Diva met een missie

Tien jaar is operazangeres Miranda van Kralingen (54) directeur van Opera Zuid waar ze ook regisseur is. Met de nieuwe voorstelling de/die/the Fledermouse haalt ze de operette naar de tegenwoordige tijd. De vijf grote emoties.

null Beeld Foto-illustratie No Candy
Beeld Foto-illustratie No Candy

Op de bühne', zegt de operadiva minzaam, 'moet je je personage op leven en dood verdedigen. Of het nu gaat om Tosca, Donna Anna of de heks in Hänsel und Gretel. Ik smijt mezelf d'r vol in. Blij, boos, bang, verdrietig, jaloers, alles geef ik, alles even intensief, helemaal geweldig, maar zodra ik de kleedkamerdeur achter mij dichttrek, is het klaar. Ik loop niet de hele dag hysterisch emotioneel te wezen.'

Zo ongewoon is dat niet, in uw wereld.

'Nee. Ik ben dol op opera, maar ik heb veel gestoorde types meegemaakt. Schreeuwen en huilen als mevrouw een te kleine kleedkamer had of als haar naam niet groot genoeg op het affiche stond. In Die Meistersinger van Wagner speelde ik een scène met een Finse tenor. Ik moest hem troosten en bij zijn schouders pakken enzo. Hij wilde niet aangeraakt worden: 'Du bist zu dominant.' Tja. Later begreep ik het wel. In de kleedkamer zat zijn Japanse vrouw heel braaf en stilletjes in kleermakerszit op hem te wachten. Komt er op het toneel ineens zo'n blonde woesterik aanzetten die écht wil spelen en stoeien.'

Cv Liliane Nicolette van Kralingen

5 januari 1960
Geboren in Oosterbeek.
1987 Sweelinck Conservatorium in Amsterdam.
1987 Doorbraak na masterclass Elisabeth Schwarzkopf met Vier Letzte Lieder van Richard Strauss.
1990 Buitenlands debuut met La Contessa in Braunschweig.
1994 Mimi in La Bohème (Puccini).
1996 Zeven rollen bij Komische Oper Berlin.
2002 Zingt Ave Maria van Schubert op bruiloft Willem Alexander en Máxima.
2004 Directeur Opera Zuid.
2008 Rol van Bianca Castafiore in de musical Kuifje.
2010 - 2013 Presentatie van TROS-radioprogramma Verzoek op Vier.
2014 Regie van De/die/The Fledermouse samen met Daniël van Klaveren.

Van Kralingen is getrouwd met altviolist Tjitte de Vries.

U bent vrij aards.

'Ik kan niet anders. Dat zijn mijn Friese genen.'

Zo aards dat u bij de douane op het vliegveld wordt aangehouden...

'Met bevroren zuurkool! Haha, ja. Er zat een karbonaadje bij dat er op het röntgenapparaat uitzag als een pistool. Wilden ze toch even checken. Dit heeft niks te maken met tuttige burgerlijke zuunigheid, hoor. Het is de humor van Tjitte (de Vries), mijn man. In de tijd dat ik dan weer naar het Komische Oper in Berlijn moest, zei hij: 'Nou Kraal, koken wordt natuurlijk weer niks met jou, want dat kan je niet, dus ik geef je in ieder geval voor twee dagen eten mee.' Ik ben zeker niet de girl next door die poseert en koketteert dat ze zo normaal is gebleven. Bewaar me. Ik bén niet normaal. Ik bén een tikje Rivella. In mij zit een bepaalde gekte, anders doe je dit vak niet - daar loop ik heus niet voor weg.'

Vrolijkheid Beeld Foto-illustratie No Candy
VrolijkheidBeeld Foto-illustratie No Candy

Zes jaar geleden speelde u Bianca Castafiore in de musical Kuifje. Was dat ook niet een mooie gelegenheid om de ernst en verhevenheid van opera te relativeren?

'Nou, ik werd gebeld door een serieus castingbureau om deze rol met mij te bespreken. Ik zei: 'Ik denk dat u een grapje maakt, goedemiddag.' Drie keer moesten ze terugbellen. Maar ik heb het gedaan. Natuurlijk! Wat kon mij dat schelen? Ik heb mij in dat dikmaakpak gehesen en verzon een loopje met de boezem vooruit. O Scarpio, avanti a diooooo...

