Klassiek

Dirigent Sato wilde focussen op het drama van de Matthäus-Passion en inderdaad: aan drama ontbreekt het niet ★★★☆☆

Die ene keer dat dirigent Shunske Sato als solist naar zijn viool greep in de Tilburgse Concertzaal, was het hoogtepunt van heel de Matthäus.

Guido van Oorschot
Hoogtepunt in de Matthäus-Passion van de Bachverenging: dirigent Shunske Sato speelt viool. Beeld Janko Duinker
Hoogtepunt in de Matthäus-Passion van de Bachverenging: dirigent Shunske Sato speelt viool.Beeld Janko Duinker

Hoe doet Shunske het? Die vraag cirkelt boven de Matthäus-Passion waarmee de Nederlandse Bachvereniging na twee jaar virusstilte weer door het land trekt. Shunske, dat is Shunske Sato (37), de Japans-Amerikaanse violist die het gezelschap sinds 2018 leidt. In het jaar dat de Bachvereniging het eeuwfeest viert van zijn eerste Matthäus-uitvoering – we schrijven Goede Vrijdag 1922, Naarden – beleeft Sato zijn vuurdoop als dirigent van een Bachpassie.

Hoewel, dirigent? Zondag in de Tilburgse Concertzaal lieten de koorzangers zich inderdaad loodsen door Sato’s beide armen. Maar de vocale solisten zagen een bewegingloze leider. Nu eens pakte Sato zijn viool en speelde mee met het orkest. Bij de aria Aus Liebe, die bijna mediterend werd gebracht door de sopraan Marie Luise Werneburg, ging hij dan weer zitten luisteren. Groot gelijk, want ze zong de noten ontregelend prachtig.

Met dit soort experimenten voegt Sato zich volmaakt naar de honderdjarige traditie van de Bachvereniging. Wat daar al niet met de Matthäus- en Johannes-Passion is uitgehaald. Soms vergde het een paleisrevolutie, zoals bij de switch naar barokinstrumenten in 1983. Soms kwam er schandaal van, zoals in 2005, toen het koor radicaal werd teruggesnoeid. Maar steevast was er een verwijzing naar een historische bron, die ofwel speelpraktijk X suggereerde, dan wel speelpraktijk Y uitsloot.

Niet onmogelijk dus dat Bach in Leipzig naar zijn viool greep. Sato is ook niet de eerste die het terrein verkent. Sommige passiedirigenten leiden de troepen vanaf een klavecimbel of orgel. De Engelse tenor Mark Padmore doet het zingend en gebarend, zo ook donderdag aanstaande in het Amsterdamse Concertgebouw. En nu hij toch eenmaal bezig was, zei Shunske Sato vooraf in interviews, ging hij meteen wat andere proefjes doen.

Zo wilde hij de r’s authentiek laten rollen. Bijvoorbeeld geen ‘Báá-rabam!’, wanneer het Joodse volk schreeuwt om de vrijlating van een moordenaar, maar ‘Barrrr-abam!’ Hij ging ook spelen met de stemming van instrumenten, zodat cruciale akkoorden weliswaar valser maar ook expressiever werden. En hij wilde focussen op het drama. Een meute die ‘Lass ihn kreuzigen!’ schreeuwt, kon je maar beter geloven.

null Beeld Janko Duinker
Beeld Janko Duinker

Aan drama ontbrak het niet in Tilburg. Bij monde van de tenor Daniel Johannsen deed de evangelist soms dichterlijk, soms rellerig verslag van de heisa op Golgotha. Ook Jezus verborg zijn emoties niet, in een nogal operateske aanpak van de bas Dominik Wörner. Maar rollende r’s? Je moest ze vermoeden in een zaal waar de klank teveel op het podium bleef hangen. En valse, expressieve akkoorden? Hopelijk pikken de microfoons van Radio 4 ze later in Rotterdam op.

Maar inderdaad: de bassen en tenoren trapten het ‘Lass ihn kreuzigen!’ als testosteronbommetjes af. Helaas gingen de alten en sopranen in het rumoer kopje onder. Ook op andere momenten dacht je: Sato mag nog wat langer rommelen in de gereedschapskist van de koordirigent. In de vakjes, bijvoorbeeld, met ritmisch ketsende medeklinkers, of die van de steels opvlammende tussenstem.

Bij de multitasker verkruimelde soms de spanningsboog. Maar toch, de koralen die Bach plooide rond kerkliederen als O Haupt voll Blut und Wunden kneedde Sato welsprekend tot op de komma. Met de violen legde hij rond Jezus’ woorden een mystieke glans. De viola da gamba van Alex Baker sierde de aria Komm, süsses Kreuz ongemeen intens op. Maar die ene keer dat Sato als solist naar zijn viool greep, was het hoogtepunt van heel de Matthäus.

Het gebeurde in de aria Gebt mir meinem Jesu wieder, die spreekt over bloedgeld en spijt als haren op het hoofd. Vlam, rats, daar joeg een bevrijde violist over de snaren. Opeens stond niets meer in de weg tussen het kippenvel en Shunske Sato.

Mist rond de Matthäus

Hoe en wanneer Bach in Leipzig zijn eerste Matthäus-Passion heeft geleid: niemand steekt er zijn hand voor in het vuur. De Nederlandse Bachvereniging vermoedt dat de première plaatsvond in 1727, maar het kan evengoed een van de omringende jaren geweest zijn. Rond bijna alles hangt mist. Waar Bachs musici zaten en stonden: een gok. Welke instrumenten hij gebruikte: deels speculatie. Hoe hij zijn orders uitdeelde: wat de gek ervoor geeft. Ook de partituur in Bachs handschrift die dateert uit 1736 laat dirigenten genoeg ruimte om de Matthäus-Passion naar hun hand te zetten.

Volgend jaar bij de Bachvereniging wordt dat trouwens Masato Suzuki. Deze klavierspeler werd in 1981 geboren in Den Haag, als zoon van Masaaki Suzuki, de gelauwerde leider van het Bach Collegium Japan.

J.S. Bach: Matthäus-Passion

Door de Nederlandse Bachvereniging en Kampen Boys Choir o.l.v. Shunske Sato.

Klassiek

★★★☆☆

3/4, Schouwburg Concertzaal, Tilburg.

Tournee t/m 16/4. NPO Radio 4, 14/4, 20.00 uur.

Meer over