Tipsklassieke muziek streamen

Dit zijn de zeven lessen van de livestream in de klassieke muziek

Klassieke muziek en livestreams vormen nog geen gelukkig huwelijk. Wat kan er beter? En wat was wel echt de moeite waard?

null Beeld Anna Boulogne
Beeld Anna Boulogne

Sinds Nederland in maart 2020 in ‘intelligente lockdown’ ging, streamen we ons te pletter. Er waren perioden dat je je als liefhebber schermvrij aan de kunsten kon laven, maar al ruim veertien maanden is de stream de standaard. De verwachting is dat de opgenomen optredens zullen blijven, ook als we in juni wel weer en petit comité naar een concertzaal kunnen. Er kan immers nieuw publiek mee worden bereikt. En of iedereen weer net zo veel concerten zal bezoeken als vóór de pandemie, is de vraag.

Maar waar het enthousiasme voor streams onder bijvoorbeeld toneelliefhebbers behoorlijk groot is, lijkt het animo onder de klassiekemuziekconsumenten kleiner. De meest voor de hand liggende reden: van het geluid van een symfonieorkest in een mooie zaal blijft weinig over als je het uit armoedige laptopspeakertjes probeert te persen.

Toch zijn er ook nog veel zaken die de streamenden in de klassieke muziek beter zouden kunnen doen. Zo heeft het me verbaasd dat ik het afgelopen jaar zo veel concerten voorbij heb zien komen waarin toch werd gewedijverd met het oude normaal. Dan zag je een orkest op het podium, de musici vanwege de coronamaatregelen iets verder van elkaar vandaan, waarin een gewoon programma werd afgedraaid, alleen dan met een paar camera’s erbij.

De livestream werd, kortom, vaak helemaal niet benaderd als een nieuwe vorm met nieuwe mogelijkheden. Na ruim een jaar beroepsmatig streamen, zijn dit mijn suggesties.

1. Zorg dat de stream niet lijkt op een concert zonder publiek

Maandagavond was op NPO Extra een registratie te zien van de Tweede symfonie van Mahler door het Concertgebouworkest onder leiding van toenmalig chef-dirigent Mariss Jansons. De opname dateert van 2009. Zo lang geleden is het niet, maar het voelde alsof ik naar een opname uit een ander tijdperk keek, een gouden periode. Niet alleen omdat Jansons in 2019 is overleden, maar vooral omdat orkest, koor en het publiek achter het podium zo dicht op elkaar zaten.

Een volle zaal oogt toch een stuk leuker dan een lege. Je ziet ongeregisseerde mensen in beeld die óók aandachtig luisteren, die op de muziek reageren. Dat helpt je eigen betrokkenheid te vergroten. Die betrokkenheid is bij een stream juist zo kwetsbaar. Wie een concert op zijn computer kijkt, zit in veel gevallen met zijn vingers dicht bij het toetsenbord, klaar om weg te klikken.

Laetitia Gerards Beeld Anna Boulogne
Laetitia GerardsBeeld Anna Boulogne

Dan moet je dus geen genoegen nemen met iets wat eruitziet als een uitgeklede versie van wat de toeschouwer gewend is. Je moet de aandacht vasthouden door te verrassen, inhoudelijk en visueel.

Tuurlijk, ook al werd er niet zo veel geëxperimenteerd als gehoopt, er waren zeker prachtige streams, ook in ‘gewone’ setting: Brahms’ Eerste symfonie door het Nederlands Philharmonisch onder leiding van Hartmut Haenchen bijvoorbeeld. En hoe de jonge violist Sylvia Huang in Mozart soleerde bij haar eigen Concertgebouworkest, zullen we ook niet vergeten. Opera doet het vanzelfsprekend iets beter op beeld – zie bijvoorbeeld de L’elisir d’amore die zondag online in première ging (een co-productie van de Reisopera, DNO en Opera Zuid). En we juichten over Sgt. Pepper’s Lonely Cello Band, door het Cello Octet vanaf de Cello Biënnale, helaas wegens rechten offline.

2. Kom met iets wat we nog niet kennen

Maar wanneer had je het gevoel dat je naar een nieuwe benadering keek? Een geslaagd concept, was de concertfilm die Nander Cirkel maakte van Pynarello en sopraan Laetitia Gerards. Het hielp dat het ensemble staand speelt en beweegt en eens niet optreedt in zwarte jurken en kostuums. Door dynamisch camerawerk stond je middenin de groep en zat je de sopraan dicht op de huid, waardoor de teksten over internetkabels, peterselie en zeekomkommers nog harder binnenkwamen.

Dat door Gerards gezongen stuk was de kakelverse liedcyclus A Lock Without a Key, gecomponeerd door Thomas Beijer. De makkelijkste manier om te verrassen, is om nieuwe muziek te programmeren. Er zijn in Nederland voldoende componisten die iets kunnen.

3. Laat zien wat we normaal niet zien

Wie een stream maakt, hoeft zijn camera’s niet alleen op het podium te richten. Je kunt als artiest de kijker ook meenemen naar bijvoorbeeld de kleedkamer. Laat ons zien wat we normaal niet te zien krijgen. Helaas zijn de meeste klassiekemuziekstreams toch behoorlijk statisch.

