INTERVIEW

Dit gezelschap speelt al 75 jaar uitsluitend Shakespeare, in het bos

Macbeth + Comedy of Errors van Shakespearetheater Diever. Beeld Marleen Annema
Macbeth + Comedy of Errors van Shakespearetheater Diever.Beeld Marleen Annema

Shakespearetheater Diever bestaat 75 jaar. Het gezelschap speelt elke zomer een stuk van de Engelse grootmeester. Wie zijn deze mensen?

In een weiland in Diever staat een witte koe die heel hard kan loeien. De koe staat er alleen, misschien voelt ze zich wel eenzaam. Haar geloei is in elk geval goed te horen tijdens de voorstelling Macbeth + Comedy of Errors, even verderop, in het openluchttheater van Diever. Aan de andere kant van het theater ligt een camping, en ook daar vandaan komen allerlei geluiden.

Voldoende authentiek omgevingsrumoer dus, maar het stoort totaal niet. Integendeel: tijdens een try-out eerder deze week had het wel wat, die tragische koe en die vrolijke zwembadgeluiden. Mooi geluidsdecor ook bij deze bijzondere voorstelling, waarmee het Shakespearetheater Diever zijn 75-jarig jubileum viert. Een bloederige tragedie plus een doldwaze komedie op één avond, flink door elkaar gehusseld bovendien. De komende maand zal heel Drenthe en omgeving er weer voor uitlopen.

Shakespeare in Diever: het is inmiddels uitgegroeid tot een cultureel evenement van grote omvang. Elke zomer wordt in het openluchttheater in het Dieverse bos een stuk van Shakespeare opgevoerd, gespeeld door amateurs met talent en passie, en begeleid door een professioneel creatief team. Het begon allemaal in 1946, toen de Fries Dirk Broekema huisarts werd in Diever. De Tweede Wereldoorlog was afgelopen, het land lag grotendeels in puin, de wederopbouw was langzaam begonnen. De mensen hadden aan meer behoefte dan alleen een brink en een schaapskooi, vond Broekema, en daarom richtte hij in zijn nieuwe woonplaats een toneelvereniging op. Met als doel het volk ook een beetje te verheffen. Omdat hij een groot liefhebber van Shakespeare was, nam hij zich voor elk jaar een stuk van de Engelse grootmeester te spelen. Een midzomernachtdroom was in 1946 het eerste, er zouden er vele volgen.

Broekema regisseerde de voorstellingen zelf en ondanks dat toneelspelen voor de meesten een hobby was, bleek hij streng. Vaak werd er drie avonden per week gerepeteerd en soms reed hij ’s nachts op zijn motorfiets door het dorp en stopte briefjes met aanwijzingen bij zijn spelers in de brievenbus. Dat ze op hun dictie moesten letten bijvoorbeeld, of dat ze met minder dialect moesten spreken.

De huisarts was een controlfreak: hij schminkte zijn spelers het liefst zelf en tot 1954 ontwierp hij de kostuums. Met het verbandgaas uit zijn huisartsenpraktijk fabriceerde hij hij de vleugels voor de elfjes uit Een midzomernachtdroom.

Tot zijn dood in 1979 zou hij bij het Shakespearetheater Diever betrokken blijven, waarna hij werd opgevolgd door Wil Rep, die het gezelschap liefst twintig jaar leidde. Het werd professioneler, met meer aandacht voor de kwaliteiten van de acteurs. Rep vertrok en Jack Nieborg kwam, die nog steeds artistiek leider is. ‘Ik kom hier niet voor de gezelligheid, maar om mooie voorstellingen te maken’, dat is zo ongeveer wat hij bij zijn aantreden zei. In de afgelopen twintig jaar heeft Nieborg onmiskenbaar een artistiek vooruitstrevend stempel op het Shakespearetheater gedrukt. Het openluchttheater zelf is in de loop der jaren steeds professioneler geworden en voorzien van de modernste licht- en geluidsapparatuur. Met dank aan de onvermoeibare Ineke Bron als uitvoerend producent en gouden kracht.

‘All the world’s a stage; and all the men and women merely players.’ Zo luidt het citaat uit As You Like It: de hele wereld een schouwtoneel. Wie daar in Diever zoal bij betrokken zijn in vijf portretten:

Regisseur Jack Nieborg. Beeld Marleen Annema
Regisseur Jack Nieborg.Beeld Marleen Annema

De regisseur: Jack Nieborg (62), theatermaker

‘Ik denk dat wij de enige theatergroep in Nederland zijn die alleen maar Shakespeare speelt. Sommige stukken heb ik al meerdere keren vertaald en geregisseerd en ik ontdek er telkens nieuwe dingen in. Shakespeare was altijd heilig, maar na de Theaterschool wilde ik er graag wat tegenaan schoppen en die stukken door de mangel halen. In Groningen heb ik mijn eerste Romeo en Julia geregisseerd, met een Julia van 87 en een Romeo van 70 jaar. Die productie was gemaakt voord de ouderenbond Anbo, in het kader van het Jaar van de Ouderen.

