reportage

De wereld van de Azteken is dichterbij dan we denken

De rijke cultuur van het historische, Zuid-Amerikaanse volk is geen ver-van-mijn-bedshow, laat een schitterende, meer etnografische dan kunsthistorische expositie in het Leidse Museum Volkenkunde zien.

Wierookbrander, voorstellende de god Mictlantecuhtli, god van het koninkrijk der doden; keramiek, Museo Templo Mayor, Mexico stad, 176 x 80 x 50 cm.  Beeld Michel Zabé
Wierookbrander, voorstellende de god Mictlantecuhtli, god van het koninkrijk der doden; keramiek, Museo Templo Mayor, Mexico stad, 176 x 80 x 50 cm.Beeld Michel Zabé

Angstaanjagend oogt het zeker. Met zijn hysterische grijns en openliggende romp lijkt het Mictlantecuhtli-beeld gemaakt om schrik aan te jagen, zoals die bewegende figuren op het dak van het spookhuis op de kermis.

En toch, vertelt conservator Martin Berger, waren de Azteken destijds niet bang van deze 128 kilo zware sculptuur. Een beetje nerveus dan? Ook niet. Mictlantecuhtli, moet u weten, was een beschermer. Het was de god die over de Azteekse voorvaderen waakte.

Indruk en intenties botsen wel vaker, in de slotzaal van de schitterende Aztekententoonstelling in het Museum Volkenkunde in Leiden. Bij de versierde schedels naast het Mictlantecuhtli-beeld, bijvoorbeeld. De Azteken (die de dood niet als een eind- maar als een tussenstation beschouwden) hadden er geen negatieve associaties bij. Integendeel. Schedels waren de tastbaarste herinneringen aan hun (dierbare) voorouders. Het zou ze vreemd zijn voorgekomen om ze enkel als eng of luguber te beschouwen. Op die manier is de expositie ook een confrontatie met ónze geconditioneerde manier van kijken.

Vogelkopmasker versierd met turquoise steentjes; hout, turquoise, parelmoer, schelp en hars, Schloss Friedenstein Gotha, ca. 1500, 13,5 x 29 x 15,5 cm. Beeld
Vogelkopmasker versierd met turquoise steentjes; hout, turquoise, parelmoer, schelp en hars, Schloss Friedenstein Gotha, ca. 1500, 13,5 x 29 x 15,5 cm.

De opening van de tentoonstelling memoreert een berucht moment in de Midden-Amerikaanse geschiedenis: vorige week was het precies vijfhonderd jaar geleden dat Tenochtitlan, de veel bezongen hoofdstad van het Azteekse rijk (thans Mexico-stad), werd ingenomen door een Spaanse delegatie onder leiding van Hernán Cortés. Berucht, want wat er op die inname door de conquistadores volgde, was niet mals: een culturele genocide, die het verleden compleet wegvaagde, en een decimering van de lokale bevolking, mede veroorzaakt door de op Europese schepen meegereisde ziekten, die zijn weerga niet kende.

De val van Tenochtitlan was het begin van het einde van een honderden jaren oud imperium. Het was ook de start van de kolonisatie van de Amerika’s.

De opzet van de tentoonstelling, die tot stand kwam in samenwerking met het Linden Museum in Stuttgart, en die bruiklenen bevat van het Museo Templo Mayor en het Museo Nacional de Antropología in Mexico-stad, is meer etnografisch dan kunsthistorisch. Het ontbreekt niet aan mooie en soms zelfs spectaculaire objecten (zoals het met turkoois mozaïek belegde vogelkopmasker), en het staat eenieder vrij om daarvan te genieten omwille van de schoonheid en de schoonheid alleen, maar het is hun gebruiksfunctie waarom het hier primair draait. De tentoonstelling wil een deur openen: met kalenderstenen, godenbeelden, sieraden, muziekinstrumenten en wapens de belevingswereld van de Azteken inzichtelijk maken.

Wierookbrander van de godin van het zoete water; aardewerk en pigment, Museo de Antropología, 1450-1520, 55 x 64 x 49 cm. Beeld
Wierookbrander van de godin van het zoete water; aardewerk en pigment, Museo de Antropología, 1450-1520, 55 x 64 x 49 cm.

Die wereld is minder een ver-van-mijn-bedshow dan we zouden denken, weten de medewerkers die vanmiddag rondleiden, coconservator Martin Berger en tentoonstellingsmaker Rik Herder. In de 17de eeuw waren Nederlanders en de Azteken zelfs landgenoten. Berger: ‘We dienden dezelfde koning: die van Spanje. We maakten deel uit van hetzelfde Habsburgse rijk.’ Op culinair vlak verrijkte de Azteekse eetcultuur de Europese ontegenzeggelijk, weet Berger. ‘Door de Azteken ontdekten Europeanen tomaten, chilipepers, avocado’s, mais en cacao – ‘chili’ en ‘tomaat’ zijn zelfs Azteekse woorden.’ De Azteken produceerden zulke producten al voor eigen gebruik. In de tentoonstelling wordt dat geïllustreerd met een wandvullende 3-D infographic gevuld met (nep)groenten.

