Boekrecensie

Dit boek over Antarctica is een vat vol verrassingen, net als het continent zelf ★★★★☆

De mens heeft Antarctica nooit echt kunnen doorgronden, laat Adwin de Kluyver zien in een fascinerend boek. Niet door bekende verhalen opnieuw te vertellen, maar door telkens net even verder te kijken.

Toine Heijmans
null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

Het continent Antarctica is officieel pas ontdekt in 1820, lang na alle andere continenten, en het duurde nog decennia voordat de mens er voet aan wal zette. 14 miljoen vierkante kilometer onbekende aarde, nog steeds van ijs en geheimen. De eerste foto waarop het Zuidland in z’n geheel is te zien, dateert pas van 1972, een ruimtefoto. De ontdekking van dit gebied was voor de mens een worsteling, laat Adwin de Kluyver overtuigend zien in zijn nieuwe boek Niemandsland, dat net als Antarctica zelf een vat vol verrassingen is.

Het kompas van de schrijver was lang op het noorden gericht: daarover schreef De Kluyver het prachtige Terug uit de witte hel, over de vergeten Nederlandse poolheld Sjef van Dongen, en later Het gedroomde Noorden. Nu benadert hij de wereld ook weer als cultuurhistoricus: dit boek is geen opsomming van koude feiten, maar een poging te begrijpen hoe de mens dit continent van alle kanten onder controle probeerde te krijgen, zonder veel succes. Niet door de bekende verhalen opnieuw te vertellen, maar door licht te zetten op geschiedenissen die vaak in de geschiedenis verdwenen zijn.

De grote namen schuwt hij niet – Amundsen, Scott, Shackleton – maar gestut door zijn kennis van het terrein, boeken- en archiefonderzoek en veldwerk in de vorm van een reis die hij maakte aan boord van de driemastbark Europa, geeft De Kluyver ook aan hen nieuw leven. Door de andere kant op te kijken, of door andere ogen.

Niet James Cook maar Johann Reinhold Forster, de onmogelijke wetenschapper aan boord van de Resolution, die uiteindelijk niet het Zuidland vond maar wel een reeks nieuwe vogels, vissen en planten. Niet Amundsen maar wel zijn poolhonden, hun namen en hun daden: Lasse, Camilla, Snuppesen, Fix. De meeste waren dood toen hun baas als eerste de Zuidpool bereikte, uitgeput of geslacht als mensenvoer, en het beeld van de grote Noorse avonturier kantelt tot dat van een dictatoriale, maniakale man. Niet Robert Falcon Scott, de onfortuinlijke marineman die op de Zuidpool de zwarte markeringsvlaggen van Amundsen moest zien en met een voedseldepot in zicht overleed in een tentje, maar zijn vrouw Kathleen en de brieven die ze haar man schrijft.

Langs de lijn van twee verhalen

De Kluyver organiseert zijn fraai gebonden, met foto’s geïllustreerde boek langs de lijn van twee verhalen. Het eerste, en minst belangrijke, is zijn eigen bezoek aan het gebied, het tweede is de geschiedenis van de Japanse ontdekkingsreiziger Nobu Shirase, die grandioos mislukt met een te klein schip, een invaldocent natuurkunde als expeditiewetenschapper en de hoge verwachtingen van de natie op zijn schouders. Zijn claim op een schilfer van het continent was waardeloos, de ‘Japanse Sneeuwvlakte’ bleek geen landmassa maar een ijsplaat, zijn hele verdere leven moest Shirase de schulden afbetalen die hij aan de expeditie overhield, zijn schande publiek gemaakt met openbare excuses aan de keizer in de krant. Hij stierf berooid en vergeten.

Daaromheen dertien hoofdstukken, zo ongeveer chronologisch, met allemaal een eigen vertrekpunt en stijl, zodat de lezer telkens weer moet wennen, zoals iedereen steeds weer aan Antarctica moet wennen. Dan weer door de ogen van een albatros, dan weer een biografie van twee vrouwen op het ‘mannencontinent’, Jennie Russell en Edith Ronne. Al die losgeslagen geschiedenissen, al dat ijs van alle kanten, het is een vertelmethode die werkt omdat het Antarctica laat zien als een nog steeds niet te ontcijferen gebied, al vraagt het op kleine momenten net iets te veel van de lezer.

Een fascinerende karavaan

Zo trekt een fascinerende karavaan voorbij van wetenschappers, ontdekkers, gekken en gelovigen, kunstenaars, mensen die zichzelf projecteerden op dat lege land, zoals de schrijver Valeri Jakovlevitsj Brjoesov, die in De Republiek van het Zuiderkruis ter plekke een ideale samenleving voorzag, of de Nieuw-Zeelandse premier Julius Vogel met zijn roman over een matriarchaat op het ijs.

De Amerikaan John Cleves, die ervan overtuigd was dat de aarde hol was en twee gaten had, waaronder één in het zuiden – een hoofdstuk geheel geschreven als gedicht. Willem van der Does, de zeeschilder die verslag deed van de walvisvaart in het zuiden en als eerste Nederlander voet aan wal zette. De Duitse geograaf Ernst Herrmann, die buitenmaatse nazi-dartpijlen liet maken om ze met een vliegtuig over het ijsland uit te strooien, en zo voor de Führer een stuk Antarctica te claimen. Zo veel is er geprobeerd, gedroomd en mislukt.

‘Antarctica is in de loop der jaren vaak een illusie gebleken’, schrijft De Kluyver, ‘en vaak een desillusie.’ Hij beleeft er zelf ook een als hij de cruiseboten ziet die inmiddels voor veel geld toeristen aan land brengen.

Maar dit is allerminst een dramatisch boek: het is een levendig verslag van de historische zoektocht naar een continent. Die nog steeds niet ten einde is, en misschien wel nooit eindigt, omdat Antarctica groter is dan mensen kunnen begrijpen.

null Beeld Spectrum
Beeld Spectrum

Adwin de Kluyver: Niemandsland – Een Antarctische ontdekkingsreis. Spectrum; 383 pagina’s; € 22,99.

Meer over