Aard van het beestje

De wolf als regisseur van de natuur? Dan moet die rol hem wel gegund zijn

Iedere week schrijft Caspar Janssen over een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier en waarom doet het juist nu van zich spreken?

null Beeld Margot Holtman
Beeld Margot Holtman

Een eigenaardige wandeling, in de namiddag, ergens op de Midden-Veluwe. We lopen hier vanwege de wolf, in zijn leefgebied, maar het is uitdrukkelijk de bedoeling het dier niet te zien. Sterker: het zou wat ongemakkelijk zijn als hij opeens zou opduiken, dat zou flink afdoen aan de mythische status van ongrijpbaarheid en onzichtbaarheid van de wolf.

En we willen de wolf ook vooral niet verstoren. Dat gebeurt af en toe wel. Door recreanten die buiten de paden treden, door nachtelijke bezoekers van het bos, jagers bijvoorbeeld, of door mensen die in de afgelopen tijd op eigen houtje en illegaal in de schemering op zoek gingen naar burlende herten. Niet voor niets houden de wolven die hier op de Midden-Veluwe leven – in ieder geval een vrouwtje, vermoedelijk ook een mannetje – zich voornamelijk op op een nabijgelegen militair oefenterrein, waar geen bezoekers komen.

Dierecoloog Hugh Jansman woont zelf midden op de Veluwe. Hij loopt eigenlijk iedere dag wel buiten en is heel tevreden met het feit dat hij nog nooit een levende wolf heeft gezien.

Dode wolven ziet Jansman regelmatig, want hij is, namens Wageningen Environmental Research, een van de verantwoordelijken voor het vaststellen van de doodsoorzaak en de identiteit van de dieren. Zo kon via sectie worden vastgesteld dat de wolf die eerder deze maand in Stroe langs de weg werd gevonden, is doodgeschoten.

We passeren een schaapskooi van Staatsbosbeheer. Er staat een wolfwerende afrastering met stroomdraad naast de stal, even verderop staan de schapen op de heide, ingeschaard met een bescheidener elektrische afrastering. ‘Hier is nog nooit een schaap gegrepen door een wolf’, weet Jansman.

Elders op en buiten de Veluwe ging het wel mis. Jansman: ‘Je moet erkennen: de wolf is terug, hij is beschermd, er komen er meer, dus zijn schapen niet gegarandeerd veilig. We moeten het doen als in andere landen: kudden met een herder en eventueel waakhonden erbij, of veilig achter een degelijke afrastering. En verder hebben eenmaal gevestigde wolven toch echt een voorkeur voor ree en edelhert. Ze kiezen sowieso voor de veiligste optie.’

Wat intussen eigenaardig blijft: de verontwaardiging betreft nooit honden, toch met afstand de belangrijkste schapendoders.

null Beeld Margot Holtman
Beeld Margot Holtman

Een stukje over de heide gaat het. Het heeft net nog flink gerekend, maar nu trekt de rode gloed van de namiddagzon over het licht glooiende landschap, dat nevelig wordt. We horen en zien van alles, van zwarte specht tot raaf en een rotte wilde zwijnen, op zoek naar eikels onder een plukje bomen. En edelherten, die op hun hoede zijn.

Jansman spreekt over de wolf als regisseur, of dirigent. Maar ja, die rol moet hem dan wel gegund zijn. De wolf die zomaar de plaats van de jager op de hoogzit inneemt, dat levert spanningen op. Toch denkt Jansman dat het een onomkeerbare ontwikkeling is. Hij ziet het voor zich: de grote natuurgebieden, van Duitsland, via de Veluwe tot aan de Oostvaardersplassen en ook Drenthe en de Utrechtse Heuvelrug met elkaar verbonden, met daaromheen een buffer van ‘natuurinclusieve landbouw’. ‘Die kant gaat het op, en dat is ook nodig: voor de natuur, vanwege het klimaat, vanwege het stikstofprobleem. De wolf wijst ons de weg.’

Ik zeg dat ik hem een optimist vind. ‘Dat moet wel’, zegt hij.

Intussen is onze missie geslaagd: we hebben geen wolf gezien. In het besef dat hij er wel is. Dat maakt zo’n wandeling onmiskenbaar een stuk spannender.

Meer over