‘Die Zauberflöte’ op kinderlengte en sappig vertaald

Veel is er niet voor nodig om een operavoorstelling te maken. Voor Mozarts Die Zauberflöte zet de zomeropera van het Vlaamse Alden Biesen weinig meer in dan een heer en een dame in pyjama (Tamino en Pamina), een man in hansop met veertjes in zijn haar (Papageno) en een slagroomtaart....

Die laatste komt weliswaar in het libretto niet voor, maar het moment dat hij in Papageno’s gezicht belandt, is van belang voor het welslagen van de voorstelling. Er zullen in het Concertgebouw weinig toehoorders zijn geweest die het verhaal hebben kunnen volgen. De inzet van de zangers en de musici, de sappige Nederlandse vertaling, en de bekorting tot kinderlengte zijn niet geheel opgewassen tegen de afmetingen van de Grote Zaal.

Toch is het een glansrijke opening voor de Mozart-marathon, die het gebouw dit weekeind in zijn greep hield en vandaag nog naklinkt op Radio 4. Het tweedaagse festival rond de muziek van de 250 jaar geleden geboren componist is het startschot voor de succesvolle serie Robeco-zomerconcerten die op 31 augustus zullen worden afgesloten met muziek van – natuurlijk – Mozart. Ook daartussendoor is er veel aandacht voor Wolfgang Amadeus. Zo zingt sopraan Sumi Jo vanavond een programma met Mozart-aria’s, komt violist Christian Tetzlaff een weekeind over om Mozart te gedenken, en volgt er over twee weken een concertante Don Giovanni. Het is maar een greep.

Met Mozart kun je alle kanten uit, dat blijkt wel tijdens de marathon, die in totaal 24 optredens bevat. Het Brodsky Kwartet heeft met zijn hogeschoolspel geen moeite met de omvang van de Grote Zaal, maar schudt de routine pas van zich af als er een altvioliste bij komt voor het fascinerende strijkkwintet KV 516. Net zo pakkend zijn de twee concerten voor twee piano’s, waarin Bruno Canino en Antonio Ballista elkaar de bal toewerpen onder begeleiding van de Radio Kamer Filharmonie en Frans Brüggen, die heel wat etappes in de marathon voor hun rekening nemen.

Voor de Gran Partita heeft het Nederlands Blazers Ensemble alle zuigertjes bijgesteld en alle schroefjes en boutjes nog eens extra aangedraaid, wat leidt tot een uitvoering die nog mooier glimt dan een autoreclame. Het staat in stevig contrast met de kleinschalige en volkomen ongekunstelde voordracht van sopraan Johannette Zomer, die onder andere bezingt hoe Goethes viooltje wreed vertrapt wordt.

Maar de oneerbiedigste benaderingen zijn vaak de leukste. Dat begint al met de saxversie van het strijkkwartet KV 421 door het Aurelia Kwartet, waarin weliswaar geen onvertogen noot klinkt, maar die toch naar een andere eeuw smaakt dan de 18de. Met de eigentijdse Mozart-commentaren van Chiel Meijering en Wijnand van Klaveren zetten de saxofonisten de boel flink op zijn kop, en belanden zelfs onverhoeds in een opera van een heel andere componist.

De kers op de taart komt van de Swingle Singers. De acht zangers sluiten beide avonden af met een fantastische close harmony-mix, die reikt van een bijna authentieke orkestimitatie in de Zauberflöte-ouverture tot een totaal verjazzte versie van de veertigste symfonie. De dabadaba-zang plus de ongelooflijk knap gezongen slagwerkeffecten geven alles een suikerzoet glacé-laagje, maar de show die de Swingles weggeven is fantastisch en de noten zijn in alle opzichten geniaal – zozeer dat het er niet eens meer toe doet of ze nu al dan niet van Mozart zijn.

Frits van der Waa

Meer over