Boeken

Deze boeken over kolonialisme en slavernij gaan op zoek naar het volledige verhaal

Het slavernijverleden was ook in 2021 weer onderwerp van debat. Fictie, uiteenlopende studies en familie­geschiedenissen bieden nieuwe, waardevolle perspectieven.

Cécile Koekkoek
null Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

‘Ik heb er zo stilletjes aan wel een beetje genoeg van om me steeds te richten naar een Nederlands publiek. Ik vind dat nu de Nederlanders mij ook maar moeten begrijpen’, verzuchtte Bea Vianen, de eerste Surinaamse vrouw die werd uitgegeven door een Nederlandse uitgeverij, in 1978 tegen cultureel tijdschrift De Vlaamse Gids. Onlangs werd haar autobiografische roman Sarnami, haiSuriname, ik ben (Cossee; € 22,99) uit 1969 opnieuw uitgegeven. Het boek is een zoektocht naar identiteit in een land dat worstelt met armoede en interraciale verhoudingen.

Vianen wilde het verhaal van Suriname van binnenuit vertellen. Op de vraag of Nederlanders volgens haar begrijpen wat ze hebben misdaan in Suriname, antwoordde ze: ‘Ze willen het niet begrijpen. Ze beperken zich tot 1863 (de afschaffing van de slavernij, red.), dat is overzichtelijk, met weglating van de vreselijke dingen die ze daar uithaalden. Maar om daarna opnieuw geconfronteerd te worden met de ander, dat is te veel.’

Dertig jaar later vinden haar woorden navolging van, veelal jonge, mensen van kleur die hun stem opeisen. Die ontwikkeling is in een stroomversnelling gebracht door de Zwarte Pietendiscussie, de moord op George Floyd en de Black Lives Matter-protesten die daar wereldwijd op volgden.

Debat en excuses

Weinig historische onderwerpen hebben de afgelopen tien jaar tot meer publieke discussie geleid dan het slavernijverleden. De BLM-demonstraties schudden het debat over racisme en witte suprematie op. In Slavernij en beschaving – Geschiedenis van een paradox (Ambo Anthos; € 20,99) constateert Karwan Fatah-Black, universitair docent koloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden, dat ‘mensen vaak zeggen dat slavernij een ‘gevoelig onderwerp’ is. Hoe kan een onderwerp gevoelig zijn als de wereldwijde consensus is dat slavernij een kwaad is dat moet worden uitgebannen?’

Hoe we ons verhouden tot slavernij gaat volgens hem over het zelfbeeld van westerse samenlevingen. In zijn boek onderzoekt hij hoe ons denken over slavernij zich door de jaren heen heeft gevormd en hoe de koloniale geschiedenis nog altijd doorwerkt in de samenleving.

In De slavernij in Oost en West – Het Amsterdam-onderzoek (onder redactie van Pepijn Brandon, Guno Jones, Nancy Jouwe en Matthias van Rosse; Spectrum; € 24,99) is de centrale vraag: In hoeverre beïnvloedde slavernij de ontwikkeling van Amsterdam en zijn inwoners? Tijdens de landelijke herdenking van het slavernijverleden in 2021 maakte de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema excuses voor de betrokkenheid van haar voorgangers bij de slavernij. Dit boek vormde de basis voor die excuses. Rotterdam en Utrecht publiceerden vergelijkbare studies.

Fictie en familiegeschiedenis

Ook fictie speelt een rol in de discussie over hoe we omgaan, of zouden moeten omgaan, met ons koloniale verleden. In dat licht verschenen dit jaar twee waardevolle naslagwerken die reeds bestaande koloniale letterkunde beschouwen vanuit het perspectief van de gekoloniseerden: De nieuwe koloniale leeslijst (Das Mag; € 21,99), samengesteld door Rasit Elibol, en De postkoloniale spiegel – De Nederlands-Indische letteren herlezen (Leiden University Press; € 49,50), onder redactie van Rick Honings, Coen van ’t Veer en Jacqueline Bel.

Beide werken bevatten studies en essays van literatuurwetenschappers die de koloniale letteren met een andere blik beschouwen. Dat wil zeggen: met meer oog voor koloniale verhoudingen en de gevolgen van overheersing en onderdrukking. De besproken romans vormen een dwarsdoorsnede van de koloniale en postkoloniale tijd.

Over de impact van ons koloniale verleden verschenen twee indrukwekkende familiegeschiedenissen. In De Doorsons (De Arbeiderspers; € 24,99) gaat Roline Redmond op zoek naar haar Afro-Amerikaanse slavenfamilie in het Caribische gebied – een bijna onmogelijke opgave, omdat er geen geschreven bronnen zijn. ‘Dit is het verhaal van een kleine familie in een onbekend land, waarvan de geschiedenis eveneens onbekend was, deels omdat die hen van hogerhand ontnomen is en deels omdat ze die zelf vergeten waren. Ze moesten wel vergeten om te kunnen overleven’, schrijft ze. Het vernietigende stelsel van slavernij heeft mensen als haar moeder de eigen cultuur doen afwijzen; Redmond brengt met haar boek de cultuur en hun identiteit terug naar haar familie.

De Indische tegenhanger is De voormoeders (Ambo Anthos; € 24,99) van Suze Zijlstra. Net als Redmond reconstrueerde ze de koloniale geschiedenis aan de hand van haar eigen familie. En ook zij plaatst het leven van haar familie in een actuele context aan de hand van verhalen en op basis van archief- en literatuuronderzoek. Op die manier dragen de boeken bij aan emancipatie van de jonge generatie nabestaanden van tot slaaf gemaakten en geven ze vorm aan hun identiteit.

Meer over