Dit is het plan voor het eigen museum van 's werelds invloedrijkste fotograaf

Martin Parr (65), misschien wel de invloedrijkste fotograaf ter wereld, richtte een museum op voor het werk van Britse fotografen, dat 25 oktober wordt geopend. De Volkskrant wandelde vast met hem door zijn museum, in zijn woonplaats Bristol. Hij verwacht niet dat het druk zal worden.

Martin Parr op het kerkhof vlakbij zijn nieuwe museum.Beeld Hans van der Meer

Niet lang nadat fotograaf Hans van der Meer is geland in Bristol, een grote stad in het zuidwesten van Engeland, wordt hij meegetroond naar een kerkhof. Dat is de plek, zo heeft zijn vakgenoot en vriend Martin Parr bepaald, waar de foto's bij dit interview geschoten dienen te worden. Typisch Parr.

De Engelse fotograaf en verzamelaar is internationaal beroemd vanwege zijn humoristische foto's, maar neemt ook graag zichzelf op de hak. In 2000 bracht hij een boek uit met portretten die hij tijdens zijn vele reizen door plaatselijke studiofotografen van zichzelf had laten maken. Autoportrait verscheen vlak voordat het selfie-tijdperk zou losbarsten: Parr verkleed als sjeik in Abu Dhabi, Parr gephotoshopt in een opengesperde haaienbek in Benidorm, Parr vreselijk ouderwets gekiekt in Mexico-Stad, Parr in een judopak naast een bordkartonnen Poetin in Yalta.

En nu dus dat kerkhof.

Voor zover de onlangs 65 geworden fotograaf weet, is zijn verscheiden niet aanstaande. 'Ik verkeer in een relatief goede gezondheid.' Maar hij is wel druk met een aantal kwesties die een 'waterscheidingsmoment' vormen. 'De voorbereiding op het leven na de dood', zegt hij op een toon die het midden houdt tussen spot en ernst.

Een half uurtje lopen van het centrum van Bristol, langs de weg naar het toeristenstadje Bath, ligt 'Paintworks', een verzameling van oude gebouwen. Het huisvestte ooit een verffabriek en biedt nu onderdak aan ruim vijftig veelal creatieve bedrijven. Op een aanpalend terrein is een nieuwbouwwijkje verrezen. Hier heeft Martin Parr, of liever gezegd zijn stichting, kortgeleden voor 670 duizend euro een ruime benedenverdieping van een hoekpand gekocht.

Parr loves Van der Meer

Hans van der Meer maakte in 1998 Hollandse Velden, een boek met foto's van voetbalvelden. Een jaar later stond Parr opeens bij hem op de stoep: hij wilde afdrukken van alle foto's uit dat boek kopen. Mede dankzij deze financiële steun - en het feit dat Parr Hollandse Velden tot een van zijn lievelingsboeken uitriep - heeft Van der Meer nog enkele voetbalboeken kunnen maken. Parr mocht, als eerbetoon van de Volkskrant, een Nederlandse fotograaf uitzoeken die hem zou portretteren. Hij koos Van der Meer.

Rond het gebouw zijn stratenmakers bezig, binnen wordt driftig geboord. In een nog chaotisch kantoor zijn vier mensen aan het werk, Parr niet meegerekend. Een van hen maakt op een flinke printer afdrukken van foto's. Totaal liggen er hier in gestapelde dozen een half tot driekwart miljoen van hem, schat Parr - hij is al meer dan veertig jaar actief en fotografeert nog steeds veel (maar minder goed dan vroeger, geeft hij opvallend openhartig toe op zijn internetsite).

Zijn artistieke nalatenschap moet nu al worden geregeld, zo heeft hij besloten. Daarom heeft de Martin Parr Foundation, een door hem opgerichte stichting, deze 335 vierkante meter in Bristol gekocht. Parr: 'Fotografen zijn heel slecht in bedenken wat er met hun artistieke erfenis moet gebeuren nadat ze zijn gestorven. Het is goed dat ik het doe zoals ik wil dat het gedaan wordt. Niemand anders begint een stichting namens mij.'

Maar het is niet alleen eigenbelang dat hem tot de aankoop van deze nieuwbouw heeft gedreven. Er is ook een heus manifest de wereld in geslingerd: 'Naoorlogse Britse documentairefotografie is nog steeds ondergewaardeerd en ik wilde een kleine bijdrage leveren om dit recht te zetten.' De Martin Parr Foundation zal de nalatenschap van fotografen steunen en beheren, die belangrijk werk over de Britse eilanden maken of maakten.

