Diep verlangen naar niemand zijn

Het begin van het nieuwe millennium is in Groot-Brittannië het moment voor een onderzoek naar het begrip 'Englishness'. Premier Blair belooft veranderingen, maar er gebeurt niets....

door Hein Janssen

VOOR het geboortehuis van Shakespeare in Stratford-upon-Avon zit een klas schoolkinderen stilletjes te tekenen. Allemaal kijken ze naar de eenvoudige dorpscottage waar de schrijver, vorig jaar door het Britse volk nog uitgeroepen tot Man van het Millennium, in 1564 geboren moet zijn. En allemaal tekenen ze het huisje zo getrouw mogelijk na. Een van de kinderen probeert de aandacht van de voorbijganger te trekken, maar de juffrouw is onverbiddelijk. Haar blik zegt maar één ding: tekenen en niet met vreemde mannen praten - Shakespeare voor alles.

Witte zwanen die dobberen in de rivier, roeibootjes met jongens in kostschooluniform die zachtjes door het water gaan, ontelbare blauwe seringen, dametjes die ruiken naar lavendel: alle clichés over Engeland 'in the country' kloppen in Stratford. Maar het is ook de stad waar 's avonds om zeven uur hordes mensen naar de drie theaters van de Royal Shakespeare Company lopen om daar toneel te gaan zien. Toneel dat vier eeuwen terug is geschreven en dat nog steeds een volk bindt.

Natuurlijk regeert Shakespeare in Stratford. De souvenirshops, de boekwinkels (met titels als The Tabloid Shakespeare en Shakespeare, the Basics), de plekken waar hij gewoond en gewerkt heeft en waar hij ligt begraven, ze staan allemaal in de gidsjes en zijn onderdeel van stadswandelingen. Maar een openluchtmuseum is Stratford niet, evenmin een Shakespeare Disneyland. Het toerisme hier is gedempt en stijlvol, en ook een beetje deftig. Dat de tijd in Stratford niet helemaal heeft stilgestaan, blijkt uit de etalage van een speelgoedwinkel waarin Teletubbies en Pokémonkaarten de blikvangers zijn.

Bovenop het grote stadstheater wappert de vlag van de Royal Shakespeare Company (RSC). Het gezelschap is inmiddels begonnen aan wat het grootste project in haar 120-jarige geschiedenis moet worden: het spelen van de acht history plays, Shakespeare's koningsdrama's die de laat-middeleeuwse geschiedenis van Engeland vertellen. De cyclus die de regeerperiode van zes koningen omvat, geeft een nauwkeurige beschrijving van The War of the Roses, de bloedige strijd tussen de huizen van York en Lancaster. Intriges, machtsmisbruik, machtshonger, dood en verderf, vriendschap en verraad, ze buitelen over elkaar heen in wat de RSC 'This England' noemt, de verzamelnaam van het hele project.

Het motto is ontleend aan een monoloog van John of Gaunt uit Richard II, het eerste deel van de serie, waarin hij de grootheid van zijn verscheurde land bezingt:

'This blessed plot, this earth,

this realm, this England,

This nurse, this teeming

womb of royal kings.'

'Dit zalig oord, dit veld,

dit rijk, dit Engeland,

Voedster en tierige schoot

van koningen.'

(Vertaling: Gerrit Komrij)

Na een voorbereidingsperiode van een jaar, door een ensemble van zeventig acteurs, is met de première van Richard II 'This England' begonnen. Het tweede stuk, Henry IV is inmiddels ook klaar, in de zomer volgt Henry V en zo gaat het door totdat volgend voorjaar Richard III de reeks zal afsluiten. Het is de bedoeling dat halverwege 2001 de hele cyclus gespeeld zal worden in het Barbican Theatre, de Londense thuishaven van de RSC. De toeschouwer die alle acht stukken wil zien, zal acht keer minstens drie uur in de zaal moeten doorbrengen. Van een bewerking of schrappen in de tekst zal namelijk geen sprake zijn - dat doet men niet in Engeland.

Dat drie jaar geleden in Vlaanderen en Nederland Luk Percevals Ten Oorlog! triomfen vierde, en dat de Duitse versie daarvan juist deze maand in Berlijn in het Theater Treffen staat, is niet tot Stratford doorgedrongen. Het Engelse theater is vooral op zichzelf gefixeerd en wat er in het buitenland zoal met Shakespeare gebeurt, is hier niet echt van belang. De acht stukken bewerkt en samengevoegd in een marathon van twaalf uur? 'O really? How interesting!', aldus luidt de beleefde reactie van Kate Hunter, stafmedewerker van de RSC.

Het heeft uiteraard te maken met het magische jaar 2000 dat 'This Engeland' juist nu wordt gespeeld, en met de politiek-maatschappelijke situatie in het huidige Groot-Brittannië. Hunter: 'De RSC wilde aan het begin van deze nieuwe eeuw iets monumentaals doen, een mijlpaal creëren. En onze artistiek leider Adrian Noble voelde dat de politieke situatie waarin Groot-Brittannië zich nu bevindt om aandacht vraagt.

