De zwarte jaren zestig

Zijn de jaren zestig en de jaren zeventig de zwarte bladzijden uit de architectuur, een periode die we maar liefst zo snel mogelijk willen vergeten?...

VRAAG een willekeurige Amsterdammer naar de bouwwerken van twintig of dertig jaar geleden, en er ontstaat iets van legendevorming. Sappige anekdotes over details. Zoals de hoeveelheid mozaïektegels die een legioen van tegelzetters heeft moeten aanbrengen in de trappenhuizen van het Maupoleum (officiële naam Burgemeester van Tellingenhuis). Nog nooit was er zoveel mozaïek geplakt en gevoegd.

Of de indrukwekkende partij koperen leidingen die door de Bijlmerbajes (officiële naam Penitentiaire Inrichting Overamstel) lopen. Alsof de bomen tot in de hemel groeiden.

Had diezelfde tegelzetter niet ontzettend de smoor in toen twintig jaar later al dat tijdrovende mozaïekwerk naar god werd geholpen? Amper. Amsterdam was blij dat het van een gedrocht af was. Het Maupoleum is teruggebracht tot een foto in het archief.

Voor de Bijlmerbajes, die in 1978 werd opgeleverd, is ook al de noodklok geluid. Op 4 december jl. berichtte de pers dat de zes witte torens aan de Wenckebachweg in Amsterdam met sloop worden bedreigd. Een week later volgde een correctie van dat bericht. In het perscommuniqué werd een uitbreiding aangekondigd, namelijk de nieuwbouw van een SOV, hetgeen staat voor stadsopvang verslaafden. En er komt een onderzoek naar de exploitatiekosten van de inrichting. De secretaresse van de directeur doet uit de doeken wat er zoal niet deugt: 'Ja, ik heb persoonlijk geen last van de ventilatie, maar er zijn collega's die niet tegen het binnenklimaat kunnen. De ARBO-wet is de laatste jaren zo aangescherpt, dat het gebouw aan die eisen niet meer voldoet.'

Niet het gebouw, maar de wetgeving lijkt de zondebok.

Toch is dat de helft van het verhaal. De opvattingen over het gevangenisregime zijn in tien jaar tijd al veranderd. De liften zijn volgens kenners de zwakke plek: bewaarders mogen niet samen met de gedetineerden in een lift uit angst voor gijzeling. Als het aan gevangenisdirecteur J. van Huet ligt, is het besluit al genomen. Weg met die torens, op naar een nieuw complex, ergens in het westelijk havengebied, waar alle probleemgevallen bijeen kunnen worden gebracht. Dat is relatief goedkoper dan opknappen. Herstel van de Bijlmerbajes zou 80 miljoen gulden kosten, een nieuwbouwconcentratie kost 290 miljoen gulden.

Pure kapitaalvernietiging, noemt rijksbouwmeester Wyzte Patijn een eventuele sloop van de gevangenistorens. Maar hij vindt het niet alleen geld weggooien, hij beschouwt het ook als het failliet van een idealisme. 'In de Bijlmerbajes staat de humane behandeling van een gedetineerde voorop. Het is een breuk met de traditie van koepelgevangenissen en kruisgebouwen. Het is in Nederland een van de weinige gevangenissen waar de gevangene over de muur kan heenkijken en op die manier visueel contact kan houden met de samenleving.'

ZIJN de jaren zestig en de jaren zeventig de zwarte bladzijde in de architectuur? Een periode die we maar liefst zo snel mogelijk willen vergeten? Het heeft er alle schijn van. Sinds 1990 voltrekt zich links en rechts een kleine sloopwoede over Nederland, die in omvang en aard doet denken aan, oh ironie, de jaren zestig. Toen waren vooral de neogothische kerken van Cuypers uit de 19e eeuw de klos.