Ondergewaardeerd? Parrs foto's worden toch over de hele wereld in exposities getoond? Alleen al in Amerika heeft hij drie agenten die zijn werk verkopen. De fotoboeken die hij publiceerde, nemen 4 meter plankruimte in beslag. Dit jaar zijn er weer vijf bijgekomen. Hij verkoopt meer foto's in Frankrijk dan in zijn eigen land, legt hij uit.

Tekst gaat verder onder de foto.

Benidorm, Spanje, uit Common Sense, 1997.Beeld Martin Parr / Magnum Photos

Hoezo is de Britse documentairefotografie ondergewaardeerd?

'Er is een natuurlijke terughoudendheid ten aanzien van fotografie hier in het Verenigd Koninkrijk, die je niet in Nederland of Frankrijk treft, of in Duitsland.'

Waarom?

'Ze vertrouwen het niet.'

Waarom niet?

'Ik weet het niet. Dat moet je aan hen vragen, want voor mij is het een mysterie. Ze associëren het nog steeds met een ambacht, met een soort hobby.'

Zijn uw foto's van de Britse maatschappij te ironisch?

'Ik denk dat de Fransen die zeer aandoenlijk vinden. Ik zeg niet dat mijn werk hier niet ook wordt gewaardeerd. Het mag duidelijk zijn dat dit zo is. Maar de ruimte die ik krijg in jouw krant is onmogelijk voor mij te krijgen in het Verenigd Koninkrijk.'

Uw persvoorlichter mailde dat ze moeite heeft journalisten uit Londen te interesseren voor uw persbijeenkomst morgen.

'Ze nemen niet eens de moeite om te komen. En het is maar 100 minuten met de trein. Ze hebben er geen zin in. Ze zijn niet geïnteresseerd.'

Terwijl u ook een indrukwekkende collectie afdrukken hebt van collega's die in Groot-Brittannië hebben gefotografeerd.

'Ik weet het. Het is bizar. Hoe dan ook, het is de realiteit. Als ik een expositie in Londen doe, krijg ik zelden een recensie in een krant. Als ik een tentoonstelling heb in Parijs, dan recenseren ze die allemaal. Libération, Le Monde, ze komen allemaal. Ik geloof nog steeds in fotografie. Ik denk dat er hier publiek zal komen. Ik verwacht niet dat het er honderdduizenden zullen worden, maar ik denk dat we een klein maar zeer betrokken publiek zullen hebben.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Beeld Hans van der Meer

Waarom Bristol? Als u de aandacht wil vestigen op Britse fotografie had een centrum in Londen meer voor de hand gelegen.

'Een aankoop in de hoofdstad zou drie keer zo duur zijn geweest. En ik woon hier al dertig jaar.'

Met zijn vrouw Susie bezit hij een huis niet ver van een trekpleister van de stad, een spectaculair gelegen hangbrug uit 1864. Bristol is welvarend, meldt hij geestdriftig, de enige stad die, Londen uitgezonderd, geld terugbetaalt aan het rijk. 'Veel mensen verhuizen van Londen naar Bristol. Huizen zijn hier goedkoper, je hebt de beste restaurants buiten Londen, er is goede kunst en cultuur en je hebt een geweldig mooi platteland bij de hand. Wat wil je nog meer?'

Het nieuwe pand heeft binnenkort - bij de ingang hangt nog een lange to-do-lijst - naast een kantoor een (klimaatbeheerste) opslagruimte, een bibliotheek en een expositiezaal annex auditorium. 'Ik ga alles doen wat een museum doet. Maar op een kleinere schaal.' Drie, vier keer per jaar komen er tentoonstellingen, te beginnen met het werk dat hij heeft gemaakt over de middenstand in centraal-Engeland. 'Maar daarna is er hier een paar jaar alleen maar werk van andere fotografen over Groot-Brittannië te zien.'

Dat, by the by, een land is dat hij liefheeft, maar ook haat - nog meer sinds het merendeel daarvan voor de Brexit stemde.

Parr brak in 1986 door met The Last Resort, een boek vol ironische snapshots van het strandleven in het niet al te welvarende New Brighton, vlak bij Liverpool. De in vette kleuren gedrukte foto's - iets wat hij van fotografen als William Eggleston had afgekeken, de Amerikaan die van de meest onnozele plek een wereldprent lijkt te kunnen nemen - zijn grappig en ontluisterend tegelijk. Alhoewel Parr destijds door sommige critici een ziekelijke afwijking van de geest werd verweten, wordt hij nu algemeen beschouwd als een van de voorlopers van de documentaire-fotografie in Groot-Brittannië. The Cost of Living (1989), een portret van de stand van het land na tien jaar Thatcher, bevestigde die reputatie.

Tekst gaat verder onder de foto.