'Die noot moest ik heel lang aanhouden, dan keek ik interessantdoenerig op mijn horloge van knap hè, en dan pats-pats-pats knalden de lampjes van de kristallen kroonluchter. Enig. Ik hield van die vrouw. Intens. Omdat ze zo ongelooflijk eenzaam is, om haar affectie voor kapitein Haddock. Die noemde ze kapitein Knakworst. Of kapitein Harrrrdrock. Ik had al best wat rollen gedaan, maar dit was een van mijn gelukkigste performances ever.'

In de operavoorstelling Tosca van Puccini pleegt Floria Tosca zelfmoord door van de burcht van Rome te springen. Op een avond hadden technici het matras verwisseld voor een trampoline: de gevierde sopraan stuiterde nog vier keer terug. Hebt u ooit zelf zoiets meegemaakt?

'Ik herinner me een optreden met een Russische tenor die fonetisch de Italiaanse klanken nadeed. Ook die man mocht ik niet aanraken. Maar ja, een liefdesscène spelen in je eentje, da's erg lastig. Ik raakte hem per ongeluk wel, en hij was zijn tekst volledig kwijt. Het duurde een maat of acht, maar ik hoorde de hele Italiaanse keuken voorbij komen. Spaghetti bolognese, quattro stagioni, frutti di mare... Ik stikte bijna van het lachen.

'Kijk, opera's als Fidelio en Othello zijn natuurlijk overweldigend mooi, dan denk ik niet in termen van humor. Die nuance wil ik wel maken. Maar met een lach kun je de spanning van het serieuze even breken. In Don Carlos zag de grootinquisiteur eruit als Sinterklaas. Dat kwam door zijn mijter. Dan kun je mij wegdragen. Wat ik nu probeer met Opera Zuid is: van opera muziektheater maken. Dat is mijn heden-verleden-toekomstanalyse. Hoe laat je de opera en operette voortbestaan, hoe laat je die verhalen aansluiten bij het heden? Niet modern om het modern, nee, hoe vind je aansluiting bij een jonger publiek?'

Opera Zuid speelt nu een eigentijdse versie van Die Fledermaus. Hoe heeft u deze operetteklassieker naar deze tijd getrokken?

'Via sociale media. Als je ziet hoeveel mensen in de weer zijn met mobieltjes, sms, e-mail, Twitter, Whatsapp. Hoe meer communicatiemiddelen, hoe minder contact, écht contact, fysiek en emotioneel. Soms ben je met iemand in gesprek die tegelijkertijd zit te sms'en. Ik haak af. In een restaurant zie je twee mensen aan een tafeltje allebei met een telefoon. Die hysterie van de sociale media zie je in onze voorstelling helder terug: in De/die/The Fledermouse lopen mensen te bellen en te whatsappen. In het begin van de eerste akte geeft Alfred een serenade voor Rosalinde. Op skype.

'De voertaal is Engels, dat maakt de operette begrijpelijker en flitsender. Het verhaal is ook beter te volgen. Een sleutelscène voor de plot is zichtbaar op een groot tv-scherm, in de loft van Eisenstein in New York. We zien een iPhone-filmpje van Falke, verkleed als Batman, die laveloos wordt achtergelaten op de trappen van het gerechtsgebouw. Nou ja, er valt enorm veel te lachen - ik denk dat óók een jong publiek hiervan gaat smullen.

'Ik moet wel zeggen: als het gaat om het mobieltje ben ik zelf ook verslaafd. Als artistiek leider en algemeen directeur van Opera Zuid heb ik altijd het idee dat ik 24/7 bereikbaar moet zijn. Dat ding staat altijd aan, tot twaalf uur 's nachts. Het eerste wat ik 's morgens doe is mail checken. Ik doe Tjitte enorm tekort. 'Ik ben er wel aan gewend', zegt hij. Zo erg is het al. Dat is dus fout!'

Woede

null Beeld Foto-illustratie No Candy
Beeld Foto-illustratie No Candy

Volgens ingewijden kunt u onwaarschijnlijk goed mopperen.

'Ja. Dat heb ik van mijn moeder, mijn lieve moeder. Zeker bij buitensporige drukte is het ernstig. Waarom wist ik dat nou niet? Hè. Had dat nou gewoon gezegd! Hè. Altijd dat hè. Ik ben een enorme controlefreak. Ik bemoei me met alles, tot de folders aan toe. Tijdens de regierepetities van de Fledermaus zit ik nauwlettend te kijken. Oh nee, denken de spelers dan, ze gaat het weer vóórdoen. Ik kan oeverloos zeuren over timing - geef die grap nou ná het dichtslaan van de deur. Ik ben gewoon betrokken. Al die jonge kunstenaars liggen mij zo nauw aan het hart.'

