BoekrecensieDe canon van de Nederlandstalige literatuur

Deze herziene literaire canon is voer voor discussie

null Beeld Vrijdag
Beeld Vrijdag

Een lijst van vijftig vastgeklonken boektitels die exemplarisch zijn voor de Noord- en Zuid-Nederlandse literatuur, waarom zou je die willen maken? De discussie daarover is stokoud en eindigt altijd in een patstelling. Zo’n ‘canon’ is natuurlijk altijd willekeurig. Waarom staat Harry Mulisch’ De ontdekking van de hemel erin en Proefspel van F.B. Hotz niet? Of Eva van Carry van Bruggen? Waarom van Hella Haasse altijd Oeroeg? Waarom geen kinderboekenschrijvers, zoals Annie M.G. Schmidt? Kellendonks Mystiek lichaam ontbreekt, wat een misser. Zo’n lijst is zelfbevestigend – gecanoniseerde boeken komen in de canon – en uiteraard wit en mannelijk. Maar de hedendaagse moraal mag evenmin de norm zijn, dat is geschiedvervalsing. En dan nog iets: misschien schrikt zo’n lijst met oude dode schrijvers jonge lezers juist af.

Daartegenover staat dat erfgoed koestering verdient. Zonder canon zakt de literatuur van het verleden reddeloos in de vergetelheid. De (Vlaamse) Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren waagde zich er daarom wel aan en stelde in 2015 De canon van de Nederlandstalige literatuur samen. Nu is een herziening verschenen: Willem Kloos en Richard Minne verdwenen, net als het omstreden Gangreen 1 – Black Venus van Jef Geeraerts. Jan Wolkers’ Turks fruit kwam erin – een verbetering? Voer voor discussie. Zo praten we tenminste over literatuur.

Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren: De canon van de Nederlandstalige literatuur. Vrijdag; € 29,95.

Meer over