Uit Up and Down Peachtree, 2012.Beeld Martin Parr / Magnum Photos

Toch kreeg Parr met forse tegenstand te maken toen hij in 1994, na een proeflidmaatschap van enkele jaren, probeerde volwaardig lid te worden van Magnum, het illustere fotografencollectief en -agentschap. Zijn landgenoot Philip Jones Griffiths, maker van veelgeprezen foto's van de oorlog in Vietnam, riep vlak voor de beslissende vergadering in een brief alle medeleden op diens kandidatuur niet te steunen. De venijnige eindzin is veel geciteerd: 'Laat mij zeggen dat ik veel respect voor hem heb als de toegewijde vijand van alles waarin ik geloof en, zo vertrouw ik, waarin Magnum nog steeds gelooft.'

Parr werd toegelaten.

De ironie wil dat hij twintig jaar later de president (zoals dat bij het collectief heet) van Magnum zou worden. Tijdens zijn 3,5 jaar durende bewind (hij zwaaide in juni af om zich op zijn nieuwe stichtingsgebouw te kunnen concentreren) benoemde hij een directeur die het nogal verstofte Magnum commercieel tot leven wekte en werden er voor het eerst in de 70-jarige geschiedenis van het collectief investeerders van buiten aangetrokken. Magnum, waaraan nu 62 fotografen zijn verbonden, lijkt te bloeien als nooit tevoren. 'En ik ben de grootste verdiener voor Magnum', verklapt Parr. 'Ik genereer meer geld dan wie dan ook.'

De Britse identiteit

Martin Parr heeft ook films gemaakt, zoals Think of England, een documentaire van een uur uit 1999 waarin hij mensen vroeg wat het betekent om Brits te zijn. Nog steeds is hij op dit front actief. Op het tv-kanaal BBC 1 worden nu tussen de programma's door korte filmpjes uitgezonden die Parr heeft geschoten 'met een filmploeg van wel twintig man'. De grappige spotjes, idents, proberen de identiteit en diversiteit van Britten te tonen.

Het nieuwe fotografiecentrum is niet de enige stunt van Parr. In september bracht het Tate, Groot-Brittanniës bekendste kunstmuseum in Londen, naar buiten dat het Parrs enorme collectie van fotoboeken heeft verworven. In veertig jaar tijd heeft hij twaalf duizend exemplaren verzameld, veelal aangeschaft met de opbrengst van commerciële klussen - Parr schoot veel voor reis- en modebladen.

Tate kon tot de aankoop overgaan dankzij bijdragen van de Britse overheid en de vermogende kunstverzamelaar en mecenas Maja Hoffmann uit Zwitserland, die een hoge bestuursfunctie bekleedt bij het Engelse museum. Parr kent haar van het jaarlijkse fotofestival in het Franse Arles, waar ze onlangs een cultuurcomplex heeft laten neerzetten - Hoffmann kan daar, dankzij haar participatie aan de koop, geregeld fotoboeken uit Parrs verzameling gaan tentoonstellen. Ze is ooit in Bristol op bezoek geweest om zijn collectie te zien. 'Zwitsers en vermogend', grapt hij. 'Dat is wat wij leuk vinden. Daar is niets mis mee.'

Met de transactie is een 'omvangrijke som geld' gemoeid, hij wil niet zeggen hoe groot. Het is volgens hem toeval dat de verkoop van zijn boeken zowat samenviel met de koop van zijn nieuwe stichtingsgebouw. 'Het gesprek om mijn collectie te verkopen aan het Tate is al zes, zeven jaar geleden begonnen. Ze opereren erg langzaam.' Ook als de transactie was uitgebleven, had hij de nieuwbouw in Bristol aangeschaft, stelt hij. 'Ik heb vijf jaar gespaard om dit te kunnen doen.' Het Tate-geld helpt wel om de Martin Parr Foundation op termijn financieel duurzaam te maken, zodat die ook na zijn dood kan blijven bestaan.

Steun van de gemeente wil hij niet. 'Dat heb ik niet eens gevraagd. Ik wil aan niemand wat verschuldigd zijn.' Binnenkort maakt hij een weekeinde lang portretten om geld voor zijn centrum in te zamelen. Tarief: vanaf 280 euro. 'Duur', oordeelt hij zelf. 'Maar je krijgt wel een gesigneerde Martin Parr-print. Ik heb het voorheen meer gedaan. Het is altijd een goede manier om fondsen te werven, en interesse. In het verleden is er wel eens iemand uit Japan speciaal hiervoor overgekomen.'

Tekst gaat verder onder de foto.