Bent u weleens buiten zinnen van woede? 'Ach, natuurlijk schreeuw ik weleens naar Tjitte: 'En nou is het klaar!' Dat noemen we opruimruzies. Is ook gezond. Maar verder... Ik flip nooit. Ik heb namelijk een bloedhekel aan mensen die hun emoties niet in bedwang kunnen houden en het maar even lekker gaan zeggen enzo. Get a shrink, denk ik dan.

'Rancuneus ben ik ook niet. Als iemand mij beledigt of bedondert kan ik hem een verbale rotschop geven, want ik ben aardig van de tongriem gesneden, maar dat zie ik niet als mijn taak. Ik kan wel cynisch worden. Dat is meer verstilde woede. Een snedige opmerking als: 'Zullen we dan maar de beste van de slechtste oplossing kiezen...?' Als ik met klei-ne pau-ze-tjes ga praten, is het mis.'

U kunt dan gevaarlijk worden?

'Dat is dan de interpretatie van de ander.'

Zit er in woede niet een rauwe, ongepolijste kant die u aantrekt?

'Nee. Ik vind het onbetamelijk. Als intendant heb ik eens meegemaakt dat een regisseur ging lopen schreeuwen tegen een bariton waar het hele koor bij was. Ik zei: 'Bitte meine Herren, kommen Sie mit.' Dat zinnetje schijnt nog heel lang op Facebook rond te zijn gegaan. In dit operahuis, onder mij, worden mensen niet afgefakkeld. Want daar krijg je alleen maar dichtgeknepen keeltjes van.'

Verdriet

null Beeld foto-illustratie no candy
Beeld foto-illustratie no candy

'Ik ben met zielepijn geboren.'

'Een oud citaat van mij. Ik denk... Ik sta daar niet meer achter. Da's eerlijk, hè?'

undefined

Is uw geschiedenis veranderd?

'Nee. De perceptie van mijn geschiedenis is veranderd. Alles wat in je jeugdjaren is gebeurd, ga je herkauwen, dat gaat door al die magen, magen, magen, tot het verwerkt is. Dan kijk je terug naar de beelden, maar de emotie erbij is weg. Niet dat je vergeten bent wat er is gebeurd, maar ik kan naar mijn geschiedenis kijken zonder pijn, zonder oud zeer. Zielepijn klinkt te zwaar.

'Ik was als kind erg gevoelig. Heel handig voor het vak dat ik heb gekozen, maar dat maakte me ook kwetsbaar. Ik was verlegen, onzeker. Het verdriet zat 'm vooral in de eenzaamheid. In het gezin, met drie veel oudere zusters en een autoritaire vader die alle aandacht naar zich toe trok. In die tijd, de jaren zestig, was dat gewoon zo. Ik had ook weinig anschluss bij leeftijdgenoten, omdat ik een ouwelijk kind was dat veel las enzo. Ik was toen al een tikje Rivella.

'Als puber had ik helemaal alles mee om nergens bij te horen. Ik had een bril, pukkels, een beugel en een flinke boezem. Mijn vader was leraar Frans op mijn school, dat hielp ook niet, daarom werd ik niet helemaal vertrouwd. Dat maakt je als puber wel verdrietig. Je denkt: hoe komt dat nou? Aan de andere kant: ik was lid van een ontzettend leuk kerkkoor. Mensen vonden dat ik heel mooi kon zingen. Dat was een escape.'

In wat voor zin?

'Dat had te maken met de mooie teksten. Ik herkende het verlangen en de melancholie in Vier Letzte Lieder van Richard Strauss. Mijn vader bracht mij al vroeg in aanraking met Franse poëzie. Veel gedichten zijn op muziek gezet door bijvoorbeeld Fauré of Debussy. Prison van Verlaine, bijvoorbeeld.

'Later had ik een enorme liefde voor Jacques Prévert, de man die Les feuilles mortes heeft geschreven, beroemd gemaakt door Yves Montand. Les feuilles mortes, dode bladeren. In poëzie kon ik mijn gevoelens terugvinden. De herkenning van: een ander heeft gevoeld wat ik voel. Ik ben dus niet alleen. Dat geeft troost.

