De Zeloot

Jezus was een terrorist

Marcel Hulspas

Ze kwamen in Jeruzalem. Hij ging de tempel binnen en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht weg te jagen; hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver, en hij liet niet toe dat iemand voorwerpen over het tempelplein droeg. Hij hield de omstanders voor: 'Staat er niet geschreven: mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!'

Volgens de Amerikaanse auteur (van Iraanse komaf) Reza Aslan was dit de cruciale gebeurtenis in het leven van Jezus. De passage (uit het Markusevangelie) toont als geen ander de ware, de historische Jezus. De man die zo vaak afgeschilderd wordt als een pacifistische prediker, een wonderdoener die een vaag 'Koninkrijk van God' verkondigde, was volgens Azlan een gewelddadige revolutionair. Een man van de daad. Kort voor die rel in de Tempel was hij door een juichende menigte binnengehaald. Niet lang daarna werd hij door (aldus Markus) 'een met zwaarden en knuppels gewapende bende' gevangen genomen. Kort daarop hing hij aan het kruis.

Jezus was een zeloot, concludeert Azlan. Een 'ijveraar' voor God. Nu zouden we zeggen: een terrorist. En daarvan waren er heel veel in Palestina, zo rond het jaar 30. Azlan schetst een buitengewoon somber beeld van het leven daar, in die tijd. De Romeinse bestuurders waren zonder uitzondering incompetent en wreed, en de Joodse elite (inclusief de opperpriesters) waren inhalige, cynische collaborateurs. Bijna jaarlijks verscheen er wel ergens een oproerkraaier, die duizenden volgelingen verzamelde - die daarna steevast allemaal door de Romeinen werden afgeslacht. En volgens Azlan was Jezus er ook zo een: 'Jezus was de leider van een messiaanse beweging die opriep tot de vestiging van het 'koninkrijk van God', een term die zowel door Joden als door heidenen werd opgevat als een oproep tot revolte tegen Rome. De gedachte dat zo'n leider zich onttrokken zou hebben aan de revolutionaire hartstocht die vrijwel iedere Jood in Judea in zijn greep had, is gewoonweg belachelijk.' Het zijn stuk voor stuk discutabele beweringen.

Wat weten we echt over Jezus? De vraag dateert al uit de achttiende eeuw, maar werd pas onderwerp van een fel publiek debat na de publicatie in 1863 van Ernest Renans Vie de Jésus. Renan veegde de vier evangeliën op een hoop, telde de tegenstrijdigheden, schrapte alle wonderen - en hield bitter weinig over. Daarop volgde een storm van kritiek; Renan werd door Rome officieel in de ban gedaan.

Maar veertig jaar later kwam Albert Schweitzer in zijn indrukwekkende Geschichte der Leben-Jesu-Forschung zuchtend tot dezelfde conclusie. Schweitzer legde de nadruk op Jezus als eschatologisch prediker; de man die had verkondigd dat het einde der tijden (en daarmee het koninkrijk van God) nabij was. Maar hij was zich er ook van bewust dat deze Jezus meer over hem zelf zei dan over de man uit Galilea. 'Niets', schreef hij, 'is zo negatief als het resultaat van het kritisch onderzoek naar het leven van Jezus.' Het traditionele beeld van Jezus 'is niet van buitenaf vernietigd, het is uit elkaar gevallen, versplinterd en vergaan door de concrete historische problemen die een voor een aan het licht kwamen.'

Een eeuw later zijn we geen stap verder. De enige redelijk vaststaande biografische gegevens zijn dat Jezus een Jood was, dat hij gedoopt werd door Johannes de Doper en dat de Romeinen hem aan het kruis hebben geslagen.

Waarom deze drie? Omdat ze haaks staan op wat je zou verwachten. Jezus, volgeling van een eerdere prediker, stierf een gruwelijke, eerloze dood. Geen volgeling die zoiets vrijwillig zal verzinnen. Dus moet het wel waar zijn. Alle andere uitspraken en anekdotes zouden daarentegen heel goed vrome leugens kunnen zijn, verzonnen met de beste, maar inmiddels allang weer vergeten intenties.

Aslan ziet dat anders. Hij schrijft: 'Al met al bestaan er over Jezus van Nazaret maar twee harde

historische feiten die we met een gerust hart voor waar kunnen aannemen: het eerste is dat Jezus een jood was die een populaire Joodse beweging heeft geleid; het tweede is dat de Romeinen hem om die reden hebben gekruisigd.'

Maar wat zijn de bewijzen voor die 'populaire Joodse beweging'? De mededelingen van de evangelisten over enthousiaste menigten, en het verhaal van de intocht in Jeruzalem, waarbij Jezus op een ezel de stad binnentrok, en 'velen' hun mantels op de weg uitspreidden. Maar dat verhaal verwijst heel duidelijk naar diverse oudtestamentische passages, waaronder Zacharia 9:9:

'Juich Sion

Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!

Je koning is in aantocht, en bekleed met gerechtigheid en zege.

Nederig komt hij aanrijden op een ezel...'