New Brighton, uit The Last Resort, 1983-85.Beeld Martin Parr / Magnum Photos

De verhuizing van zijn fotoboekencollectie, die naar verwachting negen maanden in beslag zal nemen, is al begonnen. Gaat hij zijn bibliotheek niet missen? 'Ik ben psychologisch voorbereid.' Een aanbod op zijn verzameling uit het buitenland sloeg hij af; het doel was uiteindelijk toch om die naar een publieke instantie in Engeland te laten gaan. Nog een belangrijke factor: 'Het werk is gedaan.' Samen met de fotohistoricus en -criticus Gerry Badger heeft hij in The Photobook: A History de ontwikkeling vastgelegd van het fotoboek. De drie delen, verschenen in 2004, 2006 en 2014, zijn een standaardwerk geworden. Hij dankt er een bijnaam aan: 'de evangelist van de fotografie'.

Door hun werk zijn de prijzen op de markt wel flink hoger geworden; elk deel veroorzaakte een run van verzamelaars op de boeken die zij hadden opgenomen. Ten bewijs daarvan deze waargebeurde anekdote: de Nederlandse fotograaf Bart Sorgedrager kreeg voor de verschijning van het tweede deel opeens allemaal mensen aan de lijn die belangstellend informeerden naar 'Mesenstroom'. Het bleek dat er een drukproef was uitgelekt waarin de titel van zijn boek, Mensenstroom, verkeerd stond gespeld.

Overal ter wereld heeft Parr fotoboeken vandaan gesleept. Jarenlang trok hij naar China om daar exemplaren op te duikelen. 'Het aantal is niet het punt, wat interessant is, is om ze te verkrijgen op gemarginaliseerde, vergeten plekken.' De bezoeken hebben in 2015 nóg een lijvige gids opgeleverd: The Chinese Photobook, samengesteld met het Nederlandse fotografenduo dat onder de naam WassinkLundgren opereert: Ruben Lundgren, die in Beijing woont, en Thijs Groot Wassink. De twee (die ook voor de Volkskrant werken) maakten een eigenzinnig fotoboek dat Parr zo beviel dat hij er meteen vijf van kocht, waarna een kennismaking volgde.

In een interview met Het Parool onthulden zij dat Parr in China voor 300 duizend euro aan fotoboeken heeft aangeschaft. Parr, die sowieso al niet omstandig antwoord geeft, doet alsof zijn neus bloedt: 'Is dat zo? Dat wist ik niet. Ik weet dat het veel was.' Hij onthult dat er twee sets zijn aangeschaft van de werken die in The Chinese Photobook zijn opgenomen. De ene gaat naar het Tate, de andere gaat hij met het Nederlandse fotografenduo verkopen. Het is de enige keer dat hij een duplicaatset heeft opgebouwd, beweert hij, en van zijn voorkennis gaat profiteren. 'Dit was een no-brainer voor ons. We wisten waar we de boeken moesten vinden. Ik had eerder veel meer geld kunnen verdienen door boeken te kopen waarvan Gerry en ik wisten dat die in The Photobook terecht zouden komen. Ik heb me er gewoon eerder niet mee beziggehouden.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Martin Parr in het archief van zijn nieuwe museum.Beeld Hans van der Meer

Zijn verzameldrift is nog niet voorbij. Hij blijft voor het Tate naar fotoboeken speuren, zo is losjes afgesproken. En hij staat op het punt om een collectie te kopen van een Britse fotograaf van wie hij de naam nog niet bekend wil maken. Hij bezit bovendien nog 'enige duizenden' andere objecten, van sigarettendoosjes gedecoreerd met Russische ruimtehonden tot saaie postkaarten - alleen al daarover maakte hij drie boeken. Een tentoonstelling over al deze voorwerpen, Parrworld, was in meerdere landen, waaronder Nederland, te zien.

Wat zou de diagnose zijn als hij zijn eigen psychiater was?

'Geestelijk erg ziek.' Hij lacht. 'Wat kan ik zeggen? Ik weet het niet. We zijn wat we verzamelen.'

De persbijeenkomst, een dag later. Er zijn geen Londense journalisten komen opdraven, alleen drie lokale verslaggevers en een fotograaf. Net als een dag eerder zijn de antwoorden van Parr nogal afgemeten, ook al is hij de vriendelijkheid zelve. Er vallen geregeld stiltes. Hij laat bijzondere dingen uit zijn collectie zien, zoals dummies van (beroemd geworden) fotoboeken van Britse collega's - die spaart hij ook al. Tijdens een rondleiding door het gebouw benoemt hij trots alles, inclusief de boiler, server en opslagruimte met gestapelde stoelen. Als het lokale persvolk na anderhalf uur vertrekt, grijpt Parr met één hand alle koffie- en theekoppen en brengt die naar de keuken.

Laatste vraag: u lijkt niet zo praatlustig te zijn.

Het antwoord is wederom kort. 'Efficiënt', zegt hij met een grijns. 'Dat moet je wel zijn.'

Meer over