InterviewMartine van Os

‘Den Haag, dat voelt als thuiskomen – ik beschouw mezelf nog steeds als een Hagenees’

Een beetje gniffelen om ouderen in een programma? Niet oké, vindt Martine van Os. De presentatrice heeft geleerd op haar strepen te staan. ‘Anderen mogen best tevreden zijn dat ze met mij samenwerken.’

Martine van Os. Beeld Frank Ruiter
Martine van Os.Beeld Frank Ruiter

Tijd voor MAX of tijd voor Martine?

‘Op dit moment Tijd voor MAX, omdat ik me nog steeds ontzettend actief voel en met veel plezier een dagelijks liveprogramma presenteer. Ik kan me voorstellen dat er een tijd komt waarin het continue presenteren me te veel wordt, maar dat is nu nog niet aan de orde. Ik hecht totaal niet aan de pensioenleeftijd en bepaal zelf wanneer ik ermee wil stoppen.

‘Ik heb bewust voor Omroep MAX gekozen, omdat die duidelijk voor een specifieke doelgroep - de 50-plusser - staat. Bij omroepen waar ik in het verleden heb gewerkt, werd steevast geroepen: mooi hoor, die hoge kijkcijfers, maar vergeet niet dat we als omroep moeten verjongen. Waanzin, ouderen zijn van alle doelgroepen immers het meest afhankelijk van televisie. Vooral wanneer je flink wat ouder en hulpbehoevender bent, is televisie je venster op de wereld.

‘Omroep MAX maakt zijn programma's vanuit de beleving van ouderen. Dat betekent niet dat er in Tijd voor MAX geen jongeren aan tafel zitten. Integendeel, ik vind het heerlijk om een jongere aan het begin van zijn of haar carrière te mogen interviewen. Maar ik zal altijd de vragen stellen die in het hoofd spelen van de 50-plusser.

‘Een tijd terug hadden we een jongen in de uitzending die aan de slag mocht bij Cirque du Soleil. Jongeren zullen zich afvragen: wat doe je zoal de hele dag en kun je nog wel uitgaan? Terwijl ik als spreekbuis voor de oudere kijker benieuwd ben naar hoe hij zijn geld ermee verdient en of hij voor zichzelf een toekomst ziet bij Cirque du Soleil.’

CV Martine van Os

1957 Geboren in Den Haag
1976-1980 Academie voor Expressie
1987-1990 Juffrouw Dücker in Familie Oudenrijn
1987-1994 Radioprogramma Binnenlandse Zaken (TROS)
1994-2001 Lieve Martine (KRO)
1995-1996 Margreet Halleveen in Ik ben je moeder niet
2004-2011 Pieta in een Sinterklaas-filmreeks
2006 MAX & Martine (MAX)
2006 Appeltje voor de dorst (MAX)
2006-2008 Radioprogramma Wekker-Wakker! samen met Henk Mouwe (MAX)
2008-heden Tijd voor MAX samen met Sybrand Niessen
2011-heden We zijn er bijna! (MAX)
2015 Nooit meer alleen (MAX)

Martine van Os is getrouwd en heeft twee kinderen.

Den Haag of Hilversum?

‘Een lastige keuze. In Hilversum heeft mijn leven zich afgespeeld. Hoewel ik ben geboren in Den Haag, kwam ik al vanaf mijn 16de in Hilversum omdat mijn eerste vriendje er woonde. Toen ik voor de eerste keer zwanger was, zo rond mijn 30ste, ging ik er wonen. Mijn kinderen zijn er opgegroeid en ook mijn carrière als presentatrice speelt zich af in Hilversum. In die zin is Hilversum veel belangrijker voor me dan Den Haag. Maar met Hilversum als stad heb ik niks.

‘Den Haag, dat voelt als thuiskomen. Ik voel een veel grotere verbondenheid met de stad en ik beschouw mezelf nog steeds als een Hagenees. Dat komt omdat de eerste indrukken die je in leven opdoet zo ontzettend sterk zijn. Je ruikt ze bijna. Je eerste wandeling naar school, de naam van je straat die als een vertrouwd begrip voor je is. Ik ben geboren op de Meppelweg. Pas op mijn 25ste kwam ik erachter dat die straat vernoemd is naar een plaatsnaam. Verdomd, alle straten van mijn buurt zijn vernoemd naar een plaatsnaam, dacht ik.

‘Als ik echt moet kiezen, ben ik geneigd Hilversum te zeggen. Dat mijn leven zich daar grotendeels heeft afgespeeld en ik er mooie momenten heb beleefd, weegt voor mij net iets zwaarder dan de jeugdherinneringen aan Den Haag. Maar het voelt als verraad.’

We zijn er bijna! of Nooit meer alleen?

