'Die liedjes horen in een speeldoos'

Torre Florim en Roos Rebergen..

Van onze medewerker Gijsbert Kamer

Oss Met de gebundelde gedichten van de cliënten moest toch meer te doen zijn, dachten de medewerkers van de zorginstelling voor verstandelijk gehandicapten Dichterbij in Oss enige tijd geleden. Daarom werden vormgevers en kunstenaars benaderd, alsmede de rockmuzikant Torre Florim. ‘Het leek me wel wat’, vertelt hij bij de presentatie van het eindresultaat. ‘Na even bladeren door de map met gedichten zag ik meteen dat er meer inzat. Ik maakte van de tekst Stap Voor Stap een liedje en dat vonden ze in Oss te gek.’

Als het aan Dichterbij had gelegen, was er meteen een compleet album uit voortgekomen, maar Florim was te druk met zijn succesvolle band De Staat. ‘We waren midden in de tournee rond het verschijnen van onze plaat, maar ik wilde het toch niet helemaal afblazen. Het leek me ook leuk om Roos erbij te vragen. Ik wilde altijd al iets samen met haar maken, omdat ze erg creatief is en toch ook heel anders te werk gaat dan ik.’

Roos Rebergen stond dit jaar net als De Staat volop in de belangstelling. Haar Roosbeef-album Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten is een succes. Rebergen: ‘Torre stuurde me zijn liedje en ik had er meteen iets mee, dus hebben we samen afgesproken eens door die gedichten te gaan bladeren.’

Het resulteerde in zes teksten die door Florim en Rebergen werden bewerkt tot liedjes die onder de naam De Speeldoos vandaag officieel op cd verschijnen. Voorafgaand aan de presentatie, afgelopen donderdag in De Groene Engel in Oss, in aanwezigheid van de tekstschrijvers en personeel en cliënten van Dichterbij, slingert Florim in de kleedkamer een prachtig vervaardigd speeldoosje even aan. De melodie van Stap Voor Stap klinkt op. ‘Ik vond het niks om die zes liedjes gewoon op cd te zetten. Het moest wel echt iets speciaals worden, dat je niet zomaar in de kast opbergt. Dit is fysiek echt een tof ding.’

Met bijzondere muziek, die het beste in zowel Florim als Rebergen naar boven haalt. Florim: ‘Voor mij was dat in het Nederlands zingen echt wennen. In het Engels gaat het me vooral om de sound. Nu speelt de betekenis van de woorden een veel grotere rol, en wist ik ook niet zo gauw welk accent het beste werkte.’

Rebergen: ‘Ja, dat was wel grappig. Dat eerste liedje Stap Voor Stap zong Torre in wel vier accenten. Voor mij was het juist gemakkelijker. Er was meer afstand tot de teksten. Ik zing het wel, maar het is niet echt van mij.’

Maar wel een beetje, want enkele teksten werden enigszins aangepast. Het ontroerende Oudjaar, waarin Jolanda van Os beschrijft niet naar buiten te durven en vuurwerk en onweer met elkaar vergelijkt, krijgt van Rebergen de regels Geef je geld niet uit aan onweer/Maar geef het aan de armen als conclusie. Florim: ‘Zo’n liedje had even een clou nodig.’

Echt veel hoefde er verder niet veranderd te worden. En de twee vonden elkaar ook muzikaal snel. Rebergen: ‘Torre denkt als hij een tekst ziet meteen heel ritmisch, en laat dat ook meteen horen. Ik neem het liever even mee naar huis om daar een sfeer of melodie bij te bedenken. Ik had bij Ik En Mijn Vriendin al de akkoorden en Torre maakt er dan een bossa nova van.’

Florim: ‘De teksten zijn krachtig en echt in your face. Maar meestal ook droevig. Dan is het de kunst om er toch iets vrolijks van te maken, anders wordt het al gauw sentimenteel.’

Rebergen: ‘Dat was vooral zo leuk, dat het allemaal zulke vrolijke liedjes zijn geworden. Vrolijke melodieën ben ik niet zo gewend. Maar Torre gooide er steeds meteen het tempo in.’

In Oss blijken de zes liedjes goed aan te slaan. De normaal wat strenge Florim en de vaak haast naïef klinkende Rebergen groeien met dit repertoire dichter naar elkaar toe. Maar tijd voor een toertje met De Speeldoos is er niet.

Bovendien is er te weinig materiaal voor een compleet concert. ‘Mensen beginnen al over theaters. Maar dit is wel het meest bruikbare uit de bundel’, zegt Florim. ‘En zes liedjes is te weinig voor een theatertour. Ach, het is nu al te gek hoe dit allemaal uit de hand loopt, van alleen een dichtbundel nemen hooguit mensen in de zorgsector kennis.’

Meer over