Dertig jaar is oud in Silicon Alley

De Amerikaanse Internettechnologie wordt grotendeels ontwikkeld in de buurt van San Francisco, ook wel Silicon Valley genoemd. De inhoudelijke invulling komt in toenemende mate voor rekening van New York: Silicon Alley....

MARK Jacobstein (27) heeft een nieuw kantoorpand nodig, en wel zo snel mogelijk. Anderhalf jaar geleden dacht de oprichter van softwarebedrijf Small World voldoende te hebben aan de twee verdiepingen in een gebouw aan de upperwest-side van New York, dat ooit dienst deed als uitvaartcentrum.

Mooi niet. Welgeteld 25 jeugdige Internetprofessionals zitten opeengepakt achter computerschermen. Dozen met apparatuur staan her en der verspreid, en de riante conferentieruimte is opgeofferd aan de nu al weer te kleine afdeling on-linesportspelletjes. In een hoekje weggestopt zit directeur Jacobstein, voorbeeld van zakelijk succes in een piepjonge industrie.

Nog geen drie jaar geleden begon Jacobstein met twee vrienden zijn bedrijfje. Vanuit de woonkamer, in zijn schaarse vrije tijd, en met geleend geld voor de aanschaf van een deugdelijke machine. Voor meer dan honderd kleine en grote Amerikaanse ondernemingen verzorgt Small World tegenwoordig de websites. En het wordt al drukker.

Dat Small World weg wil, heeft niet alleen met ruimtegebrek te maken. Jacobstein acht het aan zijn stand verplicht om domicilie te kiezen in downtown Manhattan, waar de concurrentie zit. In beginsel kan vanuit elk plekje ter wereld Internet worden veroverd, maar kennelijk is geografische concentratie in New York een vanzelfsprekende noodzaak.

Het fameuze Flatirongebouw aan de 23-ste straat vormt van origine het noordelijke speerpunt van een versnipperd netwerk vol grote en kleine ondernemingen die het Internet bestoken met websites, softwareprogramma's, on line entertainment en andere multimedia. Allemaal zijn ze op jacht naar de vermeende goudmijn.

In financieel opzicht kunnen sommigen inmiddels gerieflijk achterover leunen. Neem Seth Goldstein, die bij drie nieuwe-mediabedrijven tegen razendsnel ontslag aanliep. Hij begon voor zichzelf, sleepte een batterijenfabrikant als cliënt binnen en won een prijs voor zijn website. Eerder dit jaar werd zijn onderneming door een grote concurrent voor 6,5 miljoen dollar opgeslokt.

Goldstein vormt een uitzondering in de branche, die zich welbeschouwd nog in de ontkiemingsfase bevindt. Dat het virtueel bruist in New York, staat buiten kijf. Het Flatiron District, TriBeCa en SoHo tellen de meeste nieuwe-mediabedrijven, voornamelijk vanwege de betrekkelijk lage huren die worden gerekend voor vrijstaande pakhuizen.

Met name dit soort onderkomens is geliefd bij de New-Yorkse Internetprofessionals, die hoge plafonds en grote ramen met veel binnenvallend licht prefereren. Verwacht geen modieuze interieurs. Wat domineert zijn computers en beeldschermen. Als een binnenhuisarchitect creatief bezig is geweest, dan betreft het voornamelijk het wegmoffelen van de honderden meters kabel.

De aanwezigheid van Silicon Alley is voor de buitenstaander amper zichtbaar, laat staan voelbaar. 'Het is eigenlijk ook meer een gemoedstoestand', zegt Jason McCabe Calacanis, uitgever annex hoofdredacteur annex bezorger van The Silicon Alley Reporter, een maandblad met een oplage van dertigduizend exemplaren. 'Alleen gedrukt, ja. Dat is veel echter.'

