DIT IS EIGENLIJK WEL COOL

In de pop gebeurt het al langer, nu valt ook de wereld van de klassieke muziek voor cross-media. Don Giovanni op internet, naar keuze met of zonder commentaar....

Bram de Vrind

Niks elitair! Jongeren die op zondag hun bed niet uit willen om naar het Concertgebouw te gaan, ervaren Het Zondagochtend Concert gewoon thuis, rechtstreeks, met Beethoven in surroundsound rond de matras en met de musici haarscherp op het breedbeeldscherm. Vriendengroepen zingen mee via de karaoke-functie. Verliefde stelletjes bekijken ’s avonds De bruiloft van Figaro, tegen elkaar aangekropen in de bios, terwijl hun ouders dezelfde beelden zien en dezelfde zangers horen in het Muziektheater.

Toekomstmuziek? Voor een deel is het al realiteit, en aan het andere deel wordt gewerkt. Orkesten, concertzalen, opera- en omroepproducenten doen er – de meesten nog in stilte – hun best voor: de cross-mediale activiteit.

Live-uitvoeringen van klassieke muziek zijn op weg een ‘happening voor iedereen’ te worden. Althans, in toonaangevende sectoren van het muziekleven zijn verkenners op pad voor ‘serieus onderzoek van de mogelijkheden’ – zoals David Bazen het noemt, hoofd marketing en sales van het Koninklijk Concertgebouworkest.

Sommigen zijn al verder. De Nederlandse Opera en het Nederlands Philharmonisch Orkest hadden 24 december een wereldprimeur. Hun opvoering van Mozarts opera Le nozze di Figaro werd rechtstreeks vanuit het Amsterdamse Muziektheater uitgezonden via zeven verschillende media.

Frank van Praag, producent van de NPS, somt nog eens op welke dat waren. ‘Bioscopen, drie digitale televisiekanalen, Nederland 2 in dvd-kwaliteit, Radio 4 en het internetkanaal Cultura.’ Televisie en internet werden bediend via een nieuw aangelegd glasvezelnetwerk in Amsterdam, de ‘glasvezelring’. Veertien Nederlandse en Vlaamse bioscopen ontvingen de beelden en geluiden van Figaro, Susanna en hun Fiat-cabriolet rechtstreeks via de satelliet. De uitzending werd geregisseerd vanuit een geïmproviseerde studio in de foyer van het Muziektheater.

Kort na de Nederlandse Opera beleefde de New Yorkse Metropolitan Opera de vuurdoop: een opvoering in New York werd vorige maand rechtstreeks uitgezonden in bioscopen in San Francisco, bijna vijfduizend kilometer verderop.

Wat in de popwereld langzamerhand een vertrouwd fenomeen begint te worden – popzalen als Paradiso en Melkweg in Amsterdam zenden al langer uit via internet – oefent nu ook in de wereld van de klassieke muziek en de publieke omroep zijn aantrekkingskracht uit.

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest heeft een ‘mediawerkgroep’ ingesteld. Die verkent wat de nieuwe ontwikkeling kan bijdragen aan zijn promotie. Volgens RPhO-directeur Jan Raes kunnen uitzendingen ook gewoon op straat plaatsvinden. ‘Dan denk ik aan uitzendingen in winkels. De concertzaal van Brugge heeft een groot scherm tegen de buitenwand, zodat mensen buiten de concerten kunnen bekijken. Zo worden ze naar binnen gelokt.’

In Amsterdam snuffelt het eerbiedwaardige Concertgebouw nog wat voortvarender aan de muis en de usb-stick. ‘Een dezer weken’, onthult directeur Simon Reinink van Het Concertgebouw NV, ‘hebben we een geluidsstudio klaar in het gebouw. Van daaruit kunnen optredens live worden uitgezonden via radio of internet, waarna we de opnamen op het archief van onze website kunnen zetten.’ In het verlengde daarvan, voorspelt Reinink, ligt de bouw van een studio voor de verspreiding van beeld. Camille Boyer, woordvoerder van het Concertgebouw, ziet kansen in het fenomeen van de meeneem-registratie: ‘Zoals bij een popconcert. Meteen bij de uitgang een usb-stick of een dvd kopen met de live-opname van het concert dat je net hebt gehoord.’

Het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO), een van de vaste huurders en bespelers van de Grote Zaal, deed in juni al een proef. Een Promconcert was behalve in de zaal ook te volgen op de KCO-website. Het orkest heeft naar eigen zeggen verregaande plannen, en is daarover in gesprek met zijn vaste mediapartner, de AVRO. Die doet met het KCO al jaren aan ‘regular broadcasting’ (jaarlijks zo’n 25 KCO-concerten op Radio 4 en een Kerstmatinee als vaste prik op tv). Los daarvan ziet KCO-marketingchef David Bazen mogelijkheden voor een ‘afwijkend soort programmering’. Hij denkt aan een KCO-Journaal op internet, met live op de pc te volgen orkestrepetities en masterclasses. ‘Bij de start van het komende seizoen laten we iets zien.’

