Debbaut weg uit top van Tate

Jan Debbaut treedt eind februari af als directeur Collecties van de internationaal vermaarde Britse museumgroep Tate, een functie die hij drie jaar lang heeft vervuld....

Volgens Debbaut ‘miste hij het métier’ van conservator en tentoonstellingsmaker, maar heeft zijn vertrek niets te maken met problemen of conflicten. ‘De opdracht die ik bij mijn aantreden kreeg, is af’, vertelt hij. ‘Toen rees bij mij de vraag: wat nu? Ik ben goed in vernieuwen, niet in consolideren.’ Hij beraadt zich nog op zijn toekomst. ‘Of ik zelfstandig ga werken, voor Tate en voor anderen, of weer een functie elders aanvaard: alles ligt nog open.’ Momenteel werkt hij aan een Gilbert & George-retrospectief dat in 2007 te zien zal zijn, eerst in Tate en daarna ook in musea in andere landen, zoals het Haus der Kunst in München.

Debbaut was vijftien jaar lang directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven, waar hij een omvangrijke uitbreiding realiseerde naar een ontwerp van architect Abel Cahen. In 2003 trad hij toe tot de directie van Tate, een groep uit de wereldtop met vier musea en verzamelingen die in totaal 65 duizend kunstwerken omvatten. De drie belangrijkste zijn de nationale collecties van moderne kunst uit de hele wereld (Tate Modern) en van Britse kunst vanaf 1500 (Tate Britain); daarnaast beheert Tate dertigduizend werken van de 19de-eeuwse Engelse schilder J.M.W. Turner. De groep heeft ook nog musea in Liverpool en in St. Ives in Cornwall.

Tot de komst van Debbaut werden de Tate-verzamelingen gescheiden beheerd. Hij bracht het aankopen, conserveren, restaureren en de logistiek daaromheen in één hand. Deze nieuwe divisie telt nu 36 conservatoren en 270 medewerkers. De Tate-groep moet zijn jaarbudget van zo’n tachtig miljoen pond voor tweederde zien te halen uit eigen inkomsten en bijdragen van donateurs en bedrijfssponsors. ‘Daardoor ga je een begroting heel anders lezen’, aldus Debbaut een jaar geleden in een gesprek met de Volkskrant. ‘Beslissingen worden hier harder en zakelijker genomen. Met het mes op tafel.’ Toch was hem dat liever dan de Nederlandse subsidiecultuur. ‘Nederland is vergeten het noodzakelijke onderhoud te plegen aan zijn musea.’

Meer over