Koog aan de Zaan?/ Dan is er toch iets misgegaan'

Mart Smeets bundelde traditiegetrouw een nieuwe reeks sportbelevenissen van het voorbije, Olympische jaar in Hoezo bezeten? (Veen; ¿ 16,90), met 'spillepoot' Zandstra in de afdeling 'ijs'. Mooi zijn zijn 'Herinneringen aan mijn vader', die hem meenam naar de Tourstart op het Stadionplein in Amsterdam in 1954.

Han van Gessel

Bloedig China

De eeuw van China (Anthos; ¿ 89,50) is een fraai uitgevoerd boek over een bloedige en bewogen geschiedenis. Gedurende de afgelopen honderd jaar hebben zich enorme veranderingen voltrokken; China beleefde verschillende revoluties en werd geteisterd door gruwelijke oorlogen. De keizer moest aftreden, waarna eerst nationalisten en vervolgens (na de Tweede Wereldoorlog) communisten onder leiding van Mao Zedong de macht veroverden. Thans probeert China communisme en kapitalisme met elkaar te verzoenen.

Bij De eeuw van China strijden kijken en lezen om de voorrang. Want in dit boek wordt de jongste geschiedenis van het uitgestrekte land ook zichtbaar gemaakt, veelal aan de hand van oude, soms gruwelijke foto's. Het traditionele China wordt onder meer geïllustreerd met foto's van ingebonden vrouwenvoeten en van de keizerin-douairière Cixi, gezeten in een draagstoel en omringd door eunuchen. De opstand in 1900 van de Boksers - verarmde Chinese boeren, genoemd naar de vechtsport die ze bedreven, in verzet tegen de groeiende invloed van buitenlanders - wordt in beeld gebracht met een foto van onthoofde rebellen en een Japanse officier die het bloed van zijn zwaard veegt.

De foto's, opgediept uit archieven en musea en volgens de flaptekst veelal nooit eerder gepubliceerd, zijn van de nodige uitleg voorzien. Zij krijgen echter nog eens extra diepgang door de tekst van China-kenner Jonathan D. Spence en Annping Chin, beiden verbonden aan de universiteit van Yale. Zij hebben op toegankelijke wijze de jongste geschiedenis van China beschreven, al kost het enige moeite alle namen uit elkaar te houden.

Die geschiedenis was er vooral een van bloed en tranen. China was jarenlang een diep verscheurd land. Tijdens de wrede Japanse bezetting werden miljoenen Chinezen gedood. Na 1945 volgde de burgeroorlog en na 1958 tijdens Mao's 'Grote sprong voorwaarts' stierven opnieuw miljoenen mensen. Democratie, waarover in de jaren twintig wel werd gesproken, heeft nooit een kans gekregen. Ook de laatste poging daartoe - de democratiseringsbeweging van de studenten op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking - werd in juni 1989 in bloed gesmoord. De laatste foto's tonen die 'nachtmerrie van geweld', gevolgd door foto's over de huidige tegenstelling tussen de nieuwe rijken van de economische hervormingen en de oude armoede.

Jan Luijten

Britten met toque

De Britse kok Pat Chapman is oprichter van de Curry Club, die in woord en geschrift het veelzijdige gerecht met die kruidige verzamelnaam propageert. De internationale vereniging telt volgens hem vijftienduizend leden, van wie er vijftien Curry heten of Curries en - geen curry zonder rijst - twintig Rice.

Chapman schrijft ook kookboeken. Zijn Thai Restaurant Cookbook, waarmee ook hij de overstap maakt naar een keuken die sterk aan populariteit blijft winnen, valt op door de heldere aanwijzingen (Hodder & Stoughton, import Nilsson & Lamm; ¿ 48,55). Een handvol Thaise recepten ook in Savouring the East, waarin Chapmans landgenoot David Burton over de halve globe raast. Zijn Oosten begint direct voorbij Greenwich en omvat Turkije, Marokko, Egypte, Iran, Afghanistan, India, Pakistan, Singapore, Macao, Maleisië, Indonesië, China en Japan (Faber & Faber, import Nilsson & Lamm; ¿ 51,80).

Marguerite Patten schrijft over alles. De productie van deze Cookery Queen omvat meer dan honderdzestig kookboeken - van klassieke Britse gerechten en thee tot inmaaktechnieken. Haar nieuwste heet Soups: koude, makkelijk te bereiden, vetarme, en heldere soepen van over de hele wereld, met vlees erin, fruit, vis, groenten en/of bonen. De receptuur is duidelijk, alleen ontspoort af en toe het register: niet alles is op de aangegeven pagina's terug te vinden (Bloomsbury; import Penguin Nederland; ¿ 57,45).

Prue Leith is restauranthouder, Caroline Waldegrave hoofd van de kookschool die zij gezamenlijk runnen. Het tweetal stelde onder meer Leith's Cookery Bible samen, een veelomvattende en hoogst gevarieerde receptenverzameling, mede bijeengebracht en beproefd door hun leraren en leerlingen. De eerste editie, uit 1991, is herzien en uitgebreid. Er is weinig dat niet aan bod komt op deze zevenhonderd pagina's (Bloomsbury; import Penguin Nederland; ¿ 79,-).

Polly Tyler - ooit onderdirecteur van Leith's School of Food and Wine - heeft zich toegelegd op kleine porties. In Leith Cooking for One or Two houdt ze het spannend en toch eenvoudig: niemand slooft zich alleen voor zichzelf een halve avond uit (Bloomsbury; import Penguin Nederland; ¿ 44,35).

