reportage

Discussie in Spanje over kunstwerk met straatnaambordjes van het Franco-regime

Een straathoek met naambordjes van linkse én (extreem-)rechtse ‘volkshelden’. Kunstenaar Mateo Maté probeerde er de discussie mee te voeden over de personen die Spanje in zijn straatbeeld eert. Dat zijn werk werd vernield en nu door de gemeente dreigt te worden verwijderd, leidt bij Maté tot een droevige conclusie: ‘Onze samenleving kan deze discussie blijkbaar nog niet aan.’

Dion Mebius
Op een straathoek in Madrid is al bijna een jaar lang een politieke strijd gaande met als inzet straatnaambordjes van o.a. Garcia Lorca versus Franco-aanhangers.  Beeld Mateo Maté
Op een straathoek in Madrid is al bijna een jaar lang een politieke strijd gaande met als inzet straatnaambordjes van o.a. Garcia Lorca versus Franco-aanhangers.Beeld Mateo Maté

Rechterfaçade, linkerfaçade heet het werk van Mateo Maté (57) in het centrum van Madrid. Aan de linkerkant van een straathoek hangen 24 naambordjes met de namen als die van dichter Gabriel García Lorca en filmregisseur Luís Buñuel, helden van links die tijdens het Franco-tijdperk werden vermoord of moesten vluchten.

Aan de rechterkant hangen 25 naambordjes van de verantwoordelijken: Francisco Franco uiteraard, maar ook een naam als generaal José Millán-Astray, steunpilaar van de dictator en bekend van de uitspraak, uitgesproken aan de vooravond van de Spaanse burgeroorlog: ‘Dood aan de intelligentie! Leve de dood!’ De naam van het kunstwerk is een woordspeling: fachada is Spaans voor façade, facha een woord voor fascist.

De strijd om de publieke ruimte is in Spanje verhit, met controversiële figuren die 46 jaar na het einde van het Franco-regime nog altijd in het straatbeeld te zien zijn. In 2019 vroeg de linkse regering aan 656 gemeenten om naamborden, standbeelden en andere herinneringen aan het franquisme uit hun straten te schrappen, een proces dat moeizaam verloopt. Zo werd het naambordje van Millán-Astray in Madrid in 2017 vervangen door dat van Justa Freire, een lerares die na de burgeroorlog in de gevangenis belandde. Het Hooggerechtshof bepaalde dit jaar dat Millán-Astray toch niet fout genoeg was; het (rechtse) stadsbestuur hing zijn bordje in augustus weer op.

Rechterfaçade, linkerfaçade van Mateo Maté. Beeld Mateo Maté
Rechterfaçade, linkerfaçade van Mateo Maté.Beeld Mateo Maté

‘Welke personen willen we als rolmodellen in onze straten zien?’, was de bedoelde knuppel in het hoenderhok van Maté, die zich in zijn werk bezighoudt met uitingen van nationalisme. Sinds de artiest zijn straatnaamborden in december 2019 ophing, richt de kritiek zich echter op de straatkunst zelf. Vooral de zijde met franquistische figuren moet het ontgelden. Bordjes werden besmeurd en gestolen. Buurtbewoners die geen rechtse lui in hun omgeving duldden, pestten de huurster van de woning met de Franco-façade.

Het werd zo erg dat de huurster inmiddels uit het appartement is vertrokken. Het Madrileense stadsbestuur probeert nu definitief af te rekenen met Matés werk. Op technische gronden: de straatnaamborden zouden tot verwarring leiden. Het ophangen van de borden zou bovendien een voorrecht zijn van het stadsbestuur.

Het is grote kul, zegt de artiest, wiens straatnaamborden beduidend lager hangen dan de ‘echte’ aanduidingen. De eigenaar van het hoekgebouw, die tevens het kunstwerk bezit, is in beroep gegaan tegen de beslissing. ‘Blijkbaar mag ik geen bordje met de naam van Millán-Astray ophangen. Dat mag alleen het stadsbestuur’, concludeert Maté.

Rechterfaçade, linkerfaçade van Mateo Maté. Beeld Mateo Maté
Rechterfaçade, linkerfaçade van Mateo Maté.Beeld Mateo Maté
Meer over