InterviewVictor Kossakovsky

‘De zeug Gunda keek me recht in de ogen. We hadden onze Meryl Streep gevonden’

null Beeld

Filmmaker Victor Kossakovsky leurde al sinds de jaren negentig met zijn idee voor een onorthodoxe dierendocumentaire. En toen was de tijd eindelijk rijp voor Gunda. ‘Het duurt even voordat onze opvattingen over de levens van dieren veranderen.’

De grote Russische documentairemaker Victor Kossakovsky (59) was ooit beste vrienden met een big. Hij vertelde er een paar jaar geleden over tijdens een pitch op het International Documentary Filmfestival Amsterdam (Idfa), in een nieuwe poging geld los te weken voor zijn dierendocumentaire Gunda.

Het moet de winter van 1965 zijn geweest. Kossakovsky was 4 jaar oud en woonde met zijn familie in een plattelandsdorpje tussen Moskou en Sint-Petersburg. Zijn oom haalde een verzwakt biggetje van een maand oud in huis. In de stal was het voor het beestje te koud, buiten was het min 30 graden. ‘We speelden elke dag met elkaar. Maakten samen rommel, zoals kinderen dat doen. Het was fantastisch. Maar wat bleek: het biggetje werd ons kerstdiner. Ik verloor mijn beste vriend – zo voelde dat echt. Sindsdien heb ik geen vlees meer gegeten. Ik was mogelijk de eerste vegetariër in de Sovjet-Unie.’


Al sinds de jaren negentig probeerde Kossakovsky zijn onorthodoxe dierendocumentaire van de grond te krijgen. Een soort ode aan het alledaagse leven van de dieren – varkens, kippen, koeien – die het vaakst op onze borden belanden. Zonder beelden van slachthuizen, zonder focus op de bio-industrie, zonder de aanwezigheid van mensen. En zonder verklarende voice-over of tekstjes met cijfers van het aantal dieren dat jaarlijks wordt gefokt en geslacht voor consumptie. Wel met ogenschijnlijk eenvoudige, langgerekte scènes van dieren in hun gewone doen en laten, ergens op een boerderij waar ze de ruimte hebben. Varkens, kippen en koeien op zo’n manier gefilmd dat de kijker er als het ware zelf tussen scharrelt. Zonder zijn publiek een lesje te leren, wel bedoeld om aan het denken te zetten. Eén gedachte lijkt tijdens het kijken in ieder geval onvermijdelijk, helemaal na het zien van de hartverscheurende laatste scène: hoe is het mogelijk dat deze beesten zo vanzelfsprekend en systematisch worden verwerkt tot een product?

Potentiële financiers zagen jarenlang niets in zijn filmplan, zegt Kossakovsky via Skype vanuit zijn woonplaats Berlijn. Te geitenwollensokkerig, wellicht. Maar na die persoonlijke anekdote op het Idfa verzamelde hij in 2017 eindelijk een productiebudget bij elkaar. En sinds Gunda is voltooid, is duidelijk hoezeer de documentaire opgaat in de tijdgeest. Niet eerder stond Kossakovsky, die in kleine kring en op het Idfa al zeer gewaardeerd werd, internationaal zo nadrukkelijk in de schijnwerpers. Steracteur en gerenommeerd dierenrechtenactivist Joaquin Phoenix verbond zich als ‘executive producer’ aan Gunda, regisseur Paul Thomas Anderson sprak lovende woorden (‘een film om in te baden’) en de documentaire belandde op de longlist voor de Oscars.

Dat er geen nominatie volgde, stelde hooguit korte tijd teleur. Kossakovsky: ‘De winnende documentaire van dit jaar, My Octopus Teacher, is geproduceerd door Netflix. Alleen al het promotiebudget van Netflixdocumentaires is onvergelijkbaar met dat van normale documentaires, zoals die van mij. En er is veel promotie nodig om een Oscar te winnen. We waren kansloos, wat dat betreft. Een Oscar zou zeker een boost hebben gegeven, maar de verandering in ons denken over de levens van dieren heeft tijd nodig. Ik verkeer niet in de veronderstelling dat een Oscar dat proces veel zou versnellen.’

Victor Kossakovsky  Beeld Patrick McMullan via Getty
Victor KossakovskyBeeld Patrick McMullan via Getty

Hij beschouwt Gunda als een documentaire met een lange adem. Eentje die over jaren nog steeds zijn waarde bewijst. Vandaar ook de keuze om te draaien in zwart-wit. ‘Zwart-wit appelleert aan een onbewust gevoel: alsof je naar iets kijkt dat de tand des tijds heeft overleefd.’ Maar de keuze voor zwart-wit is óók praktisch, zegt hij. ‘Varkens hebben heel kleine oogjes. Kijk naar een varken in kleur en je ziet in eerste instantie een groot beest. Draai de kleur uit het beeld en je aandacht gaat direct naar die kleine, zwarte oogjes. Die zijn in zwart-wit nou eenmaal veel beter te zien.’

