De zuivering heeft smoel gekregen

In het westelijk havengebied in Amsterdam komt een nieuwe rioolzuiveringinrichting. Een stedenbouwkundig monstrum is omgetoverd in een architectonisch hoogstandje.

‘Deze opdracht leek helemaal niets voor mij’, zegt architect Laurens Jan ten Kate. Hij wijst naar het industriële landschap van tanks, installaties en buizen, bij elkaar zo’n 12,5 hectare groot, waar over een half jaar dagelijks een volle Arena aan Amsterdamse poep, pies en hemelwater naartoe komt gespoeld. Elke dag moet hier, in het westelijk havengebied van Amsterdam – zo ver weg van de stad als mogelijk – gemiddeld 220 duizend kubieke meter stinkend rioolwater worden gezuiverd.

Ten Kate werkt bij Architectuurstudio Herman Hertzberger, dat het onlangs ingebruikgenomen hoofdgebouw van de Dienst Waterbeheer en Riolering (DWR) en het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) heeft ontworpen. De samenwerking verliep prettig. Reden voor de opdrachtgever het bureau ook te polsen voor de rioolwaterzuiveringinrichting (rwzi). Nee, dacht Ten Kate toen hij de plannen zag, dat doe ik niet.

Niet omdat het om rioolwater gaat. ‘Het is juist goed voor ons om ook een keer in een industriële omgeving te werken.’ En het voorstel dat er lag, zat technisch ongetwijfeld uitstekend in elkaar. Maar wat een rommeltje was het terrein. Gebouwen en gebouwtjes door elkaar, nauwelijks hiërarchie. Geen gezicht was het. ‘Stedenbouwkundig, zou je kunnen zeggen, een monstrum.’ De bouw begeleiden en een paar tanks een kek kleurtje geven om het nog enige architectonische uitstraling te geven, daar wilde Ten Kate zich niet voor lenen.

Een paar maanden later zat hij toch tegenover veertig ingenieurs, die hem zwijgend aankeken. ‘Het kan, maar dan moet het wel heel anders’, zei hij. Nu, drie jaar later, is Ten Kate de trotse geestelijke vader van de architectuur van de rwzi. Hij heeft zijn stempel gedrukt op het terrein – de installaties en tanks staan nu netjes in het gelid, alsof ze aan een gigantische sjaslikspies zijn gestoken –, maar vooral op het bedrijfsgebouw, het hart van de inrichting.

‘Ik heb een aantal functies die oorspronkelijk apart waren ondergebracht, samengevoegd in het bedrijfsgebouw. Dat kost wat meer leidingwerk en meters buizen. Techneuten zijn recht-door-zee. Moet dat echt, vragen ze dan, we hebben het toch altijd zo gedaan. Maar de strakheid van het ontwerp werkte overtuigend.’

Het is een transparant gebouw, zowel buiten als binnen. De gevel aan de zuidkant is afgerond als de boeg van een schip. Voor het gebouw staan drie metershoge silo’s, waarin het rioolslib wordt gegist. Ze komen in een vijver te staan die wordt gevuld met gezuiverd water uit de installatie. Die staat in verbinding met de vier gordijnen van water die vanaf de silo’s naar beneden komen. De zuivering heeft smoel gekregen.

Dat was precies wat opdrachtgever Ruud Cochius wilde: een gezicht voor een project van 330 miljoen euro. Voor hem stond van begin af aan vast dat ook architectuur een belangrijke rol moest spelen in het project. ‘Je bouwt niet zomaar iets in Amsterdam, de stad die zo’n rijke bouwkundige traditie heeft’, zegt het plaatsvervangend hoofd van Projectbureau A4.

Het project ‘AGV’s Afvalwater Anders in Amsterdam’ (Project A4) houdt niet alleen de bouw in van de nieuwe zuiveringinrichting met het bedrijfsgebouw, maar ook de aanleg van 49 kilometer nieuwe persleiding en de bouw van vier ‘boostergemalen’, één in iedere windstreek van de stad. Dat alles omdat de huidige rioolwaterzuiveringinrichtingen in Oost en Zuid stedenbouwkundig steeds meer in de weg zijn komen te liggen, en omdat het Rijk zwaardere milieueisen stelt.

De zuiveringsinstallatie ligt ver van bewoond gebied, de nieuwe rioolgemalen niet. En het woord stinkt al voor je het hebt uitgesproken, weet Cochius. Al vertel je tien keer dat dit een gemaal is zonder ontvangkelder, dus met veel minder kans op overlast, dan nog kan de bouw ervan veel weerstand oproepen.

Tel daarbij op dat de boostergemalen op plekken moesten komen die stedenbouwkundig in ontwikkeling zijn. Vandaar het verzoek van de stadsdelen: mag het er alstublieft een beetje mooi uitzien.

