Dialectiek van de secularisering

Paus en filosoof nader tot elkaar

In plaats van zachtjesaan te verdwijnen, wint de godsdienst opnieuw terrein. Ook de voorheen strikt seculiere filosoof Habermas erkent de waarde van religie.

Zoals velen in onze westerse maatschappij, verwonderen ook de wijsgeren zich over wat 'de terugkeer van de religie' is gaan heten. Tot voor kort hield de filosofie zich nauwelijks met religie bezig. Die zou, zo veronderstelde men, zachtjesaan vanzelf verdwijnen om plaats te maken voor een rationele wereldbeschouwing. Dat is dus niet gebeurd en het lijkt ook niet te gaan gebeuren. Filosofen vragen zich meer en meer af welke ruimte religie - het christendom en de kerk, de islam en de moskee - in een moderne samenleving zou moeten en mogen innemen.

Richard Rorty en Gianno Vattimo, Luc Ferry en Marcel Gauchet, René Girard en Martin Heidegger belichten dit soort vragen in de interessante reeks 'Filosofie in dialoog' van uitgeverij Klement. In de jongste aflevering komen de Duitse filosoof Jürgen Habermas, rationalist bij uitstek, en paus Benedictus XVl aan het woord. In 2004 - de paus was toen nog kardinaal Joseph Ratzinger - voerden zij een discussie met elkaar.

Zelden heb ik zo'n ondoordringbare en ingewikkelde tekst gelezen als de discussiebijdrage van Habermas. De Duitse filosoof lijkt in 20 pagina's grote delen van zijn omvangrijke oeuvre nog eens te willen samenvatten. De bijdrage van de huidige paus steekt hier zeer gunstig bij af.

Gelukkig bevat deze Nederlandse uitgave een verhelderend voorwoord van de Antwerpse filosoof Patrick Loobuyck. Met behulp hiervan kan de lezer langzaam en voorzichtig doordringen in de op zich zeer waardevolle en rijke bijdrage van Habermas.

De discussie tussen de paus en de filosoof gaat vooral over de grondslagen van de democratische rechtsstaat. Terwijl traditioneel elke staat gegrondvest was op een aan haar voorafgaand religieus fundament, proberen moderne seculiere staten zich alleen op het fundament van de natuurlijke rede te baseren. In het recente verleden heeft Habermas imposant denkwerk verricht om aan te tonen dat een breed opgevatte rede voldoende motivatie biedt aan burgers van moderne staten om hun gemeenschappelijkheid te beleven.

Hij erkent nu dat deze opvatting op minstens twee punten correctie behoeft. In de eerste plaats blijkt de zogenaamde zuivere rede die vooraf zou gaan aan de staat en het recht, sterk bepaald door haar Grieks-christelijke achtergrond. Habermas geeft toe dat het moderne seculiere denken geworteld is in historisch gevormde religieuze denkkaders. Hij meent echter dat de filosofie veel ideeën hieruit in zuiver rationele en wereldse termen heeft kunnen vertalen.

In de tweede plaats erkent Habermas nu volmondig dat veel burgers de inspiratie voor hun burgerplichten en solidariteit in de praktijk vooral uit hun religieuze overtuigingen halen. Een strikt rationele onderbouwing is voor hun morele en politieke betrokkenheid onvoldoende. Naast de rede wil Habermas daarom op dit punt ruim baan geven aan de religie. Wel moet deze laatste zich volgens hem blijven verantwoorden voor de rechterstoel van de rede.

De paus komt met zijn redeneringen van de andere kant, maar blijkt het wel grotendeels met de filosoof eens te zijn. Ook hij onderstreept het belang van de rede en juicht bijvoorbeeld het rationaliseringsproces van de Europese Verlichting van harte toe. Tegenover Habermas onderstreept Ratzinger wel de gevaren die een aan zichzelf overgelaten rede met zich meebrengt. Zij kan haar grenzen miskennen en utopische wegen inslaan, zoals dat in het marxisme en fascisme gebeurde. De staat heeft daarom niet genoeg aan het redelijk denken; ze blijft afhankelijk van morele inhouden die van buiten de rede komen. Voor Europa ligt deze vóór-politieke basis van de rechtsstaat in het christendom, maar Ratzinger aarzelt niet om erop te wijzen dat andere culturele en religieuze tradities - hij noemt met name de islam en de Indische cultuur - in hun historische context ook

het nodige kunnen bijdragen. Noch de westerse seculiere rationaliteit noch de christelijke erfenis gelden volgens hem voor de hele mensheid.

De paus blijkt zo uiteindelijk bescheidener dan de filosoof. Habermas verwacht nog altijd op den duur met behulp van de rede een soort 'wereldethos' te kunnen creëren, volgens Ratzinger gaat het hier om een lege abstractie. De paus ziet meer in een voortdurend gesprek tussen de rede en de grote wereldreligies. Rede en religie zullen elkaar blijvend nodig hebben om elkaar aan te vullen en te corrigeren.

Meer over