DE ZONNEHOF Welk dierenlijkje is het levendigst?

Van heinde en ver zijn de dieren bijeengebracht. En op een enkele uitzondering na is de reis hen slecht bekomen....

Het dier als metafoor in de internationale kunst van nu, heet de groepsexpositie in kunstcentrum De Zonnehof in Amersfoort. Het is, inhoudelijk overigens onuitgewerkt, een volwassen titel voor een uitstalling van beelden die even opwindend is als het hertenkamp of de kinderboerderij - weinig beestachtigs aan.

De duiven buiten in de stad veroorzaken meer tumult, met hun toeristische gefladder voor de voeten van de voorbijgangers en liever nog voor de wielen van fietsers en pizzakoeriers. Schrikbarend, hoe die beesten met de dag dommer lijken te worden. Ergerniswekkend, dat ze niet vaker bezwijken aan hun ongerichte kamikaze-acties in het verkeer. Maar elke dode duif is er één, en die in De Zonnehof kan gerust doen alsof hij fier rechtop zit, vleugellam is hij toch voor de eeuwigheid.

De duif bevindt zich in het gezelschap van vele opgezette dieren. Hij prijkt op een sport van het houten trappetje Back Alley Piramid (1994), waarmee de Amerikaanse kunstenaar Mark Dion het grauw verheft. Lager op de ladder staan mussen, spreeuwen en een muis. Twee ratten en een meeuw neigen naar de top, die wordt bekroond door een straatkat. De wilde beesten van de stad zijn naar voren gehaald uit de stegen en de goot, ter bevestiging van hun rechtmatige plaats in de ecologische hiërarchie, of in de dierenhemel misschien.

Ze zijn natuurgetrouw, maar in hun opgestopte gedaante toch wezenlozer dan namaak. Ook het vosje dat even verderop een aftandse fauteuil in bezit heeft genomen, opgekruld als een poes (Den Vos Reinaerde, 1998, van Jeroen Eisinga), belichaamt vooraleerst het doodse van de dood, als beest, maar ook als beeld.

Dubbelzinniger is, tegenover Back Alley Piramid, de tweede opeenstapeling van dieren: een variatie op de Bremer Stadtmusikanten, het spektakelstuk van de expositie. Ezel, hond, kat en haan staan hoog op de poten op elkaars rug, naakt tot op het bot, in de skelettensculptuur Love doesn't last forever (1995) van de Italiaan Maurizio Catalan. Deze beesten zijn eveneens koud, maar daarmee niet onschadelijk gemaakt, spookachtig veeleer, met hun grijnzende schedels en acrobatisch in elkaar hakende knekels. Bovendien is het beeld verfijnd, transparant als kant.

Nadeel daarvan is wel dat je al die andere dieren er doorheen kunt zien - veel te veel zwaan-kleef-aan in De Zonnehof, met dolkomische poedelportretten van Mitsy Groenendijk en de verkleedpartijtjes die William Wegman opvoert met zijn roedel gewillige hondenmodellen. De beelden verdragen elkaar slecht, het worden kunststukjes met dieren: welk lijkje is het levendigst, welk ratje het beste afgericht, welk ponypaard het liefst?

Behalve een star tafereel van drie zebra's, door Marie-Jo Lafontaine niet in de vrije natuur gefotografeerd maar in Afrika Museum Tervuren, zijn er drie uit de kluiten gewassen knollen: twee grove exemplaren in pastel van Jacobien de Rooij, die zichzelf overschat in haar race met Velázquez, en een geschilderd Dampend Paard (1988) van Kinke Kooi, dat kennelijk staat uit te hijgen van een daglang rondjes draven met kinderen op de rug.

Een kleinood verdient de aandacht: de in giethars gevangen wesp van Ted Nooten. De wesp is getemd, het juweel in een ring, maar wie het sieraad draagt beschikt over de angel van het dier. De ring is een kostelijk steekwapentje, levensgevaarlijk.

Wilma Sütö

Het dier als metafoor in de internationale kunst van nu, t/m 4 oktober in De Zonnehof, Amersfoort, open: di-za 10-17 uur, zo 13-17 uur.

Meer over