boekrecensie

Dirk van Weelden dwingt de lezer om zijn tekst van alle kanten te bekijken ★★★☆☆

Dirk van Weelden vertelt de geschiedenis van de ontluikende liefde tussen zijn ouders aan de hand van hun brieven. Tastend en twijfelend probeert de schrijver tot zelfkennis te komen.

Onno Blom
null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

Na de dood van zijn ouders, ‘ze deden bijna alles samen, dus doodgaan ook’, vond Dirk van Weelden drie kratten ordners met brieven die zijn vader en moeder elkaar tussen januari 1948 en december 1950 hadden toegestuurd. Gerrit was 17 en Ank was 15 toen ze elkaar talloze velletjes ritselend luchtpostpapier begonnen toe te zenden. Hij voer op de Japara, een wit gelakt motorschip van de Lloyd-maatschappij, over de Stille Oceaan. Zij zat in gebombardeerd Rotterdam, thuis bij haar alleenstaande moeder, voor wie ze moest zorgen.

De vondst van de briefwisseling stelde Van Weelden in staat om als volwassen man zijn ouders te leren kennen in een tijd dat zij nog heel jong waren, ‘uitgesteld aanwezig’ te zijn bij hun eerste, voorzichtige stappen op het pad van de liefde. Hun verhouding was niet vanzelfsprekend. Gerrit hunkerde naar haar, maar Ank liet hem lang in onzekerheid. ‘Ik weet nog niet of het liefde is.’ Ze eiste van hem dat hij sterk zou zijn en ging studeren. Ze wilde er zeker van zijn dat ze in alle opzichten op hem kon steunen. Pas dan zou ze van hem houden.

Hoewel Van Weelden met de correspondentie over een schat aan materiaal beschikte dat hem in staat stelde om het verhaal van de ontluikende liefde tussen zijn ouders intiem en gedetailleerd te vertellen, stelt hij zich daar in Het voorbeeld van hun liefde niet tevreden mee. Wat wil hij in de brieven ontdekken? ‘De spelregel’, schrijft hij, ‘moet zijn dat mijn leesgeschiedenis een expeditie beschrijft, de tocht van een zichzelf ondervragende reiziger, die steeds wil weten wat het gelezene hem vertelt en onthult.’

Niet voor niets heet zijn nieuwe boek Het voorbeeld van hun liefde. Het gaat hem niet om de liefde van zijn ouders, maar om welk voorbeeld dat verhaal voor hem bevat. Hij wil via de bestudering en analyse van de brieven en zijn herinneringen tot zelfkennis komen. De essayist in hem houdt de verteller daarbij in een stevige greep.

Nooit rechttoe-rechtaan

Van Weelden is nooit een schrijver geweest van rechttoe-rechtaanromans, ook niet als die een heldere, tastbare autobiografische kern hebben. Zo was Van hier naar hier (1999) geen nostalgische geschiedenis van zijn jeugd, maar een collage van momenten, associaties en indrukken, doortrokken van de ‘geest van de bricoleur’.

Zijn vorige roman, Het laatste jaar, ging over de vriendschap met Martin Bril, van wie hij verder en verder verwijderd raakte tot diens veel te vroege dood in 2009. Samen debuteerden zij in de letteren met Arbeidsvitaminen, een encyclopedie van hun wereldbeeld in 150 zeer verschillende teksten. Waar Bril zich ontwikkelde tot een succesvolle columnist van de klare lijn, bleef Van Weelden zijn filosofisch-literaire principes trouw en publiceerde hybride, soms lastig toegankelijke boeken.

Het laatste jaar was ook niet het persoonlijke portret dat men wellicht zou verwachten. De hoofdpersonages hebben anagrammen als namen – Brent Ramli en David Kennerwel – en het verhaal werd verteld door verschillende schrijfmachines. Letterlijk: door Olivetti’s, Adlers, Underwoods en IBM’s.

Mooie vertellerstruc

In Het voorbeeld van hun liefde hanteert Van Weelden in het eerste hoofdstuk een mooie vertellerstruc: hij steekt twee messen in zijn geschiedenis. Het eerste mes behoort toe aan Samiran, een Javaanse bediende op de Japara, die er in een vlaag van waanzin mee inhakt op de kapitein en de hofmeester. Gerrit van Weelden moet in 1948 als administrateur aan boord het verslag van de bloedige aanslag maken – en schrijft er een brief aan Ank over.

Het tweede mes vindt de schrijver zelf, 15 jaar jong, het is begin jaren zeventig, in de keuken van het ouderlijk huis. Zijn moeder schrikt, wil dat hij het weer wegstopt. Het is het mes dat zijn vader hanteerde toen die was getroffen door een verschrikkelijke depressie. Zijn vader had het mes op het stuur van de auto gezet met de punt op zijn hart, terwijl hij wanhopig rondreed en vocht tegen de neiging om tegen een muur of boom te rijden.

‘Waarom is dit het hart van het verhaal?’, vraagt Van Weelden zich af. ‘Omdat in de nasleep van Gerrits crisis het leven voor mij zijn masker afdeed en ik van schrik, zonder er woorden voor te hebben, tot in mijn kleinste vezels veranderde.’ Dat is wat de herinnering aan zijn ouders hem duidelijk maakt: hij ziet zijn eigen angsten en diepe innerlijke twijfel in hen weerspiegeld. Door hun verhaal te verbeelden wil hij ‘een mentale catastrofe’ voorkomen. De ‘zwarte pit’ van zijn vader en ‘het zware hart’ van zijn moeder in zichzelf bezweren.

Streng voor zichzelf en de lezer

Dat lijkt mij de belangrijkste reden dat hij het hele boek als het ware uit één lange brief aan zijn dochter laat bestaan. Tenminste, aan een dochter die hij ‘Chris’ heeft gedoopt – bij Van Weelden kruipt de fictie waar die niet gaan kan. Hij wil dat ook zijn dochter van het voorbeeld van de liefde van zijn ouders leert. Bovendien stelt een brief aan zijn dochter hem in staat om het verhaal van zijn eigen eerste liefde ten voorbeeld te stellen: die tussen hem en haar moeder in de jaren zeventig en tachtig.

Dirk van Weelden is streng voor zichzelf en zijn lezers. Hij laat je nauwelijks de mogelijkheid om weg te dobberen op de Stille Oceaan, of te huiveren als hij het mes in de tijd zet. Hij dwingt je om je aandacht bij de tekst te houden en, net als hij, die van alle kanten te bekijken. Mee te tasten en te twijfelen. Hij draait het kristal van zijn verbeelding tussen zijn vingers, zodat er steeds een ander licht valt. Alleen zo, gelooft hij, kan hij zijn ouders echt leren kennen. En zichzelf.

Kennen en gekend worden – dat is het voorbeeld van zijn liefde.

Dirk van Weelden: Het voorbeeld van hun liefde. De Bezige Bij; 232 pagina’s; € 23,99.

null Beeld De Bezige Bij
Beeld De Bezige Bij
Meer over