De expositie is grofweg opgezet als een reis. Deze voert van de periferie van het Azteekse rijk, de buitengrens in het Oosten, naar het centrum, de hoofdstad Tenochtitlan, en vandaar naar het hart met zijn diverse kamers, de Templo Mayor. Individuele zalen zijn gewijd aan onder meer de natuurbeleving, het krijgsbedrijf en de heerserscultus. Om te tonen dat de Azteekse cultuur geen strikt historisch fenomeen is, maar doorwerkt in hedendaags Mexico (er bestaan talrijke bevolkingsgroepen van wie de bloedlijn teruggaat op de Azteken; de adelaar met de slang in z’n bek op de Mexicaanse vlag is een verwijzing naar een bekende Azteekse legende), toont men ook veel film en fotografie.

Model van de Templo Mayor, het heilige hart van het Azteekse rijk. Beeld
Model van de Templo Mayor, het heilige hart van het Azteekse rijk.

Het beeld dat na een rondje beklijft, is dat van een cultuur met twee gezichten. Enerzijds was het Azteekse rijk een bureaucratische, expansieve krijgsmachine die andere volken onderwierp om ze vervolgens hoge productiequota op te leggen. Een harde, hiërarchische wereld, waarin de enige kans op sociale mobiliteit werd bepaald door je kwaliteiten als soldaat. Anderzijds was het extreem vergeestelijkt. De talrijke goden die werden geëerd, huisden in alles: de dieren, de planten, de stenen, de zon. Wederkerigheid speelde in de manier waarop mensen zich tot de kosmos verhielden een grote rol. Je nam van de natuur, maar je gaf ook terug. Om je ervan te verzekeren dat de zon bleef opkomen en de wind bleef waaien, gaf je geschenken aan de goden. Kunstobjecten bijvoorbeeld.

De stenen watervlo op de tentoonstelling, uit de 15de eeuw, was zo’n geschenk. Hij sierde de tempel van de regengod Tlaloc, waar beelden van waterdieren bijdroegen aan een passend geachte, vochtige ambiance. Het vlo-beeld getuigt van grote ambachtelijke en materiaal-technische verfijning. Het wijst ook op een niveau van anatomische kennis dat niet alleen met het blote oog kan zijn ontstaan. Conclusie: men beschikte over microscopen of lenzen. Tweede conclusie: kosten noch moeite werden gespaard om de goden te behagen. Mensen ook niet trouwens.

Mensenoffers, weet Rik Herder, hebben lang het beeld van de Azteken bepaald. In de tentoonstelling zie je dat bevestigd op de pagina’s van ouderwetse wereldatlassen: een festijn van uitgerukte harten en sinistere demonen. Dat was Spaanse propaganda, zegt Herder. Om hun, ook volgens het heersende krijgsrecht ongeoorloofde, invasie te legitimeren deden de Spanjaarden er alles aan om de Azteken zo beestachtig mogelijk af te schilderen. Ze overdreven de schaal waarop mensen werden geofferd, wat niet betekent dat zulke offers helemaal nooit plaatshadden. Mensenlevens fungeerden wel degelijk als geschenk. In veel gevallen ging het om krijgsgevangenen. Deze werden vetgemest, dronken gevoerd, versierd en in een soort re-enactments gedood.

Het offeren van mensen was ingebed in een bredere offercultuur, legt Herder uit. Montezuma, de zittende keizer ten tijde van de Spanjaarden offerde regelmatig zijn eigen bloed. En in en nabij de piramide zijn talloze offeranden gevonden die qua rijkdom enigszins doen denken aan de graven van de farao’s in Egypte. De inhoud van zo’n offerande, bewijst de dertienduizend objecten tellende reconstructie die voor de tentoonstelling is gemaakt, besloeg het hele land. Erin treffen we bijvoorbeeld de schouderbladen van een lynx, het zwaard van een zwaardvis, de beenderen van een adelaar, sieraden van goud, dozen met kleine figuurtjes, een stuk koraal uit de golf van Mexico, en veel, veel meer.

Azteken, Museum Volkenkunde, Leiden, t/m 20/2.

Gouden zonnesteen. Beeld
Gouden zonnesteen.

Zonnesteen

Pièce de résistance van de tentoonstelling is de zonnesteen, waarvan de tentoonstelling een 3D-print op schaal toont. De originele zonnesteen is een 25 duizend kilo wegende schijf die zich oorspronkelijk in de buurt van de grote tempel bevond. Erop zijn onder meer de zonnegod, de dagen van de week, maar ook de toenmalige keizer Montezuma te zien – het is de relatie tussen zonnegod en keizer waar het hier vooral om gaat: Montezuma kroonde zich tot heerser van de wereldse en geestelijke macht, zoals bijvoorbeeld Napoleon later zou doen op het beroemde schilderij van David. De iconografie van de Azteken, met hier weinig bekende, berucht moeilijk genaamde goden als Quetzalcoatl, kan ondoordringbaar ogen. Daarom is er een perfect passende animatie over de steen geprojecteerd, waarin de figuren en hun gelaagde betekenis worden toegelicht.

Meer over