Victor Kossakovsky, in 1961 geboren in Sint-Petersburg (toen Leningrad), is altijd een documentairemaker met opmerkelijke ideeën en zorgvuldig afgebakende concepten geweest. Zijn eerste lange documentaire Belovy, een vriendelijke schets van een familie in een Russisch dorp, was er in 1993 de grote publieksfavoriet op het Idfa en werd er bekroond met de Joris Ivens Prijs. Later kreeg onder meer Tishe! (2002) veel aandacht; een documentaire die hij volledig draaide vanuit het open raam van zijn woning in Sint-Petersburg. In het korte Svyato (2005) filmt hij hoe zijn 2-jarige zoontje met zijn eigen spiegelbeeld kletst. Voor ¡Vivan las Antipodas! (2011) bezocht hij verschillende plekken op twee precies tegenovergestelde kanten van de aarde, op zoek naar opmerkelijke overeenkomsten en verschillen. Aquarela (2018) is een waterdocumentaire van epische omvang, over uitgestrekte ijsvlakten, eindeloos lange watervallen en woeste golven. Vrij van voice-overs, net als Gunda. Het beeld is altijd leidend, bij Kossakovsky.

‘Ik ben er met mijn documentaires niet zozeer op uit om verhalen te vertellen of om je iets te leren. Ik wil beelden laten zien die veel mensen normaal gesproken niet te zien krijgen. We zijn door de natuur immers geprogrammeerd om te kijken. Onze ogen zijn een reusachtige computer, we hebben een fractie van een seconde nodig om te begrijpen wie voor ons staat: is degene een bedreiging of juist vriendelijk, misschien zelfs iemand met wie je het bed zou kunnen delen. We krijgen zóveel informatie door enkel te kijken, het zou zonde zijn om daar als filmmaker geen gebruik van te maken. Daarom heb ik moeite met documentaires die gebruik maken van voice-over. Wanneer je luistert wordt het cognitieve deel van onze hersenen geprikkeld. Het is informatie die bedoeld is om te begrijpen, niet om te voelen. Voice-overs wiegen het deel van je brein dat emotie verwerkt in slaap. Je hart en ziel, als je het zo wil noemen.’

De beelden van Gunda – de titel verwijst naar de naam van de zeug die de hoofdrol speelt in de documentaire – worden afgewisseld met een éénpotige kip die met enkele soortgenoten op verkenning gaat op het boerenerf en een kudde koeien die in de lente na lange tijd weer naar buiten mag. Ze worden in beeld gebracht alsof ze op verkenningsexpeditie zijn, waarbij ze onverhoopt ook op de grenzen van hun vrijheid stuiten: kippengaas en schrikdraad bakenen ook de wereld van de meest vrije dieren af.

null Beeld

Tussen de regels door is Gunda ook een documentaire over de grenzen van vrijheid. Een metafoor voor het leven van de mens, die wordt gestuurd of gebonden door regels, wetten, grenzen – of erger. ‘Kijk naar mijn geboorteland, Rusland. Waarom accepteren wij de manier waarop de overheid politieke tegenstanders als Navalny behandelt? Hoe we omgaan met een buurland als Oekraïne? De kooi is groot en de ketting is lang, is ons antwoord. Het is de belangrijkste reden dat ik naar Berlijn ben verhuisd.’

Gunda is in de kern vooral een documentaire over kijken en terugkijken. ‘Ik wilde de dieren zoveel mogelijk in de ogen filmen. Dat was overigens niet eenvoudig. Vooral pasgeboren biggetjes zijn daarvoor te klein. We groeven geulen voor de camera. Filmden de biggetjes terwijl de lens de grond raakte.’

Zijn voornaamste doel: empathie voor het dier vergroten. ‘Tijdens de zoektocht naar de ideale zeug voor de hoofdrol probeerde ik ook te letten op de ogen. We vonden haar al op de eerste dag – of eigenlijk vond zij mij. In een stal met twintig drachtige zeugen liep ze naar me toe en keek me recht in de ogen. We hebben onze Meryl Streep gevonden, zei ik tegen mijn producent.’

Hij noemt het olieverfschilderij De stier uit 1647 van de Nederlandse kunstschilder Paulus Potter als belangrijke inspiratie. ‘Je ziet een stier, koeien en schapen die allemaal recht de camera in kijken – of hoe zeg je dat, ze keken naar de schilder. De enige mens op het werk, een boer, kijkt een beetje weg, in het niets. Paulus Potter schilderde zo nadrukkelijk de persoonlijkheid van die dieren. Op een schilderij van bijna vijfhonderd jaar oud! Geweldig dat een meer empathische blik op dieren blijkbaar van alle tijden is. En tegelijk vrees ik dat we die empathie in de loop der jaren vergeten zijn. Iedereen weet dat dieren massaal worden gedood, maar we denken er niet massaal over na – niet écht tenminste. We hebben sinds het schilderij van Potter vele revoluties achter de rug: de industriële, seksuele, digitale. Misschien is het wel tijd voor een empathierevolutie.’

null Beeld

Radicaler

De twee meest recente documentaires van Victor Kossakovsky, Aquarela (2018) en Gunda (2020), zijn politieker en uitgesprokener dan zijn eerdere werk. Is er iets veranderd in de opvattingen of werkwijze van de Rus? ‘Ik heb de behoefte om radicaler te zijn’, zegt hij. ‘Radicaliteit is zelden mogelijk, gepast of functioneel. Niet in het familieleven, niet in politiek, niet in sociale contacten. Alleen in kunst is het mogelijk echt radicaal te zijn.’

Meer over