Speelden Jezus en zijn volgelingen (en de inwoners van Jeruzalem) een Bijbelvers na? Of meende Markus dat de aankomst van Jezus in Jeruzalem een opmerkelijke gebeurtenis moest zijn geweest, een die voorspeld was door de profeten - en heeft hij de onbeduidende gebeurtenis daarom herschreven in de richting van Zacharia?

Dezelfde vraagtekens rijzen bij het verhaal over de tempel. Jezus' woorden ('Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn. Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!') zijn een samentrekking van twee profetische passages (Jes 56:7 en Jer 7:11). Ook hier is het goed mogelijk dat het verhaal verzonnen is om Jezus af te schilderen als de door de profeten aangekondigde Messias. Want stel dat Jezus echt een revolutionair was geweest, en inderdaad met gejuich was binnengehaald, waarom werd hij dan niet direct door de tempelwachters of de Romeinen opgepakt? Waarom lieten ze hem dan rustig de tempel bekijken, waarna hij gewoon weer de stad verliet?

En als hij daags daarna werkelijk een rel veroorzaakte, waarom grepen ze hem toen niet? Het was Paastijd, de stad was bomvol; de tempel werd zwaar bewaakt.

Goed, stel dat hij wist te ontkomen, waarom vluchtte hij dan niet verder dan de Olijfberg? En tegelijkertijd, als Jezus geen gewelddadige revolutionair was, waarom werd hij dan überhaupt veroordeeld? Het idee dat Jezus om theologische redenen de dood verdiende, dat hij een soort ketter was, is achterhaald. Als iemand zich 'Messias' of 'zoon van God' noemde, was dat geen reden om hem op te pakken.

Nee, zijn dood moet een Romeins besluit zijn geweest. En kruisiging was in die tijd een gebruikelijke straf voor oproerkraaiers. Een eerloze straf - zoiets kunnen zijn volgelingen nooit verzonnen hebben.

Of wel? Kan het verhaal van de kruisiging geïnspireerd zijn op het verhaal van de mysterieuze 'lijdende dienaar' in Jesaja 53: 'Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden werd hij gebroken...' En zo weet het verleden telkens weer te ontkomen.

Aslans De Zeloot wordt in de Verenigde Staten aangeprezen als een nieuwe 'wetenschappelijke' visie op Jezus. Maar hij is zeker niet de eerste die Jezus als een revolutionair afschildert. Die eer valt te beurt aan de Britse priester Samuel Brandon, auteur van The Fall of Jerusalem and the Christian Church (1951). Zijn hypothese werd in kringen van nieuwtestamentici heel koeltjes ontvangen.

Maar Brandon bleef publiceren, en won. In de jaren zestig en zeventig werd Jezus alom beschouwd als een vrijheidsstrijder avant la lettre, een voorloper van Ho Tsji Min, Mao en Che Guevara. Academische onderzoekers deden in die tijd hun uiterste best om Jezus uit de armen van de revolutie te redden. Jezus had alleen maar op een revolutionair geleken, beweerden ze. Sommige apostelen hadden dezelfde fout gemaakt; ook die hadden gedacht dat Jezus de Romeinen zou verjagen. Maar Jezus had hen streng terechtgewezen. Dat is de brave Jezus die we bijvoorbeeld kennen van Jesus Christ Superstar. Of gaat het hier om het latere bagatelliseren van een revolutionair?

Wellicht het sterkste argument tegen d

e hypothese van Brandon is wat er na Jezus' dood gebeurde. Alle bronnen - ook niet-christelijke - zijn het erover eens dat Jezus' volgelingen daarna geleid werden door diens broer Jakobus de Rechtvaardige. Een alom zeer gerespecteerd man, die zich intens bekommerde om de armen en voortdurend in de tempel te vinden was. Azlan lijkt zich niet te realiseren dat als Jezus echt een revolutionair was geweest, een nieuwe koning die een Joodse dynastie wilde stichten, dat de Romeinen dan niet alleen Jezus maar ongetwijfeld zijn hele familie hadden opgepakt. Dan was Jezus niet samen met twee naamloze misdadigers gekruisigd, maar samen met zijn broers. Het bestaan van Jakobus is misschien wel het beste bewijs dat Jezus geen revolutie predikte. Was zijn dood dan een gerechtelijke dwaling geweest? Toeval is geen verklaring.

De historische Jezus zal altijd ongrijpbaar blijven. Wie kritisch op zoek gaat naar wat 'historisch' kan zijn, ziet de verhalen voor zijn ogen verkruimelen. Wie iets wil overhouden, moet geloven. Hij moet persoonlijk kiezen wat niet waar is, een beetje waar, of wellicht echt waar. 'Ieder zijn Jezus,' zoals de vorig jaar overleden nieuwtestamenticus Geza Vermes het formuleerde. 'Hoe meer ik leerde over het leven van de historische Jezus,' schrijft Azlan in de inleiding, 'hoe meer ik me tot hem aangetrokken voelde. Die eenvoudige Joodse man en revolutionair vond ik vele malen werkelijker dan de afstandelijke, onaardse man met wie ik in de kerk had kennisgemaakt.'

Reza Aslan heeft zijn Jezus gevonden.

Vertaald door: Fred Hendriks

Meer over