Diego Ares laat verandering met structuur horen

Later werd hij padre genoemd, en ook wel 'een duivel, verkleed als monnik', maar toen hij als twintiger zijn vroege sonates schreef, was hij nog gewoon frater Antonio Soler, componist aan het Spaanse hof, die volop experimenteerde met de vorm en de volgorde van zijn stukken. Uit die tijd, rond 1756, is een handschrift teruggevonden met de titel Sonatas del Sr. Dn. Domingo Escarlati y otras de frai Antonio Soler.

Het is een omvangrijk manuscript, met 43 sonates, beurtelings van Soler en van de Italiaan Domenico Scarlatti, die voor hetzelfde hof werkte. Veel van de stukken zijn niet eerder gepubliceerd. Koren op de molen van de jonge Spaanse klavecinist Diego Ares. Hij kiest uit de werken van de frater sonates die bepaald niet priesterlijk klinken. Je hoort invloeden van tonadilla's, Spaanse volksliedjes die Soler in de straten van Madrid zal hebben gehoord, maar ook Italiaanse klanken, wellicht door zijn contacten met Scarlatti.

Behalve die nieuwe oogst aan composities levert de vondst informatie op over de samenhang tussen de werken. Het was bekend dat Soler zijn sonates paarsgewijs, toonsoort bij toonsoort, schreef, maar tot nu toe doken ze meestal op als afzonderlijke stukken. Naar de volgorde bleef het gissen.

Diego Ares heeft de sonates opgenomen zoals Soler het in zijn manuscript aangeeft: in clustertjes van twee of drie sonates in dezelfde toonsoort maar met karakters die flink met elkaar contrasteren. Metrische vrijheden grijpt Ares met beide handen aan, zodat er een grillig natuurlandschap ontstaat dat bij iedere windvlaag kleine veranderingen laat zien maar dat zijn structuur altijd behoudt.

Hij speelt op een schitterende kopie van een vroeg 18de-eeuws klavecimbel uit Sevilla, gebouwd door de Amsterdammer Joel Katzman. In sommige sonates laat Diego Ares het lieflijk zingen. In andere tart hij de kracht van het mechaniek zodat je het hout hoort kreunen en de snaren kraken.

Meer over