Disney's klokkenluider heeft weinig fantasie

De klokkenluider van de Notre Dame van Gary Trousdale en Kirk Wise. De Nederlandse versie in 106 theaters, de Engelse in 46 theaters....

PETER VAN BUEREN

Al in 1923 verfilmde Wallace Warsley Victor Hugo's De klokkenluider van de Notre Dame, volgens een recensie uit Variety 'een twee uur durende nachtmerrie'. De versie van William Dieterle uit 1939 blijft memorabel door de onsterfelijke hoofdrol van Charles Laughton, maar de verfilming van Jean Delannoy in 1957 met Anthony Quinn was veel te lang en saai. Ook de televiseversie met Antony Hopkins ontbrak het aan voldoende fantasie.

Dat laatste geldt in zekere mate ook voor de animatieverfilming van Disney, die met de gebruikelijke bombarie in een record aantal bioscopen deze week Nederland binnenvalt, 165 jaar nadat Victor Hugo zijn boek schreef.

Het kan geen verbazing wekken dat bij Disney het verhaal van de gebochelde Quasimodo, die opgesloten in zijn toren zo verlangt onder de mensen te zijn, wordt teruggebracht tot ongecompliceerde karakters, uitgewerkt in een eenvoudig verhaal met simpele goed- en kwaad-tegenstellingen. Zodra het in enkele spectaculaire scènes echt spannend dreigt te worden, barst het koor snel uit in een liedje om de boel glad te strijken.

Het karakter van Quasimodo doet nog het meest verlangen naar die ouwe Charles Laughton, de fiere prins Phoebus is niet veel meer dan het cliché van een mooie prins, maar het zigeunermeisjes Esmeralda heeft een paar nuanceringen. Zij is pittig, verzet zich tegen haar opvoeder, de rechter Frollo, is iemand van vlees en bloed en in feite de centrale figuur in de film.

De klokkenluider van de Notre Dame is gemaakt door dezelfde ploeg die Beauty and the Beast produceerde en heeft eenzelfde hoge technische kwaliteit. De mensen van Disney slaagden er opnieuw in een film te maken die een groot familiepubliek ongetwijfeld genoegen zal schenken, en zo voldoet aan zijn eigen pretentie. PvB

Meer over