Deep Purple moet hard persen bij het gilzingen

Amsterdam Vermakelijk is het wel, hartverwarmend zelfs, te zien hoe Deep Purple-zanger Ian Gillan (64) in de Amsterdamse Heineken Music Hall heel relaxed op blote voeten onder jeans over het podium wandelt, als iemand die ’s morgens op de camping katerig op zoek is naar het toilet....

Robert van Gijssel

Fijn klinkt zijn gilzingen niet meer, daarvoor moet Gillan te hard persen (de stem gaat soms zelfs richting knijpkoning Brian Johnson van AC/DC), en de hoogste noten laat hij eigenlijk maar helemaal voor wat ze zijn.

Soms rockt het Britse Deep Purple wel, dendert ineens het treintje als bassist Roger Glover en drummer Ian Paice elkaar vinden en voortstuwen rond het Hammondorgelspel van Don Airey, de waardige vervanger van oerorganist Jon Lord. Highway Star, het eeuwige Deep Purple-openingsnummer, stoomt in zo’n razende Hammond-riff en tegen het eind van de show krijgt de uitverkochte zaal weer een glimp van de oude glorie, in Smoke On The Water. Dan klinkt de rock die alleen Deep Purple kon maken: bonkig en pompend, zuchtend onder de kloppartijen van dat krankzinnige Bachiaanse orgel.

Maar tussen de klassiekers zitten te veel nietsige nummers van recenter datum, zouteloze liedjes van rare platen als The Rapture of The Deep (2005), die het publiek koud laten. Wat willen we horen? Speed King natuurlijk, van Deep Purple In Rock (1970), de geboorte van de metal! Speed King komt niet. Top2000-kraker Child In Time ook niet, Gillan zou zich met het vocale bereik in dat nummer geen raad weten.

De laatste toegift dan: Black Night, het hardrockfundament uit 1970. Ja, nu voelen we weer even die opwinding. Heel even. Maar de hoogtepunten zijn te spaarzaam, rockbeest Deep Purple loopt aan de riem.

Meer over