‘Mijn bewerkingen zijn vaak rigoureus en ondeugend, maar Shakespeare is ook ondeugend, zeker in zijn komedies. In veel oudere vertalingen is het origineel behoorlijk opgekuist. Het sociale aspect van het Shakespearetheater is zeker belangrijk, maar het moet wel tot goede voorstellingen leiden. Of ik trots ben op wat we hier hebben bereikt? Trots is een doodlopend straatje, we moeten door, ik wil het nog mooier maken. Nog meer in het hier en nu, meer interactie met het publiek , meer livemuziek, de spelkwaliteit verbeteren.

‘Goed theater is voor sommigen misschien wel hetzelfde als een goede kerkdienst: je moet er blijer en hopelijk ook wat wijzer uit komen. Zodat je de nuance in het leven kunt omhelzen, en een beetje om jezelf kunt lachen.’

Hoofdrolspeler Floris Albrecht.

 Beeld Marleen Annema
Hoofdrolspeler Floris Albrecht.Beeld Marleen Annema

De hoofdrolspeler: Floris Albrecht (40), docent Nederlands en rekenen op een MBO

‘Ik ben als 10-jarig jochie bij het jeugdtoneel hier in Diever gegaan omdat ik verliefd was op Miranda en Miranda zat daar ook. Ik vond toneelspelen meteen geweldig: als kind kon ik me daar helemaal uitleven. Toen ik 16 was, mocht ik een rolletje spelen in Maat voor maat, een politieagent met een grote plaksnor. Leuke voorstelling , maar wel met een hoog ‘kijk mama, ome Piet met een snor’-gehalte, stond toen in de Volkskrant. Gaandeweg kreeg ik grotere rollen, vaak komische, dat ligt mij goed, maar in 2016 heb ik Richard III gespeeld, Shakespeares grootste schurk, en nu dus Macbeth.

‘Mijn foto hangt deze zomer overal in het dorp op grote affiches, maar volgens mij ben ik niet ijdel. Wel ambitieus. Ik denk dat de kracht van ons theater ligt in het collectief. We hebben veel lol samen en daarin is op een natuurlijke manier geen ruimte voor ijdeltuiterij. Mensen komen om samen plezier te maken en voor een mooie voorstelling. Als mensen alleen voor zichzelf komen, werkt het niet. Ik denk dat het in het groot ook zo werkt. Mark Rutte, zonder enige visie, laat met zijn niet-actieve herinneringen en bekokstoverij het vertrouwen in de politiek enorm dalen.

‘Macbeth zegt over zijn moordplannen om de troon te bemachtigen: ‘Ik heb voor mijn plannen niet echt argumenten, alleen ambitie’. Het is tof om te laten zien hoe zulke mechanismen werken. Die zijn van alle tijden en Shakespeare heeft ze feilloos op papier weten te zetten.’

Kostuummaker Margot van der Kamp. Beeld Marleen Annema
Kostuummaker Margot van der Kamp.Beeld Marleen Annema

De kostuumontwerper: Margot van der Kamp (57), zelfstandig kostuumontwerper, daarnaast sociaal pedagoog

‘Ik ontwerp alle kostuums, die in ons eigen atelier worden gemaakt. Daar werken gemiddeld tussen de 20 en 25 vrouwen. Iedereen is daarin even belangrijk, van de coupeuses tot degene die honderd knoopjes aan een jasje zet. Op zoek naar mooie, geschikte stoffen gaan we regelmatig naar de betere winkels in Amsterdam, maar ook naar de Albert Cuypmarkt. En we doen goede zaken met Jan Sikkes Lappenland in Assen en Groningen, waar ze een grote sortering stoffen hebben. We maken alles zelf: van de pompons op de schoenen tot de kwasten op de jasjes.

‘Omdat altijd in het bos wordt gespeeld, vraagt dat om bepaalde kleuren en vooral ook maten. We gaan vaak all the way, te veel subtiliteit in de kostuums werkt hier niet. Het moet veel en groot zijn, maar dat betekent niet dat het niet ingetogen kan. Voor Macbeth werkte ik vooral met de kleuren blauw, groen, zwart en bruin, want die passen goed bij de duisternis in dit stuk. En kilts natuurlijk, de mannen lopen allemaal in kilts.’

Figurant Gerard Conijn. Beeld Marleen Annema
Figurant Gerard Conijn.Beeld Marleen Annema

De figurant: Gerard Conijn (62), gepensioneerd chemicus

‘In 2003 stond er een oproep in de krant dat het Shakespearetheater mannen zocht. Ik heb me toen opgegeven, want het leek me ook een goede manier om de mensen in het dorp beter te leren kennen. Ik moest auditie doen en werd aangenomen. In 2004 speelde ik mijn eerste rol, in Timon van Athene. Daarin was ik soldaat, edelman, bediende en page. Sindsdien ben ik vooral figurant en speel ik af en toe klein rolletje, soms ook met een regel tekst.