Calacanis heeft de opkomst van Silicon Alley op de voet gevolgd. 'Het laat zich het best omschrijven als een gigantische ondernemingslust, die een krankzinnige werk-ethiek vereist met dagen van vaak achttien uur. En wat iedereen aan elkaar bindt, is de welhaast religieuze overtuiging dat Internet op een dag tot een enorme markt zal uitgroeien.'

De infrastructuur is erop voorbereid. Het financiële centrum Wall Street heeft zwaar geïnvesteerd in de nieuwe media. De stad New York, van oudsher mediahoofdstad van de wereld, heeft aan 55 Broad Street een hypermodern media-centrum geopend voor beginnende bedrijven. Maar typerender is en blijft het initiatief van het creatieve individu. Calacanis: 'Elke dag ontmoet ik mensen die voor zichzelf gaan beginnen.'

Die onstuitbare groei heeft onderzoeksbureau Coopers & Lybrand vorig jaar al doen besluiten om de industrie iets noordelijker in Manhattan te situeren. Alle nieuwe-mediabedrijven ten zuiden van de 41-ste straat worden nu gerekend tot Silicon Alley. In 1996 waren er zevenhonderd bedrijven actief, die bruto ruim een miljard dollar omzetten. Verwacht werd dat het aantal van achttienduizend voltijdsbanen eind 1998 zal zijn verdubbeld, zo blijkt uit het al weer hopeloos verouderde rapport.

New York, en Silicon Alley in het bijzonder, slaat zich met graagte op de borst als een broeinest vol creatief talent. Daarmee worden niet de technologische whizkids bedoeld, die aan de Amerikaanse westkust Silicon Valley bestieren. Nee, het gaat om de inhoudelijke breinen, de jonge ontwerpers, kunstenaars, schrijvers en programmeurs die New York verkiezen omwille van de onuitputtelijke artisticiteit.

Mark Jacobstein van Small World let tijdens sollicitaties op één specifieke eigenschap. 'Ik wil een flikker in de ogen zien. Dat duidt op scherpte en intelligentie. Technologische kennis is niet eens noodzakelijk, want dat kun je in een dag leren. We hebben hier sinds kort een meisje in dienst, dat voorheen producer van stripboeken was. Zij maakte moeiteloos de overstap naar de websites.'

Wat opvalt, is de overrompelende jeugdigheid van de industrie. Bij Small World zijn twee van de 25 personeelsleden onlangs de dertig gepasseerd. Een van hen heeft zelfs kinderen, zegt Jacobstein bijna beschaamd. 'Tot voor kort maakten we altijd de grap dat degene die de big three raakt van het dakterras wordt gemieterd.'

De komende jaren ('of misschien moeten we in maanden spreken', aldus Jacobstein) zal Internet zich verder uitkristalliseren. Eenmansbedrijfjes moeten dan van heel sterke huize komen om zich te manifesteren. 'Er wordt een begin gemaakt met stabilisatie. Klanten kiezen voor duurzame bedrijven, die al een tijdje meedraaien.'

Hij maakt het vandaag de dag niet meer mee dat een klant überhaupt nog moet worden uitgelegd wat Internet precies is. 'De grootste vraag die elk bedrijf zich stelt is, wat kan ik met een website bereiken?'

Niet alleen het bedrijfsleven, ook Silicon Alley houdt zich bezig met die cruciale vraag. Fascinerend is dat, zegt verslaggever Calacanis van The Silicon Alley Reporter. Hij bemerkt tijdens zijn speurtocht naar cybernieuws 'de voortdurende obsessie om die ene, grote uitvinding te doen'. Het laat zich volgens hem vergelijken met de filmindustrie, die ook dertig jaar moest wachten op de klassieker Citizen Kane.

Calacanis: 'Ergens in een of ander pakhuis zit een nieuwe Steven Spielberg te werken aan een onbenullige website, maar op een dag zal hij opstaan als de nieuwe Internetgoeroe.'

Tim Overdiek

Meer over