Boekrecensie

Dit unieke, veelzijdige boek laat zien wat we de natuur hebben aangedaan, en hoe het beter kan ★★★★★

Er is een hoopvolle toekomst voor de Nederlandse natuur, stellen de auteurs van deze genuanceerde studie. Maar dan moeten we haar wel permanent in de gaten blijven houden.

null Beeld Leonie Bos
Beeld Leonie Bos

De bossen op de hellingen in Zuid-Limburg leverden dankzij zorgvuldig beheer eeuwenlang zowel brandhout als hout voor huizenbouw. Om de pakweg tien jaar werden de struiken verwijderd (dat was brandhout), terwijl de grote bomen mochten doorgroeien en veel later werden benut. Het resultaat was een gevarieerd bos waarin veel zeldzame kruiden groeiden. Maar de afgelopen eeuw verdween de vraag naar brandhout én naar bouwhout. De bossen werden aan hun lot overgelaten. Ze groeiden dicht en de biodiversiteit holde achteruit. Nu wordt op enkele plaatsen het oude bosbeheer weer ingevoerd en keren de kruiden daar terug.

Ook in de duinen keerde de biodiversiteit van vroeger terug. Al anderhalve eeuw wordt drinkwater aan de duinen onttrokken. Het gevolg was dat ze verdroogden. Natte duinvalleien werden dorre plekken. Daarom wordt sinds een halve eeuw rivierwater naar de duinen gepompt, om aan de stijgende vraag naar drinkwater te voldoen. Zo kwamen de natte duinvalleien terug. Maar rivierwater bevat te veel mineralen, waardoor de duinvalleien er heel anders uitzagen dan daarvoor. Tegenwoordig wordt het rivierwater eerst gezuiverd – en het resultaat is ‘verbluffend’, schrijven de auteurs van De ontdekking van de natuur. De nieuwe natte duinvalleien vertonen de diversiteit van weleer.

Hoopvolle toekomst

Boeken over de Nederlandse natuur zijn vaak klaagzangen over wat er allemaal is verdwenen of verloren dreigt te gaan. Zo niet dit boek. Na twintig eeuwen van achteruitgang durven de auteurs een hoopvolle toekomst te schetsen. Voorwaarde is wel dat we onze verantwoordelijkheid nemen. Het hellingbos en de duinvallei zijn voorbeelden van wat ze ‘de tweede domesticatie’ noemen. De eerste keer dat de mens de Nederlandse natuur domesticeerde, was tienduizend jaar geleden. Er verschenen landbouwgewassen en huisdieren, de natuur werd gemanipuleerd voor de productie van nuttige zaken. Dat leverde soms méér natuur op, zoals in Limburg, maar al met al vond er een catastrofale kaalslag plaats dankzij veenafgraving, de Afsluitdijk, het Deltaplan, de ruilverkaveling tot aan de intensivering van de landbouw.

Maar De ontdekking van de natuur biedt veel meer dan voorbeelden van geldzucht en onwil. Het boek combineert op unieke wijze onze economische geschiedenis met de ontwikkeling van de biodiversiteit. Die laatste wordt gereconstrueerd aan de hand van archeologische vondsten, reisverslagen, kronieken, kookboeken en, van heel recente datum, tellingen. Vier experts leverden hoofdstukken aan. Hier en daar zijn de stilistische breuklijnen nog zichtbaar en stapt de lezer van een weids historisch landschap plotseling in een veld vol Latijnse soortnamen. Zorgvuldige eindredactie heeft ervoor gezorgd dat die overgangen zelden storend zijn. Zo ontstond een unieke inventarisatie van wat we de natuur hebben aangedaan. En van hoe het beter kan.

Alles volgens plan

Toen omstreeks 1900 het besef doordrong dat de natuur in rap tempo aan het verdwijnen was, ontstond het beeld van een ongelijke strijd tussen mens en natuur, waarbij hooguit een paar ‘natuurmonumenten’ gered konden worden. Op het dieptepunt van de vaderlandse biodiversiteit, zo rond 1970, leek zelfs dat te hoog gegrepen. Maar er volgde een omslag. Nu, tijdens de ‘tweede domesticatie’, gaat het nog steeds om het manipuleren van de natuur, ‘maar om de natuur te behouden en te ondersteunen’. Sommige van die pogingen zien er knullig uit, zoals de introductie van grote grazers. Andere slagen wonderwel, zoals de Marker Wadden. Bezoekers hebben nauwelijks in de gaten dat elke zandplaat, elke geul, elke steen in dit nieuwe stukje natuur volgens plan is aangebracht. En dat het permanent onderhoud vergt. Al was het maar om te voorkomen dat de wilg straks alles overwoekert.

Het cliché van de vijandschap tussen mens en natuur maakt plaats voor een genuanceerde visie. Tachtig jaar geleden beschouwde de nestor van de Nederlandse natuurliefhebbers, Jac P. Thijsse, het konijn (ooit Romeinse import) als een enorme bedreiging voor de duinen. Wat hem betreft mochten ze worden uitgeroeid. Nu zijn deze knagers en gravers volgens de auteurs, ‘misschien wel het beste middel om de verscheidenheid aan levensgemeenschappen duurzaam te behouden’. Maar we houden ze in de gaten. De natuur kan niet zonder ons, luidt de conclusie. ‘Zoals het drama van de Oostvaardersplassen laat zien, kan de mens zich niet terugtrekken en hopen dat er spontaan een rijke wildernis ontstaat.’ Er is toekomst voor de Nederlandse natuur, ‘maar we zullen het als mensen zelf moeten willen en doen’.

null Beeld Prometheus
Beeld Prometheus

Jan Luiten van Zanden, Thomas van Goethem, Rob Lenders en Joop Schaminée: De ontdekking van de natuur. Prometheus; 328 pagina’s; € 24,99.

Meer over