‘Natuurlijk hoop je op den duur op een dragende rol, maar dat is er tot nu toe niet van gekomen. In het begin dacht ik weleens: hè, weer zo’n lullig rolletje, maar dan kreeg ik weer leuke reacties en realiseerde ik me dat het ook een voorrecht is van deze club deel te mogen uitmaken. In Maat voor maat speelde ik de beul en de regisseur vond dat ik dat goed had gedaan, dat is dan toch een compliment.

‘Als ik niet meespeel, heb ik andere functies, zoals parkeerwacht, kaartcontroleur of decorbouwer. In Macbeth speel ik weer een edelman, ik overleef bijna iedereen in het stuk.’

Bezoekers Tiny Zijlstra-Heuckeroth en Gerhard Zijlstra. Beeld Marleen Annema
Bezoekers Tiny Zijlstra-Heuckeroth en Gerhard Zijlstra.Beeld Marleen Annema

De trouwe bezoeker: Gerhard Zijlstra (87) en Tiny Zijlstra-Heuckeroth (84)

Al ruim zestig jaar bezoekt het echtpaar Zijlstra uit Meppel (hij werkte bij Delta Lloyd, zij was kapster) bijna jaarlijks de Shakespeare-voorstelling. Alleen toen Tiny moest bevallen, liet ze verstek gaan. Op de première vanavond zijn zij eregasten.

Mevrouw Zijlstra: ‘Zal ik u eens wat vertellen? Wij kregen verkering tijdens een voorstelling in het openluchttheater van Diever. Dat was in 1958, bij Romeo & Julia nota bene. Ik was met mijn moeder en Gerhard zat met een vriend iets verderop. In de pauze gaf hij me een reep chocolade. Zo is ons contact ontstaan’.

Meneer Zijlstra: ‘Ja, die reep chocolade zou je kunnen zien als een investering in de toekomst. Het is goed uitgepakt: wij zijn intussen zestig jaar getrouwd. Mijn favoriete stuk is toch wel Koopman van Venetië, en dan vooral die ene scène waarin de Jood Shylock een pond van zijn vlees moet afstaan. Dat vind ik nog altijd zeer aangrijpend.’

Mevrouw Zijlstra: ‘Een midzomernachtdroom en dat dan op een mooie zomeravond, hier in het bos – dat is echt een sprookje, daar kan niets tegenop.’

Meneer Zijlstra: ‘Het acteren is in de loop der jaren van een zeer hoog niveau geworden. De spelers zijn als klei in de handen van de pottenbakker, die er iets moois van maakt.’

Macbeth + Comedy of Errorsdoor Shakespearetheater Diever gaat vanavond 6/8 in première. Te zien t/m 11/9.

Diever in cijfers

In Diever zijn 27 verschillende toneelstukken van Shakespeare opgevoerd. Een midzomernachtdroom is het populairst: tussen 1946 en 2013 werd dit feeërieke stuk negen keer gespeeld. Op de tweede plaats staan As You Like It, De getemde feeks en Driekoningenavond. De toneelvereniging telt 324 leden, jaarlijks spelen er zo’n dertig acteurs mee, er zijn honderd vrijwilligers bij betrokken, de technische staf bestaat uit twee ontwerpers en elf uitvoerders en er komen per jaar gemiddeld 24 duizend bezoekers naar Diever.

Rookworst voor de scouting

Ook al bijna 75 jaar worden in de pauze van de voorstellingen in het openluchttheater halve rookworsten verkocht door jongens en meisjes van de scoutingvereniging in Diever. Waarom die traditie is ontstaan, is onbekend, waarschijnlijk had de plaatselijke slager er destijds mee te maken. Inmiddels worden per seizoen zo’n 5.200 halve rookworsten verkocht à 2 euro per stuk, en de opbrengst gaat naar de scouting. Er zijn plannen om in de toekomst ook vegetarische worst te gaan verkopen.

Eigen Magazine: William

Bij elke voorstelling in Diever wordt ook een tijdschrift gemaakt: de William, met daarin interviews, columns en historische beschouwingen. Ook ‘gewone’ Dievenaren komen aan het woord, niet altijd positief overigens. ‘Met Shakespeare heb ik helemaal niets. Het gaat altijd over hetzelfde. In de jaren zestig ben ik er één keer geweest, toen ben ik in de pauze weggegaan’, aldus ‘rustend agrariër’ Jark Otten (73). Groenteboer Joop Kamp (63): ‘Het is leuk voor het dorp, veel bezoekers en ook goed voor de omzet, vooral voor de restaurants (...) Persoonlijk heb ik er helemaal niets mee. Ik ben er nooit geweest en het lijkt me een enorme zit.’