TaalgebruikWoord van de week

Dialectwoord van de week: toeze

Dialect, jeukend jargon, straattaal of neologisme – elke week ontwaart V een opvallend woord. Zoals het dialectwoord: toeze.

Het is weer december. Toch nog. Na een jaar als dit had het niemand verbaasd als december ineens spoorloos was verdwenen, van de kalender gevallen, uitgewist. Maar gek genoeg voelt uitgerekend deze maand precoronees normaal. En met normaal bedoelen we: uitputtend.

Sinterklaas, mensen die net voor of na Sinterklaas jarig zijn, kerstkaarten schrijven, een kappersafspraak proberen te maken, proberen je te herinneren waar de handschoenen en mutsen zijn opgeborgen, gekibbel over Kerst (alleen dit jaar, in plaats van ‘Neem jij de pavlova mee?’ ‘Maar welk tijdvenster is dan nog wel beschikbaar? Want ik moet van 14.20 tot 14.35 vanuit de auto naar mijn schoonouders zwaaien’), gekibbel over Oud en Nieuw (‘Nee, illegaal vuurwerk is niet minder erg dan elkaar zoenen!’), deadlines en vergaderingen die nog voor de Kerst worden gepropt, deadlines en vergaderingen die over de schutting naar januari worden geflikkerd, iedereen moe en chagrijnig: geen wonder dat mijn hoofd en agenda helemaal in toeze zijn.

In wat? In toeze! Helemaal in de war, maar dan in het Oldambtsters, een Gronings dialect. Het Oldambt is het gebied rondom de Dollard, op de grens van Nederland en Duitsland. De sjwa (toonloze e) op het eind van ‘toeze’ is typisch voor het Oldambtsters en onderscheidt zich daarmee van andere Groningse dialecten, zoals het Noord-Gronings.

Wat kunnen we ertegen doen? Helemaal niets. De decemberdrukte is hardnekkiger dan een virus en niemand heeft de puf om over nóg een vaccin na te denken. En dan heeft dit jaar ook nog eens 53 weken. Het is een toezeboudel.

Meer over