‘We zijn er bijna!, omdat dat een prettig en optimistisch programma is (Van Os volgt groepen ouderen die gezamenlijk een reis maken, red.). In Nooit meer alleen, waarin vijf eenzame ouderen centraal staan die hun leven opnieuw proberen op te pakken, is ook bewust gekozen voor een optimistische inslag. Maar het onderwerp van die serie is minder vrolijk.

‘Nooit meer alleen was bijzonder om te maken. Ik heb ervan geleerd dat eenzaamheid niet alleen ontstaat doordat anderen je in de steek laten of komen te overlijden. Eenzaamheid zit voor een groot deel in jezelf. Ik vond het interessant om te zien hoe dat bij de vijf ouderen op verschillende manieren tot uiting komt. Het is fijn om intensief ouderen te leren kennen en met ze te praten. Over elke oudere zou je een interessant boek kunnen schrijven, omdat ze al een heel leven achter zich hebben.

‘We zijn er bijna! was, voordat MAX het ging uitzenden, twee jaar te zien bij de KRO onder een andere titel. Het had destijds een licht cynische inslag, daar hou ik helemaal niet van. Toen bekend werd dat ik het programma voor MAX mocht presenteren, heb ik gezegd dat de toon moest worden aangepast. Ik vind het knap dat de vakantiegangers zich zo extreem blootgeven. Ik wilde hen met respect benaderen. Ze de hele dag door filmen en als omroep achteraf stiekem om ze gaan gniffelen, dat is niet oké.

‘Vroeger was ik allang blij als anderen met mij wilden samenwerken. Ik was duidelijk niet overtuigd van mijn eigen kunnen. Tegenwoordig vind ik dat anderen juist ook tevreden mogen zijn dat ze met mij samenwerken. Ik ben echt een laatbloeier. Tegenwoordig sta ik als presentatrice wel op mijn strepen, zoals ik deed voorafgaand aan We zijn er bijna!, maar het besef om dat te durven is pas later gekomen. Ik vind dat jammer. Maar gelukkig is het nooit te laat.’

Martine van Os. Beeld ANP
Martine van Os.Beeld ANP

Presenteren of acteren? (1)

‘Presenteren. MAX biedt mij genoeg kansen om mooie programma's te presenteren. Ik mag doen waar ik het best in ben, namelijk human-interest-programma's zoals We zijn er bijna! en Nooit meer alleen. Daarnaast krijg ik dankzij Tijd voor MAX de kans om mezelf als presentatrice iedere dag te verbeteren.

‘Na de middelbare school ben ik naar de Academie voor Expressie gegaan. Zowel presenteren als acteren maken mij genadeloos gelukkig. Ik heb in het verleden ook veel geacteerd. Ik zat bij verschillende theatergroepen en speelde onder andere in de serie Familie Oudenrijn, een komedie die eind jaren tachtig werd uitgezonden en bewust een verborgen boodschap bevatte over verkeersveiligheid.

‘Binnen in mij brandt de waakvlam nog steeds. De wens om ooit nog eens te mogen acteren in een dramaserie of komedie blijft sluimerend aanwezig. Het leuke aan acteren is dat je een wereld kunt scheppen die er niet is. Dat sprookjeselement heeft presenteren niet.’

De 60 naderen: zegen of verschrikking?

‘Absoluut een zegen. Hoe meer jaren ik mee mag pikken, des te beter het is. Ik heb zo veel mensen om mij heen jong zien overlijden, dus ik vind het een zegen om ouder te worden.’

Jeroen Pauw of Humberto Tan?

‘Die keuze hangt af van mijn stemming. Tan staat veel meer voor amusement dan Pauw, daar heb ik vaker zin in als ik thuis voor de tv zit. Ik ben voor mijn werk al iedere dag bezig met de actualiteit.

'Mijn voorkeur voor amusement vertaalt zich ook naar de programma's die ik zelf wil maken. Laat ik het zo stellen: ik presenteer liever een programma waar showelementen én maatschappelijke relevantie in verwerkt zijn, dan een programma dat alléén over serieuze zaken gaat.’

Presenteren of acteren? (2)

‘Uiteindelijk past presenteren kennelijk beter bij mij dan acteren, omdat mijn ontwikkeling als presentatrice veel natuurlijker is verlopen. Ik weet ook niet waaróm dat zo is, ik ben iemand die meedeint met hoe de zaken lopen en niet graag de boel forceert. Mijn acteerloopbaan heeft simpelweg geen logische voortzetting gehad en mijn carrière als presentatrice wel.

‘Mocht ik op een gegeven moment doodongelukkig worden van presenteren, dan zeg ik: jongens, ik kap ermee, ik ga acteren. Dan breng ik een aantal mensen bij elkaar en zet ik een leuke lunchvoorstelling op. Maar dat is op dit moment niet het geval.’

Miskend of erkend als tv-talent?

‘Erkend. Ik ben nu 58, dat ik nog steeds zulke mooie programma's mag presenteren voelt als erkenning. Werd ik niet erkend, dan was ik allang weggeweest.’

Meer over