De week in boekenWilma de Rek

De werkelijkheid kan heftig zijn, de verbeelding is altijd beter

Wilma de Rek artikel Beeld de Volkskrant
Wilma de Rek artikelBeeld de Volkskrant

De rellen die deze week losbarstten lieten zich volgens de politie alleen maar vergelijken met de krakersrellen van veertig jaar terug. Tijd om De slag om de Blauwbrug van A.F.Th. van der Heijden te herlezen.

Zou er tussen al die reltypes iemand hebben rondgelopen die het alfabet dusdanig beheerst dat hij de gebeurtenissen van afgelopen week over een tijdje weet te vangen in een mooi boek? Die vraag schoot door mijn hoofd toen ik Koen Simmers van de Nederlandse Politiebond in Nieuwsuur hoorde zeggen dat we geweld zoals deze week losbarstte, in veertig jaar niet hadden gezien. ‘Dan moet je echt denken aan de krakersrellen’.

30 april 1980: een kraker staat met een vlag te midden van een enorme ravage op straat tijdens de rellen bij de inhuldiging van koningin Beatrix. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
30 april 1980: een kraker staat met een vlag te midden van een enorme ravage op straat tijdens de rellen bij de inhuldiging van koningin Beatrix.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

De krakersrellen! Ze bereikten een hoogtepunt tijdens de kroningsplechtigheid van koningin Beatrix, in Amsterdam. Een hele toestand was het, met barricades en politie te paard en de ME natuurlijk, die de ‘autonomen’ (zoals de relschoppers toen heetten) met grote waterkanonnen pardoes de stad uit spoot; als ik eraan terugdenk krijg ik wéér kippenvel. Weliswaar zat ik die dag zoet bij mijn ouders op de bank maar toch voelt het alsof ik erbij was. Met dank aan A.F.Th. van der Heijden, die de dag minutieus beschrijft in De slag om de Blauwbrug (1983), de proloog van De tandeloze tijd.

Hij vertelt hoe Albert Egberts op 30 april 1980 wordt meegezogen richting Dam, te midden van een stoet demonstranten die kwaaiig oproepen tot zelfbestuur, tot dienstweigering en tot steun voor de PSP - ook toen bleven de boodschappen vaag, op ‘geen woning, geen kroning’ na. Ter hoogte van de Amstelstraat stuiten ze op de mannen van de ME. ‘Rechts de wapenstok’, noteert Van der Heijden, ‘links het schild, waarboven de witte helm met neergelaten vizier. Benen uitdagend in spreidstand’. Jongens met koevoeten lichten tegels uit de trottoirs, die anderen op het asfalt kapot laten vallen: de brokstukken worden naar de Mobiele Eenheid gegooid. ‘Af en toe zeilde ook een verkeersbord door de lucht, paal er nog aan vast.’ Toen ik het boek in 1983 las, zag ik de jonge schrijver voor me, onverschrokken aantekeningen makend te midden van het gepeupel. Leve de literatuur!

Twintig jaar later verscheen Engelenplaque, Van der Heijdens dagboekselectie in de serie Privédomein. Op pagina 100 beschrijft hij zijn 30e april 1980. Positano, staat boven het fragment. Van der Heijden zat tijdens de kroningsrellen lekker in Italië. De enige wandeling die hij die dag maakte, was naar de drogist, voor ‘een middeltje tegen mijn zwerende mondhoek.’ Later op de dag ziet hij op tv beelden van Beatrix die de eed aflegt, afgewisseld door stenengooiende jongeren. ‘Ik weet genoeg: ik kan de proloog gaan uitwerken.’ Ik wist ook genoeg. De werkelijkheid kan soms heftig zijn, maar de verbeelding is altijd beter.

Meer over