De zandbak waar Simon en Renate jarenlang afspraken

Zo vaak langs gefietst of gelopen, denkend thuis te zijn in eigen stad. Totdat er een boek verschijnt dat laat zien wat er geweest is; een schaduwstad doemt op, bewoond en beschreven door soms alweer vergeten namen....

Literaire archeologie, die ervoor zorgt dat je ook oog krijgt voor wat er niet meer is. Samensteller Ko van Geemert heeft 82 stukjes laten maken over even zoveel hoofdstedelijke locaties, die Amsterdam & zijn schrijvers (moet dat niet haar schrijvers zijn?; uitgeverij Bas Lubberhuizen; euro 19,90) het karakter geven van een gids op twee niveaus: horizontaal en historisch. In de wijk die De Pijp heet, eindigde eind negentiende eeuw de stad, en begon de landelijkheid en de polder al. Ooit had schilder-schrijver Jacobus van Looy zijn atelierwoning in de Tolstraat, die toen met recht Ververspad heette.

Niets meer van overgebleven. Behalve dat ene polderhuisje uit 1865 in de Rustenburgerstraat, dat zich daar staat af te vragen waar het platteland is gebleven. In 1894 schreef Van Looy de lyrische schets ‘Een hengelaar’, en met zijn proza in gedachten zul je voortaan dat polderhuisje niet meer passeren zonder een reverence te maken.

De kinderspeelplaats met zandbak in het Sarphatipark; zo vaak op de rand zitten kijken naar mijn zoontje, en verder niets gedacht. Blijkt dát de geheime ontmoetingsplek te zijn geweest van Renate Rubinstein en haar verkreukelde maar actieve minnaar Simon Carmiggelt, in diens laatste jaren. Dringt nu pas tot me door! Elke dinsdagmiddag zat oude Simon bij de speelplaats op zijn zieke vriendin te wachten. Ik ga niet beweren dat de locatie met terugwerkende kracht aan onschuld inboet, maar zal er voortaan met een scheve Kronkel-glimlach plaatsnemen.

Carmiggelt was een fan van Mary Dorna, wier proza na een opleving in 1967 opnieuw is verzonken. Ze woonde op de Prins Hendrikkade. Op de dag dat haar Henk werd begraven, ging de IJtunnel met zoveel vlagvertoon open, dat de rouwstoet niet door het feestende publiek kon. Treurig. Prins Hendrikkade 175 wordt daarom ook opgenomen in onze stadswandeling.

En wie kent Jan Mens nog, de meubelmaker die een populair schrijver werd, en aan wiens geboortehuis ik zeker tien keer per week achteloos voorbij ga: Kinkerstraat 73. Er moet toch íemand zijn die deze literaire stadhouder eert?

De Willem de Zwijgerkerk aan de Olympiaweg, waar Heere Heeresma werd gedoopt: ‘Als je een goede organist had, nou, je kop waaide van je romp!’ Terzijde, hersenloze jury’s: kan Een jongen uit plan Zuid (2005) niet alsnog die grote prijs krijgen die het verdient?

Meer over