Kantoortorens worden neergehaald of anders wel ingrijpend gerestyled. Flats, amper dertig jaar oud, sneuvelen bij bosjes. Niet alleen in de verguisde Bijlmermeer, maar ook in Leeuwarden (Bilgaard) en in Heerlen (Vossekuil).

Een kleine greep. In Den Haag wordt stukje bij beetje het Prins Bernhardviaduct afgeknabbeld, de aanzet tot wat ooit een grote ontsluitingsroute naar de Haagse binnenstad had moeten worden. In Groningen werd in 1994 feestelijk het stadhuis ten grave gedragen, dat 32 jaar dienst had gedaan en volgens de Groningers ernstig detoneerde met de historische Grote Markt. Maastricht: het opzichtige Entre Deux-warenhuis dat enige tijd het Bonnefantenmuseum huisvestte, ging drie jaar geleden tegen de vlakte, omdat er aan een dergelijke grootschalige winkelvoorziening geen behoefte bestond.

In Eindhoven viel het doek voor het Philips Ontspannings Centrum. Het complete centrum van Almelo ging op de schop. De gemeente liet flats uit de jaren zestig camoufleren door nieuwbouwfaçades. In Amsterdam verdwenen het Maupoleum en de flats Gerenstein en Geinwijk in de Bijlmermeer, terwijl de oude NMB-bank en het gebouw van de Elvia-verzekeringsmaatschappij (een van de weinige gebouwen van de vermaarde Mart Stam) werden uit- en aangekleed. In het 'restyling-rijtje' baarde een advertentie onlangs opzien: de torens van het voormalige ministerie van WVC in Rijswijk die nu verbouwd worden tot luxe-appartementen.

Maar de grootste operatie komt nog: volgend jaar wordt een kwart van Hoog Catharijne in Utrecht neergehaald. Het is min of meer de erkenning van een kolossale vergissing. De singel die indertijd werd gedempt, wordt weer opgediept. De stad zoekt weer aansluiting bij het spoor. Utrecht is, met andere woorden, weer terug bij af.

Waarom is de jaren zestig-architectuur zo in de ban gedaan? F. de Kousemaeker, vennoot bij makelaar Zadelhoff zegt: 'Het was revolutiebouw. Er moest veel gebouwd worden en de huurder nam genoegen met wat er was. Nu beleven we het als anonieme gebouwen. Ik zou niet eens de architect kunnen noemen. De huurders van nu nemen met die blokkendozen geen genoegen meer. Ze missen smoel, terwijl juist een visitekaartje verlangd wordt.' Alleen een facelift - waarbij muren en vloeren gespaard worden - kan dergelijke complexen nog redden.

Architect Sjoerd Soeters, die als voorzitter van de welstandscommissie betrokken was bij de sloop van het Maupoleum en wat er voor in de plaats kwam, noemt twee oorzaken. De gebouwen zagen er weliswaar modern uit, maar waren bouwfysisch gebrekkig. Enkel glas, ongeïsoleerd beton en daardoor zogeheten koudebruggen die de gebouwen moeilijk te verwarmen maken. Opvattingen over het interne klimaat zijn in snel tempo veranderd. Vandaar de stigmatiserende term: sick buildings. Airconditioning, een must uit de jaren zestig, is achterhaald, zegt De Kousemaeker. De huurder van nu wil topcooling, waarbij de temperatuur tot 3 à 4 graden daalt. 'Dat is aangenamer dan airco: dan krijg je een klap in je gezicht als je naar buiten gaat.'

De kolossen, want dat zijn het in de regel, vertonen niet alleen een technisch mankement. Ze zijn ook stedenbouwkundige missers. Ze symboliseren een stad die er nog steeds van droomt door de auto te worden wakker gekust. Ze staan niet zelden aan brede ontsluitingswegen die plotseling doodlopen op een smalle stadsstraat, ten teken dat daar de wederopbouw-revolutie ophield. Met name het Maupoleum liet die omslag goed zien. De Jodenbreestraat in Amsterdam was ervoor verbreed als snelweg naar de binnenstad, maar na honderd meter raakte het verkeer verstrikt in de stegen en straatjes van de Nieuwmarkt.