Adriaan de Boer

Taaie Hillary

Het door de Amerikaanse journalist David Brock geschreven boek The Seduction of Hillary Rodham (The Free Press; ¿ 57,45) maakt vooral twee dingen duidelijk: de feministische, linkse en sociaal bewogen Hillary heeft zich ter wille van de ook door haar zeer gewilde politieke carrière van echtgenoot Bill Clinton steeds weer moeten aanpassen, en in hun politieke partnerschap is Hillary de sterkere en meer doortastende.

Opmerkelijk is dat Brock heeft geprobeerd een genuanceerd beeld van Hillary Clinton te schetsen, terwijl de journalist wordt gerekend tot rechts, dus daar waar in de VS de grote tegenstanders van de Clintons zitten. Brock was ook degene die in 1993 in de American Spectator het verhaal publiceerde over de veiligheidsagenten die Clinton in Arkansas hadden geassisteerd bij zijn overspelige leven.

Het kleine, zuidelijke Arkansas, waar Clinton werd geboren, komt in het boek slecht weg. In deze conservatieve staat, waar geld en politiek hand-in-hand gingen en het gevaar van schandalen levensgroot was, werd Clinton in 1978 voor het eerst gouverneur. Hier kwam ook de zeer talentvolle Hillary, die net als Bill in Yale rechten had gestudeerd, terecht. Ze dacht dat ze als echtgenote van Clinton haar eigen identiteit - ze bleef zich Hillary Rodham noemen - zou kunnen behouden en ook een eigen werkkring zou kunnen hebben. Ze werd partner in een bekend advocatenkantoor in Little Rock.

In deze kleine hoofdstad van Arkansas voltrok zich de eerste metamorfose van Hillary. In 1980 verloor Clinton de verkiezingen, waarna Hillary besloot te gaan werken aan zijn politieke terugkeer. In 1982 werd hij opnieuw gekozen tot gouverneur van Arkansas, en zou dat blijven tot zijn verkiezing tot president. Maar dit betekende wel dat Hillary haar meisjesnaam moest opgeven, haar uiterlijk moest veranderen en zich intensief met de politiek moest inlaten.

Haar politieke activiteiten en werkzaamheden als advoctaat maakten haar echter kwetsbaar, zo blijkt uit het boek. Ze raakte, vermoedelijk onbewust, betrokken bij verschillende affaires. Alle kritiek van de laatste tijd op de vrouw van de president acht Brock echter overdreven. Politiek, schrijft hij, is nu eenmaal een 'smerige zaak'. En hij deelt de mening dat Hillary in wezen een goed mens is.

JL

Donorijs

IJstransplantatie was het nieuwe woord waarmee Nederland in het begin van dit jaar werd opgeschrikt toen de organisatie van een Elfstedentocht in gang werd gezet. Drieks van Wissen, taalcolumnist voor Radio Noord, vond het maar niks, ook al omdat 'ook niet gesproken wordt van donorijs of van afstotingsverschijnselen als het nieuwe ijs plotseling scheuren gaat vertonen'.

De columns van Van Wissen over eigentijdse taalverschijnselen, aangevuld met enkele voordrachten, zijn gebundeld in . . .een doorn in mijn oog en een doorn in mijn oor - Een therapie voor taalangst (BZZToH; ¿ 19,50). Afgezien van de onzinnige ondertitel biedt de bundel een aantal aardige, speels beschreven observaties, zoals over prinses Irene's gewoonte met de bomen en dolfijnen te spreken ('ikzelf praat als leerkracht in het middelbaar onderwijs regelmatig tegen de banken') en het probleem van de chocoladeletters nu we ook te maken hebben met Ömer en Çetin.

Columnist Jan Kuitenbrouwer verzamelde in Hedenlands - Klein lexicon van het gaande en komende taaljaar (Prometheus; ¿ 16,90) een keur aan opmerkelijke taalverschijnselen. Onder 'Hedenlands' verstaat hij niet het Nederlands van de jeugd, maar 'het Nederlands dat nog jong is'.

Dat is wel een erg rekbaar begrip (wat is er jong aan het al jaren bestaande omni-gebruik van het voorzetsel rond?), maar het levert soms aardige vondsten op. Zo benoemde het Nederlands Visbureau de vis in een advertentiecampagne als zee-idee vanwege de 'stankassociatie'. In navolging daarvan zal, denkt Kuitenbrouwer, rundvlees wel 'land-idee' worden en gevogelte 'lucht-idee'.

HvG

Goed leven

Een van de meest verrassende boekjes van de laatste tijd op het gebied van filosofie en levensbeschouwing is Het goede leven - Ethiek voor mensen van morgen (Bijleveld; ¿ 29,90) van de Spaanse filosoof Fernando Savater. In de vorm van een gesprek met zijn 15-jarige zoon biedt hij een bont palet van beschouwingen over de ethiek van het dagelijks leven, speciaal toegesneden op de denkwereld van jongeren.

Thema's als vrijheid en verantwoordelijkheid, gedrag en moraal, seksualiteit, en het geheim van een goed leven worden op een onderhoudende manier aan de orde gesteld. Savater waarschuwt vooraf dat hij niet uit is op moraliserende antwoorden op praktische vraagstukken, zoals abortus, gewetensbezwaren of veilig vrijen. 'Het is naar mijn mening niet de taak van de ethiek om maatschappelijke discussies te beslechten, maar wel om elke discussie op gang te brengen.'

HvG

Meer over