Ze kregen hun zin. DWR schreef een gesloten prijsvraag uit voor jonge architecten. De boostergemalen zijn machines met drie tot zes grote pompen die bij aanbod van veel rioolwater (als het hard regent, of als Amsterdam wakker wordt) de druk op de waterstroom opvoeren, waardoor die extra vaart krijgt.

De architecten moesten een omhulsel ontwerpen voor de machines. Ze waren verder vrij in de uitwerking.

Het boostergemaal West heeft zich tegen een talud in het Rembrandtpark gevlijd. BEB Architecten heeft een landschappelijke oplossing gekozen. Het gemaal ligt deels ondergronds, in het talud van de Postjesweg. Zandkleurige stenen worden gevangen gehouden in ijzerwerk. Het gemaal Oost schreeuwt het juist uit. Als een soort graffiti staat op het gemaal Oost van architect Juliette Bekkering tientallen keren ‘booster’.

In Zuid is een vreemd object geland. Het roestvrijstalen gebouw doet in de verte denken aan een motorblok. ’s Avonds worden de naden van de platen verlicht, waardoor het gemaal meer ‘huid’ krijgt en minder massa. In Noord is een futuristisch insect komen aanvliegen. De poten zijn de buizen waar het rioolwater doorheen stroomt, de ogen ontluchtingsroosters, de huid schubben van glimmend metaal.

‘Heerlijk om eens geen rekening te hoeven houden met de daglichttoetreding en dat soort eisen’, zegt Hans van den Tillaart, die voor Bonnemayer Architecten het boostergemaal Noord ontwierp. Niet dat het ontwerpen daardoor een makkie werd. Net als zijn collega’s ontdekte hij dat technici de schoonheid vooral in de techniek zoeken. ‘Ze zijn zo fanatiek, ze houden niet op met het bedenken van verbeteringen. Het beton al uitgehard? Dat mag toch geen belemmering vormen. Terwijl wij architecten heel graag hebben dat het programma van eisen ruim van tevoren vast ligt.’

Stoer is het eerste woord dat opkomt bij het zien van de booster Noord. In een gebied dat wordt beheerst door Praxis, Gamma en Carpetland valt het strakke ontwerp van Van den Tillaart des te meer op. ‘Dit is een rommelige omgeving, waar een duidelijk, rustig gebouw moest komen. Dit is een huls om een machine, niet meer’, zegt hij. Toch vertelt het iets over zijn functie. ‘De beweging van het water in de buizen wordt gesymboliseerd door de bekleding, die in lagen over elkaar heen ligt.’

‘Er is een verschil tussen het bouwen van ondergrondse technische rioolkelders en dat van bovengrondse boostergemalen’, zegt Maarten van Bremen, namens bureau GroupA Aucket, de ontwerpers van het boostergemaal Zuid. ‘Daarin heeft het ingenieursbureau van DWR, dat zichzelf met de techische uitwerking had belast, zich denk ik wel een beetje vergist. Waar de bliksemafleider moest komen, daar hebben ze een tijd mee geworsteld.’

De machines van het boostergemaal Zuid hebben een roestvrijstalen huid van cassette panelen omgelegd gekregen die vervolgens als het ware is strakgetrokken. ‘Het roestvrijstaal weerspiegelt de omgeving en de lucht, zodat het gebouw er elke dag anders uitziet. Want het overgrote deel van de voorbijgangers komt hier bijna ieder dag langsgefietst of gereden.’

Opdrachtgever Ruud Cochius, zegt Laurens Jan Ten Kate, was de rechter die besliste als het botste tussen de ingenieurs, de financiële afdeling van DWR en de architecten. ‘Met de buitenkant kon veel, maar ook weer niet alles’, zegt Cochius.

‘Een basketbalveld boven op het gemaal, waardoor de beheerder zich tussen de spelers door zou moeten wringen om ín het gemaal te komen, dat zagen onze medewerkers niet zitten.’ Ook een skatebaan was net iets te veel van het goede. ‘Het moet wel duidelijk blijven wie de baas is.’

Van den Tillaart kijkt zeer tevreden terug op de samenwerking, maar een ding snapt hij nog steeds niet helemaal. Het toiletje in zijn boostergemaal – voor de technici die een paar uur per week doorbrengen in het gebouw – kon niet direct worden aangesloten op de pijpleiding naar de zuiveringinrichting. Het risico dat het water bij overdruk uit de pot kwam gespoten was te groot. Moest er toch een aparte buis worden aangelegd naar het gewone net. De techneuten van DWR kunnen veel, maar ook weer niet alles.

Meer over