'De mensen vragen zich af wat het betekent om Engels te zijn, of Schots, of Welsh. Er is sprake van een devaluatie van de centrale macht en een opwaardering van de regio. Kijk maar naar het eigen parlement in Schotland en dat in Wales. Engelsen vinden hun identiteit momenteel erg verwarrend. Het is makkelijker om tot een minderheid te behoren, dat is overzichtelijker. We zitten nu in het juiste klimaat om een hernieuwd onderzoek te doen naar wat een begrip als Englishness inhoudt.'

Dat juist deze week een man als Livingstone, die helemaal onafhankelijk is van de bestaande politieke partijen, is gekozen tot burgemeester van Londen, heeft daar ook mee te maken. Blair belooft al jaren dat er iets in de vastgeroeste structuren zal veranderen, maar het blijven woorden. En juist daarover gaat het in Shakespeare's historische stukken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in de pers- en publieksreacties juist die politieke impact van Richard II zo de nadruk krijgt.

In The Other Place, het kleinste theater van de RSC in Stratford, zit het vol met wat je een doorsnee Engels publiek kunt noemen. Echtparen van middelbare leeftijd, oude dametjes met het tekstboekje van de vorige opvoering op schoot ('Yes, I've seen Jeremy Irons as Richard too') en keurige twintigers die hebben geleerd dat Shakespeare bij je opvoeding hoort.

Ze zien een overrompelende voorstelling in regie van Steven Pimlott, met de jonge acteur Samuel West in de titelrol en om hem heen een voorbeeldig ensemble, dat fris van de lever speelt. Het podium is voor de gelegenheid van boven tot onder wit geschilderd. Er staan oude caféstoeltjes, en verder alleen een kist, die zowel Richards troon als doodskist symboliseert - twee zaken die in dit stuk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Het publiek wordt regelmatig rechtstreeks aangesproken, het wordt zelfs uitgenodigd om te gaan staan bij een begrafenis, hetgeen de band tussen spelers en toeschouwers sterk maakt. Er wordt gespeeld in simpele, eigentijdse kostuums met hier en daar een uniform, een mantel of gouden haarband als symbool van macht. De tekstbehandeling is perfect, en met hun traditionele kostuums hebben de acteurs van de RSC ook hun plechtigheid afgelegd.

Want daaraan leed het gezelschap in het verleden vooral - aan een te ver doorgevoerde dienstbaarheid aan de traditie. De groep is nu acht jaar achtereen te gast geweest in de Rotterdamse Schouwburg en al die keren was het goed en gedegen, maar meestal ook saai. Volgens Kate Hunter is er de laatste twee jaar echter veel veranderd in de structuur van het gezelschap. 'We hebben jonge acteurs aangetrokken en verschillende gastregisseurs. Minstens vier regisseurs, onder wie Michael Attenborough en Edward Hall, gaan zich met de history plays bezighouden en zij zullen er zeker geen kostuumdrama's van maken. Ze kiezen ieder een eigen toon, een eigen vormgeving en een eigen acteerstijl. Er bestaat geen specifieke RSC-stijl, alles mag hier.'

De RSC lijdt niettemin nog steeds onder een stoffig imago. Maar als straks alle koningsdrama's zo fris worden gespeeld als Richard II, zal het gezelschap doen wat het als zijn hoogste taak ziet: het voortdurend opnieuw interpreteren van Shakespeare. Dat veel mensen bij de RSC aan ouderwets toneel denken, komt ook door de naam van het gezelschap - vooral door dat royal, en omdat het over Shakespeare gaat.

Soms wordt er bewust gekozen voor een gedegen kostuumstuk, simpelweg omdat daar een groot publiek voor is. De RSC is een van de vier grote nationale gezelschappen, met een jaarlijkse subsidie van negen miljoen pond (zo'n 33 miljoen gulden). De belastingbetaler die dat opbrengt, heeft recht op het toneel dat hij wil zien, zo wordt geredeneerd. Maar de meerderheid van de producties heeft inmiddels het predikaat eigentijds. Vorig seizoen werd een A Midsummer-Night's Dream gemaakt waaraan geen Elizabethiaans kostuum te pas is gekomen.

Na afloop van ruim drie uur Richard II gaat het publiek keurig naar huis of hotel, want de cafés in Stratford zijn dan al dicht. Op één na, The Dirty Duck, dat bekend staat als het artiestencafé van de RSC. Aan de muren hangen foto's van de sterren wier naam aan de rijke geschiedenis van de groep zijn verbonden: Derek Jacobi, Judi Dench, Helen Mirren, Alan Bates, Glenda Jackson.