‘Internet wordt een belangrijk middel om mensen naar de zaal te lokken’, voorspelt directeur Jan Raes van het Rotterdams Philharmonisch. Maar de motieven voor de digitale geluid- en beeldexcercities lopen uiteen. Ze zijn niet allemaal geboren uit een directe behoefte lege stoelen gevuld te krijgen. Het Concertgebouworkest en de Nederlandse Opera spelen per traditie al voor uitverkochte zalen.

Jan Willem Loot, directeur van het KCO, presenteerde de ‘cross- mediale’ plannen bij zijn jaarlijkse persconferentie deze week als een middel om het bereik buiten de zaal te vergroten en het Concertgebouworkest ‘buiten de elitaire hoek te houden’. Ook de Nederlandse Opera brengt op het eerste gezicht een vorm van mededogen in praktijk, door liefhebbers te bedienen die geen kaartje hebben of ver van het theater wonen.

In alle geledingen valt wel het J-woord te horen. Internet is het medium voor jongeren, en met die groep willen de gezelschappen, die hun aanhang gemiddeld een paar tinten grijzer hebben zien worden, koste wat kost aan de praat blijven. ‘Jongeren zijn zó met internet vertrouwd. Sommigen leiden er een tweede leven op’, zegt Stijn Schoonderwoerd, directeur van het Nederlands Philharmonisch Orkest. ‘Iedereen moet aan klassieke muziek kunnen snuffelen.’

Bovendien heeft de cd – vanouds het vehikel voor de verspreiding van opnamen en vergroting van de naamsbekendheid – zijn spectaculairste tijden achter zich. Stijn Schoonderwoerd, directeur van het Nederlands Philharmonisch Orkest, zegt dat hij geld toelegt op de cd’s waarop het NedPhO onder thuisluisteraars circuleert. ‘Het is niet voor niets dat grote platenmaatschappijen minder happig zijn op het produceren van orkestmuziek.’

Illegaal downloaden van muziek heeft de cd-verkoop onder druk gezet. Bekend is ook het verhaal van de verzadigde markt: wie een goede Beethovencyclus op cd in huis heeft, wil hem niet om de haverklap vervangen door een nieuwe.

Wie dertig jaar geleden voorspelde dat liefhebbers ‘in de verre toekomst’ zomaar een hele opera thuis met beeld en al ‘op video’ zouden kunnen afdraaien, werd veelal voor gek versleten. Maar de eerste commerciële operavideo’s en beeldplaten verschenen kort daarna al op de markt, en langzamerhand is op dvd het hele gangbare operarepertoire beschikbaar.

En nu wil de Nederlandse Opera met de nieuwste techniek aan de slag. ‘We willen elk seizoen een mediahoogtepunt zoals de Mozart en da Ponte-trilogie uitbrengen’, zegt DNO-woordvoerder Marc Chahin.

Opera en concerten in de bioscoop, thuis, op het werk of op straat – of de investeringen ook echt meer kijkers en luisteraars garanderen? ‘We hebben helaas geen onderzoeken die dat bewijzen. Maar we hebben wel het gevoel dat we een ander publiek bereiken’, zegt Chahin over de multimediale Mozart. ‘We zonden op internet twee versies uit van de Mozarttrilogie met Figaro, Così fan tutte en Don Giovanni: een normale en een met commentaarstem die uitleg gaf bij de opvoering. Een meerderheid koos voor de versie mét commentaarstem. Dat lijken mij niet de traditionele luisteraars die alles al weten.’

Concertgebouwdirecteur Simon Reinink heeft evenmin ‘bewijs’ in handen voor de theorie dat je met nieuwe media nieuwe groepen aanspreekt. ‘Maar het is wel duidelijk dat het wérkt voor de bedrijven die ermee bezig zijn. Internet heeft nu de aansprekende werking die vroeger uitging van een poster of een brief.’ Hij vermoedt dat jongeren die nog onbekend zijn met de muziek, en er via Google of Second Life op stuiten, best wel eens zouden kunnen denken: ‘Dit is eigenlijk wel cool.’

Chahin van de Nederlandse Opera vindt die gedachte naïef. ‘Ik denk dat het niet zo makkelijk is dat je met een website meteen het publiek van de toekomst binnenhaalt.’ Hij ziet de nieuwe-mediaprojecten van de Opera meer als middel ‘de toegankelijkheid als geheel omhoog te halen’.