'Ik weet heel goed hoe het is om het licht niet meer te zien. Om wakker te worden met zes vitrages achter je ogen. Dat alles grijs en ondoorzichtig is. Ik wéét wat het is. De laatste keer is alweer best lang geleden, maar ik weet nu ook: het gaat weer voorbij. Als je professioneel gaat zingen, heb je niks aan een depressie. 'Free spirit' staat er op mijn Linkedin, allemaal leuk en prachtig, maar niemand betaalt mij als ik niet kom. Dan zet je je snel over donkere gevoelens heen.'

Melancholie is wel een sterke onderstroom gebleven?

'Altijd. Over hoe de dingen waren, hoe de dingen kunnen zijn. Maar de zwaarte is minder. Toen ik 20 was, werd ik altijd depressief van de herfst. Nu denk ik: wat een mooie kleuren! Het is een soort overgave aan het leven die me vrijer en lichter maakt. Om met Simone Signoret te spreken: 'Nostalgie is ook niet meer wat het geweest is.'

Verdriet (2)

'Ik kreeg een telefoontje. Als een dolle ben ik naar het verzorgingshuis gereden. Ik kon mijn auto niet kwijt. Een wildvreemde Hagenees schoot me te hulp: 'Mevrooitje, za'k 'm dan effe wegzettuh?' 'Nou, graag.' Als je hem jat: ook goed. Ik ben naarbinnen gerend en ik was op tijd, gelukkig. Mijn moeder leefde nog. Ze had alzheimer. Niet dat ze kwijlend in de stoel hing, zeker niet, maar ze zei dan: 'Wat fijn dat u er bent.' Eigenlijk hadden we al veel eerder afscheid van haar genomen.

'Ik ben geboren op haar verjaardag, op 5 januari 1960. Dat vond ik altijd leuk, al hield mijn moeder van al haar dochters evenveel. Ik had een hechte band met haar, soms belden we wel drie keer per dag. Op haar begrafenis heb ik afschuwelijk gehuild. Er zijn foto's van mij dat je denkt: die vrouw is in paniek. Je moet haar loslaten, hè. Ik was allang geen kind meer, maar de dood van je moeder voelt toch als een laatste, definitieve afsluiting van een jeugd. Ook al was die in mijn geval niet zo onbezonnen: dat doet toch pijn.

'Ik trok mijn jas uit en pufte nog na. Ik was alleen met haar, in die kamer. Ze was al bijna weg. Ik zei: 'Mammie, ik hou van je, enne, ga maar naar iedereen die je liefhebt.' Ik vond het een mooie afsluiting, zo van: ik ben bij jou geboren, nu ga je bij mij sterven. Ik heb haar hand vastgehouden en gewacht tot het voorbij was. De autosleutels lagen keurig bij de balie.'

Angst

null Beeld Foto-illustratie No Candy
Beeld Foto-illustratie No Candy

Bent u bang voor de dood?

'Nee.'

Dat is een snel antwoord.

'Ik heb daar ooit een gevoel over gehad... Een paar jaar geleden had ik iets met mijn gezondheid. Ik wil er niet te diep op ingaan, maar ik dacht: o gut, nu staat het stopbord in de tuin. Het kan over zijn. Dat gaf paniek. Daarna werd ik rustig - ik had een zekere overgave. Ik geloof ook niet dat dit het eerste of het laatste leven is. Dat kan ik verder niet verklaren, zo voelt het wél.

'Een lieve, wijze vriendin zei me ooit: 'Iedere angst is een tralie van je eigen gevangenis.' Ik heb wel een zekere existentie-angst gekend. In 2002 kreeg ik een ontsteking in mijn rug. Wellicht zou ik nooit meer kunnen zingen. Wat dan? Tjitte zei: 'Maak je niet druk, in een caravan in Diever zijn we ook gelukkig.' Het is allemaal wonderbaarlijk goed gekomen. Dan ben ik gewoon weer m'n aardse en nuchtere zelf. Ik ben niet zo bang. Niet eens voor spinnen.'

Wel voor halfdode muizen die u zonder bril uit het afvoerputje haalde in de veronderstelling dat het een gebruikt theezakje was. U haalde naar eigen zeggen geen hoge C maar een hoge G.

'Dat was de schrik!'

Vrij van vrees. Echt?