Misschien komt het portret van Samuel West er ook nog eens te hangen, maar met een pilsje in de hand napuffend van zijn grote prestatie, maakt hij zich er vooralsnog niet druk om. 'Veel acteurs kiezen liever voor het theater in Londen of voor de film, dan zich af te zonderen in Stratford. Want zo wordt het werken bij de RSC door veel collega's gezien, als een vrijwillige verbanning. Maar ik leer hier erg veel over de traditie van ons vak en nergens anders zou ik de kans krijgen om op deze leeftijd en zonder sterstatus zo'n belangrijke rol te spelen.'

Samuel West doelt op zijn collega-koning Ralph Fiennes die, geheel toevallig, op dit moment in Londen de rol van Richard II speelt in een productie van The Almeida Theatre Company. Fiennes is een grote ster in Engeland en sinds zijn rol in de film The English Patient ook in Hollywood en dus in de wereld. Hij maakt de ene film na de andere - in Nederland moeten The end of the affair en Sunshine nog uitkomen.

De Londense Richard II wordt gespeeld in de Gainsborough Studio die ooit dienst deed als krachtcentrale van de spoorwegen, en waar later Alfred Hitchcock zijn eerste films opnam. De studio ligt in een afgelegen wijk in Oost-Londen en de route er naar toe zorgt voor een typisch Hollandia-gevoel. Waar het Nederlandse theaterpubliek al minstens vijftien jaar vertrouwd is met theater op locatie (inclusief routebeschrijving en verkeerd lopen), is Richard II in de Gainsborough Studio voor de geoefende West End-gangers een ware sensatie. Het publiek dat hier samenkomt is hip en trendy en moet ook wel wat te besteden hebben, want een kaartje kost omgerekend toch al gauw zo'n 110 gulden.

In de fabriekshal is een immens theater gemaakt, compleet met drie balkons, en de aanblik ervan is overweldigend. Het podium is bedekt met echt gras en bloeiende appelbomen die na de pauze, als Richards neergang is begonnen, hun bladeren laten vallen. In de oude, bakstenen muur is een enorme scheur aangebracht die dreigend wordt belicht, waardoor we als het ware kijken naar een middeleeuws kasteel dat op het punt staat een ruïne te worden. Fraaie kostuums, gedreven en helaas regelmatig ook overdreven spelende acteurs en een overdaad aan details krikken deze productie op tot een avondje Shakespeare voor het establishment.

Dat is opmerkelijk omdat je juist in Londen de vernieuwing verwacht waar het Engelse theater zo'n behoefte aan heeft. Maar die vernieuwing lijkt zich voorlopig te beperken tot dat kleine stadje in Midden-Engeland, terwijl het chique Londense publiek zit opgescheept met een draak en Bravo! roept voor één enkele man die op het affiche staat.

Ralph Fiennes maakt zijn reputatie van groot acteur overigens meer dan waar. Hier staat de grote, nieuwe belofte voor het Engelse theater, mits hij de verleidingen van de filmindustrie kan weerstaan. Fiennes heeft het in zich uit te groeien tot de nieuwe Laurence Olivier, Albert Finney of John Gielgud. Hij heeft een prachtige stem, die met Shakespeare's woordenvloed jongleert, zijn bewegingen zijn even betekenisvol als elegant en hij combineert zijn charme met iets raadselachtigs.

Fiennes' Richard is niet de opstandige puber zoals Samuel West die in Stratford speelt, maar een kwetsbare, soms ijdele en ook wat wufte man die twijfelt aan de zin van zijn bestaan. Richard voelt zich de ene dag koning en de andere een bedelaar. 'I must nothing be', verzucht hij in de vierde akte, daarmee de kern van zijn drama samenvattend: een diep verlangen naar niemand zijn.

Fiennes wordt iedere avond ovationeel toegejuicht, West haalt in Stratford applaus als één van de zeventien spelers van zijn gezelschap - dat is het verschil. Fiennes is de ster in een door de media opgezweepte aandacht voor sterren, West is een toneelspeler in dienst van een groter geheel. Of zoals Kate Hunter het zegt: 'De juiste acteur op de juiste plaats, daar gaat om en wat dat betreft leggen we onszelf geen beperkingen op. Stardom trekt krantenlezers en geen theaterpubliek, wij doen het zonder sterren ook erg goed.'

De enige ster die de RSC nog steeds in huis heeft, heet William Shakespeare. Terwijl kinderen zijn geboortehuis natekenen, schuifelen oude dametjes door de Holy Trinity Church, waar de graftombe van de schrijver staat. Aan de muur hangt een fotokopie van Shakespeare's geboorteacte (1564) en het certificaat dat hij ook in Stratford is begraven (1616). Twee vergeelde papiertjes als bewijs van een leven dat maar 52 jaar omvatte. Maar ach, wat is tijd.

'I wasted time, and now doth time waste me', zegt Richard II vlak voordat hij aan het eind van zijn stuk wordt vermoord. 'De tijd verkwistte ik - nu verkwist de tijd mij.'

Meer over