WakkerlandsJan Kuitenbrouwer

Dit is wat de identiteitsbeweging doet: zij is haar eigen kroeggevecht begonnen

null Beeld

Meepraten voor beginners: Jan Kuitenbrouwer schrijft het woordenboek van de verbale burgeroorlog die we het ‘openbaar debat’ noemen. Voor de identiteitsbeweging geldt elke vorm van ongerief als ‘geweld’.

De politiek is een kroeggevecht, schreef politicoloog Elmer Eric Schattschneider. Als het eenmaal bezig is, heeft het niet veel zin meer je erin te mengen. Je kunt beter in een andere kroeg je eigen gevecht beginnen. ‘The most devastating kind of political strategy is the substitution of conflicts.’

Dit is wat de identiteitsbeweging doet: zij is haar eigen kroeggevecht begonnen. Bij een nieuw conflict hoort een nieuwe taal, die de werkelijkheid opnieuw definieert en jou gelijk geeft. Daarom is de identiteitsbeweging zo productief als taalvernieuwer. Ze wil iets zichtbaar maken waar wij geen acht op slaan, en gebruikt daar woorden voor waar we wél acht op slaan. Zo kwam ze bijvoorbeeld tot het begrip —> microagressie. Ook beneden de grens van wat doorgaans onder ‘agressie’ wordt verstaan, vindt agressie plaats. In microvorm: een blik, een zucht, een stilte. Een nano-krenking. Fijnstof bestaat niet, het zijn granaatsplinters. Je kijkt door een microscoop naar een vlo: wat een monster!

In je handen klappen voor een spreker wordt een —> anxiety trigger. In plaats van applaus wordt in radicaal-woke kring dus geluidloos met de handen gewapperd, de zogeheten —> jazz hands. Het begrip —> trigger is zelf ook een voorbeeld van deze verheviging: alleen wapens hebben een trekker. Ook het begrip —> veiligheid wordt opgerekt, ‘onveilig’ wordt: niet volledig op je gemak. Het menselijk verkeer als slagveld.

Ook de definitie van —> geweld is aan de wandel. Geweld heeft veel betekenissen, maar wat oorlogsgeweld, politiegeweld en huiselijk geweld met elkaar gemeen hebben, is de toebrenging van letsel aan een slachtoffer. De identiteitsbeweging verruimt de definitie. Ook woorden zijn geweld, vinden zij. En ze draaien de logische relatie om: niet waar geweld was, is letsel, maar: waar letsel is, was geweld. Elke vorm van ongerief is ‘geweld’. Dat mag worden beantwoord met tegengeweld.

Die verruiming van de geweldsdefinitie geldt voor de tegenstander; voor de medestander wordt hij juist vernauwd. Critici van de identiteitsbeweging, iemand als Jordan Peterson, wordt het optreden onmogelijk gemaakt omdat hun woorden ‘geweld’ zijn. Maar fysiek geweld tégen zulke sprekers is gerechtvaardigd, want dat is —> zelfverdediging.

In een poging die stap intellectueel te verantwoorden schreef identiteitsactivist Vicky Osterweil het boek In Defense of Looting. De plunderingen in Amerikaanse steden naar aanleiding van de moord op George Floyd waren volgens haar legitiem. Het —> cisheteropatriarchale kapitalisme werd gegrondvest op geweld, dus wie dat systeem omver wil werpen mag ook geweld gebruiken, vindt Osterweil. ‘Rellen zijn gewelddadig, extreem en femme as fuck. Ze rijten, scheuren, verzengen en zijn de geboorte van een nieuwe wereld.’ (—> femme is een vorm van subversieve, homoseksuele vrouwelijkheid). Geweldloosheid noemt Osterweil ‘een bankroet concept’, alleen nuttig om de links-liberale elite te paaien.

Black Lives Matter gaat nog verder en zegt: silence is violence. Niet alleen woorden, zelfs de afwezigheid van woorden kan gelijkstaan aan geweld. Zo wordt toegewerkt naar de stap van verbaal naar fysiek geweld, precies als bij een kroeggevecht.

‘Stilte is geweld.’ Tja. Zwijgen kán natuurlijk verkeerd zijn, dat ziet iedereen, onder bepaalde omstandigheden is het zelfs misdadig, maar om het nou ‘geweld’ te noemen?

Meer over