NU de auto steeds verder uit de Nederlandse binnensteden wordt geweerd, staan die gebouwen daar ineens als incidenten, als prinsen uit een verkeerd sprookje. De architectuurhistoricus prof. Ed Taverne uit Groningen vindt het nog steeds een schandaal dat het Groningse stadhuis van J. Vegter, gebouwd in 1962, is afgebroken. Dat was wel de makkelijkste oplossing, zegt hij. Waarom wordt er niet gekozen voor een innovatieve of experimentele aanpak? 'Er moet toch een fantasie op de scherpstelling van zo'n gebouw te bedenken zijn?' En wat de Bijlmerbajes betreft weet hij wel een nieuwe bestemming. Studentenflats. Er is immers woningnood onder die groep?

Taverne verbaast zich over het negatieve imago van de architectuur uit die tijd. 'Als je het vergelijkt met literatuur, muziek of films, dan is dat juist de bloeiperiode. Bij architectuur is het andersom.' Dat doet geen recht aan de historische werkelijkheid. In de jaren zestig heeft de schaalvergroting vorm gekregen; pas toen kreeg de naoorlogse modernisering een gezicht. Totdat tien jaar later de euforie weer over was. Toen werd er juist geageerd tegen de grootschaligheid, werd de binnenstad herontdekt, was de introvertie de norm. Rem Koolhaas komt de verdienste toe, zegt Taverne, dat hij als een van de weinigen oog heeft voor die periode, dat hij betekenissen en functies van die gebouwen onderzoekt.

Door de kortzichtigheid worden nu grote fouten gemaakt, denkt Taverne. Ook al is de bouw uit die periode je smaak niet, ze ademt wel de tijdgeest, ze vormt een schakel tussen de behoedzame jaren vijftig en de expressie van het laatste decennium. Wat miskend wordt, is de functie: de Bijlmerbajes mag dan niet geboekstaafd staan als een pronkstuk, het is wel een interessant experiment in de omgang met gevangenen. 'Daar is de basis gelegd voor de ideeën over de penitentaire inrichting.'

En dan plaatst Taverne nog een principiële kanttekening: architectuur is en mag geen wegwerpartikel zijn. Kennelijk hebben economische motieven op het ogenblik de overhand: hoe verhuurbaar is een gebouw? 'In het tegenwoordige kantoor moet een hoop communicatie worden ondergebracht. Daar zijn de dertig jaar oude kantoren niet op berekend.' Hij maakt zich zorgen over de volgende stap, als de platte schijven, term voor galerijflats, aan de beurt zijn. 'Erken ze, ontken ze niet.'

Als we het over de jaren zestig hebben, is het in een sfeer van nostalgie en van verwondering. Vorig jaar speelde een expositie in het Nederlands Architectuursinstituut over dat tijdperk nog op die gevoelens in. Smetteloze gebouwen in uitgestorven straten, symbolen van de nieuwe tijd, glimmend als Amerikaanse wagens. En nu? Het navrante is dat de bureaus die toen die verwachtingsvolle nieuwbouw neerzetten, nu ook de renovatie ter hand nemen. Bureaus als Kraayvanger en Van den Broek/Bakema, ze recyclen hun eigen product. Er wordt een aluminium pui voor het koude beton van de jaren zestig gezet, er wordt een oranje/roze kwast over het grijs heengehaald.

De Kousemaeker van Zadelhoff voorspelt dat het hiermee niet is afgelopen. De buitenlandse architecten hebben zo'n invloed uitgeoefend dat we daardoor onze eigen productie kritischer zijn gaan bekijken. 'Nederlanders zitten er vaak nèt naast.' En de volgende golf kondigt zich al aan, zegt de makelaar. Dat zijn de vliesgevels, de gordijnen van spiegelglas. Die zijn nog geen vijftien jaar oud.

Meer over