Een uitzondering – hoewel technisch gezien geen stream, want op Goede Vrijdag zowaar op primetime op NPO 2 vertoond – was de registratie van de Johannes-Passion, uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging. Niet dat beeldregisseur Ferenc Soeteman ons meenam naar de kleedkamers, hij toonde ons wel smaakvol alle hoeken van de Grote Kerk van Naarden. Dat is heel wat beter dan twee uur lang met een houten reet op een kerkbank zitten.

4. Interactie kan echt iets opleveren

Misschien zouden de streamende klassieke musici ook eens kunnen kijken hoe het er in de pop aan toe gaat. Tijdens de eerste lockdown, toen musici zich nog zorgen maakten om een paar weken aan gemiste concerten in plaats van een heel verlopen seizoen, gaf het Nederlandstalige duo Clean Pete concertjes via Facebook, gewoon vanaf de bank in de eigen huiskamer. Het leuke daaraan was dat de tweelingzussen Loes en Renée Wijnhoven na elk nummer de reacties bekeken en daar weer op reageerden.

Zoiets heb ik, op een enkele albumpresentatie na, in de klassieke muziek nog niet gezien (sowieso schreeuwt nooit eens iemand een verzoeknummer door de zaal). Terwijl het zo leuk zou zijn om direct na bijvoorbeeld een Schubert-lied te weten te komen waarom een zanger bij een bepaald woord een bepaald accent legt, of de betekenis verklaart. Zo kan een stream een ideale manier zijn om de afstand tussen de artiest en de luisteraar te verkleinen.

Thomas Oliemans Beeld Anna Boulogne
Thomas OliemansBeeld Anna Boulogne

5. Een goede stream gedijt bij vaart

Over Franz Schubert gesproken: een van de leukste streams die ik heb gezien, was die van Thomas Oliemans. Hij is een gevierd bariton, maar door de streamerij ontdekte ik dat hij ook geweldig piano speelt. Vanuit het Utrechtse TivoliVredenburg zong hij liederen van Schubert en Harry Bannink door elkaar, waarbij hij zichzelf begeleide. Tussendoor vertelde hij over de nummers, vol liefde voor de muziek. Oliemans’ timing bleek meesterlijk, er werd geen seconde verspild. Lange pauzes bij streams kun je eigenlijk niet hebben.

6. Regel een regisseur die de muziek kent

Beeld is sturend. Hoor je een orkest maar zie je de klarinettist in beeld, dan ben je geneigd de klarinet harder te horen – zoals we in het dagelijks leven ook allerlei geluiden wegfilteren omdat we slechts op onze gesprekspartners letten.

Des te belangrijker is het dat er iemand bij een livestream betrokken wordt die de partituur kent en dus weet op wie je de camera’s moet richten. Zo had het nieuwe celloconcert van Jan-Peter de Graaff voor het Noord Nederlands Orkest en Maya Fridman een betere beeldregie verdiend, eentje waarbij niet op precies de verkeerde momenten op volstrekt willekeurige tutti-spelers werd ingezoomd.

Liza Ferschtman Beeld Anna Boulogne
Liza FerschtmanBeeld Anna Boulogne

7. Behoud het live-gevoel

In maart en april 2020 kon je nog weleens het gevoel hebben dat je weliswaar thuis zat, maar wel net als die andere thuisblijvers met een vergelijkbare smaak naar dezelfde optredens keek: zo gek veel livestreams waren er nog niet. De Doelen in Rotterdam begon met een ambitieuze serie lunchbreakconcerten (hoogtepunt, wat mij betreft: violist Liza Ferschtman die Ysaÿe speelde), uit Amsterdam kwamen de Empty Concertgebouw Sessions, waar je de – op de musici na – lege zaal in keek.

Dat gevoel dat je in een bijzondere situatie verkeerde, verwaterde naarmate de pandemie langer duurde en er meer streams kwamen, die bovendien vaak vantevoren werden opgenomen en gemonteerd.

Sieuwe Kooistra, die als medewerker van TivoliVredenburg de streams verzorgt, zei in maart in de Volkskrant dat een stream het best werkt als je wel ‘de urgentie’ voelt van een concert: de opname moet er in één take op staan. Ik weet niet of dat betere resultaten oplevert, want het kan er ook toe leiden dat een musicus minder risico’s neemt. En de spontaniteit is een van de dingen die een stream zou moeten onderscheiden van een doortimmerde interpretatie op een album.

TivoliVredenburg heeft de coronatijd benut om een infrastructuur voor livestreams op te zetten. Ze blijven, of je ze nou leuk vindt of niet. En wie niet van streams houdt, kan natuurlijk altijd nog een dvd’tje aan zetten.

Waar kan ik terecht?

Orkesten zoals het Concertgebouworkest en Rotterdams Philharmonisch bieden op hun eigen websites streams aan. Een must is AllofBach.nl van de Nederlandse Bachvereniging, dat al Johann Sebastian Bachs werk gratis online wil zetten in beeld en geluid. Verder bieden sites als Medici.tv, Operavision.eu en Mezzo.tv een schatkamer aan opera’s en klassieke concerten. Bijna alle in dit artikel genoemde optredens zijn te vinden op YouTube.

Meer over