'Ik heb wel kunstangst. Of had. Dat je voor een première misselijk in de coulissen staat, verlamd van de spanning dat je straks die hoge C niet haalt. Ik haal diep adem en denk: alleen kalmte kan u redden. Ik heb menig auditie verkloot door de zenuwen. Eén keer zat in een donker auditorium een man met een schemerlampje. Als hij het licht uitdeed, moest ik stoppen. Ongeveer zoals in het tv-programma Rodeo, waar het paard ging hinniken als de zanger niet beviel. Nou zeg, hoe onbeleefd is dát?

'Weet je waar ik wel bang voor ben? Dat ze Opera Zuid om zeep helpen. Zo van: het is toch al minder, we kunnen die club wel helemaal opheffen. Ik wil van opera muziektheater maken, geen zwartgallige, cerebrale, intellectualistische stukken voor de happy few. Ik hoorde eens zo'n kunstcommissielid zeggen: 'Al die zangers komen toch niet aan de bak.' Toen werd ik sarcastisch: 'Ja, en al die rechtenmeisjes die ik in mijn studententijd ontmoet heb bij Vindicat atque Polit zijn óók niet allemaal aan de bak gekomen.' Dat is ook niet erg. Het gaat toch ook om je loopbaan als mens?

'Bij Opera Zuid doen we op alle fronten aan talentontwikkeling. Niet alleen bij jonge zangers, regisseurs en decorbouwers, maar ook bij het iets oudere 'midcareer-talent' waar het in de cultuurverkenning over gaat. In Willem de Vries, die nu de hoofdrol van Eisenstein speelt in de Fledermaus, heb ik naast de zanger een formidabel acteur ontdekt. Het vergt talent om talent te herkennen - zegt zij onbeschaamd en met een stralende glimlach. Wie ziet het?'

Jaloezie

'Jalousie de métier ken ik niet. Ligt niet in mijn aard. Dat kan ik rustig zeggen, want ik héb al zoveel mooie rollen mogen doen. Als ik toevallig tweede of derde keus ben, kan me dat niks schelen. Want als ik de rol dan toch krijg, denk ik: het was toch voor mij voorbestemd. Jaloezie van anderen maak je wel mee. Toen ik mocht zingen op de bruiloft van Willem Alexander en Máxima, hoorde je van mensen: waarom zij? Jongens, daar kan ík toch niks aan doen?'

Ieder mens kent jaloezie. U dus ook.

'Vroeger, heel vroeger, toen ik net met Tjitte was, lette ik wel op. Wat doet-ie? Naar wie kijkt-ie? Op een verjaardag gaf een ex-vriendinnetje van Tjitte hem net even te veel zoenen. Ik hoorde mezelf zeggen: 'Klaar. Nu is het wel genoeg.' Ach, het is natuurlijk allemaal onzekerheid. Ik dacht nooit dat ik de leukste was. Gelukkig ging dat snel over. Jaloezie kost zo veel energie. Eigenlijk is het een nutteloze emotie.'

Vrolijkheid (2)

undefined

Samen flipperen, hoe doe je dat?

'Ik rechts van de kast, hij links. Zo heb ik Tjitte leren kennen, in de Schouwburgbar in Groningen, met een paar vrienden. Ik vond het een lekkere, rustige, stabiele jongen, en ik was best wel een wild, alles uitproberend typje. We kregen het voor elkaar om dat balletje nog best lang in het spel te houden - wellicht toch een voorteken voor de 33 jaar die zouden volgen. Al had dat ook te maken met het geduld en doorzettingsvermogen van Tjitte, haha.'

Behalve sturm und drang kende u ook die melancholie. Klopt het dat hij in staat was de zwaarte enigszins af te romen?

'Zeker. Tjitte heeft een omarmend karakter, met zo veel humor, zo veel liefde. Nog steeds. Op sommige dagen denk ik: good lord, wat is het weer druk. Dan zegt hij ineens: 'Kom op, Kraal, we gaan rijden.' Dan lach ik al. We stappen in de auto, we bekijken een prachtig stuk Friesland en drinken daarna nog ergens koffie. Gewoon: het licht binnenlaten. Ik zit te veel binnen. Ook in mijn hoofd. Hij zet de luiken open, hij laat me schateren, hij maakt knallende ruzie met me terwijl er toch niets stukgaat. Als je zo begrepen wordt... Dus ja, dat is de oplossing geweest voor die ultieme eenzaamheid. Ik ben van nature toch vrij serieus. Denk ik.'

Vrolijkheid lijkt aan de winnende hand.

'Ik werk eraan.'

Het Amsterdamse kunstenaarsduo No Candy portretteerde Miranda van Kralingen in haar vijf grote emoties.

Meer over