Rechtstreekse mediaverspreiding maakt mogelijk dat elke muziekliefhebber een concert kan beluisteren in de setting die hem het beste past – ieder zijn Mozart – zonder het gevoel te hebben het contact met de werkelijkheid op te geven.

Maar het doel van de sector blijft muziekliefhebbers de concertzaal in te krijgen. Reinink van het Concertgebouw zal de laatste zijn die zijn vertrouwen daarin opgeeft. ‘De unieke gelegenheid van het erbij zijn laat zich nooit vervangen. Geluidsinstallaties zullen nooit de akoestiek van de Grote Zaal evenaren. Nee, nee.’ Jan Raes van het Rotterdams Philharmonisch: ‘Er gaat niets boven een live ervaring. Ik ben voetbalfan en ben laatst nog naar de match FC Barcelona tegen Liverpool geweest in Camp Nou. Live is dat heel anders en beter dan op de tv! Stel je toch voor dat iedereen een concert via internet zou zien en er niemand in de zaal is!’

De toekomstplannen van tv-producent Frank van Praag beloven in ieder geval geen saaiere uitzendingen. ‘Met interactiviteit is binnen een of twee jaar nog veel méér mogelijk’, zegt Van Praag. ‘Gewoon met de afstandbediening van je normale tv. Tijdens het concert druk je bijvoorbeeld op de rode knop en krijg je het libretto in beeld. Dan druk je op de groene knop en zing je gewoon mee met de live karaoke-functie. Vind je het even te saai worden, dan zou je ook kunnen zeggen: ik wil het regieconcept wel eens weten. Dan kijk je tien minuten naar een filmpje en schakel je weer terug op de opera.’

Voordat die stappen genomen kunnen worden, zullen de gezelschapsdirecties nog een harde dobber hebben aan de zangers en musici en hun vakbonden. Wat beide partijen nog scheidt is ‘het rechtenverhaal’, zoals Camille Boyer van het Concertgebouw het noemt. Dirigenten, solisten en orkestleden bezitten allen afzonderlijk beeld- en geluidsrechten, die telkens voor allerlei verschillende mediaprojecten moeten worden afgekocht.

In de nog geldende CAO van 2006 staat dat orkestleden per opname of uitzending voor elk afzonderlijk medium een vergoeding krijgen. Van ongeveer 20 euro voor een radio-uitzending bij de publieke omroep tot ruim 100 euro voor de opname van een commerciële cd. Het uitzenden van een concert drukt op zichzelf niet zwaar op de begroting. Wel als je het via zeven media uitzendt en er een dvd van drukt.

Inzet van de orkestdirecteuren bij de lopende CAO-onderhandelingen voor dit jaar is dan ook om die afspraken te herzien. ‘De rechten van muzikanten zijn een groot goed, maar de omgeving is veranderd’, zegt Jan Raes van het Rotterdams Philharmonisch. Hij wil graag een overkoepelende afspraak om de rechten van de musici af te kopen, zoals het Concertgebouworkest het ook al doet. Ook Schoonderwoerd van het NedPhO wil zo’n regeling.

De Nederlandse Toonkunstenaarsbond NTB is om te beginnen tégen. Erwin Angad-Gaur van de NTB: ‘De orkestleden willen niet alle rechten op een hoop gooien. Het is toch logisch dat je meer betaalt als je de opnamen voor meerdere doelen gebruikt. Het bereik is dan ook groter.’ Toch noemt ook Angad-Gaur een compromis niet ondenkbaar. ‘We willen in blokken gaan werken. Dus met een aparte vergoeding voor cd’s, dvd’s en uitzendingen.’ Hij schat dat er na een paar maanden onderhandelen wel een overeenkomst ligt.

Dat bij alle perfectie van de digitale technologie evengoed het risico bestaat van een ouderwets loszittend schroefje, bleek op 10 december, de dag waarop de eigenlijke cross media-primeur van de Nederlandse Opera, het NedPhO en de NPS zich had moeten voltrekken met Mozarts opera Così fan tutte. Vlak voor het spektakel brak in het Muziektheater een wieltje onder het draaidecor. De voorstelling viel in duigen en de uitzending werd afgelast. Het publiek in het Muziektheater zag een geïmproviseerde voorstelling, bezoekers van de bioscopen kregen een oude opname te zien van Bellini’s Norma en de televisiecrew kon naar huis. ‘Heel vervelend, een enorme kater voor ons’, zegt Van Praag.

Maar, benadrukt hij: ‘De techniek heeft feilloos gewerkt.’

Meer over