De vrouwen van Mussolini

Een wip met de laarzen nog aan

In zijn beste jaren verslond Benito Mussolini iedere dag een nieuwe vrouw. Uit de stromen bezoekers en bergen fanmail werden alsmaar nieuwe dames geselecteerd en na zorgvuldige screening ontboden in Mussolini's gigantische werkkamer in het Palazzo Venezia. Na enige poëzie en filosofie, zonodig een deuntje op de viool, nam de Duce hen dan, in de met kussens belegde vensterbank of op het tapijt voor zijn bureau - bij voorkeur zonder zijn laarzen uit te doen. 'Net zoals hij dat met ministeriële dossiers deed', herinnerde zijn kamerheer Quinto Naverre zich naderhand, 'had hij de neiging om ook vrouwen meteen 'af te werken'.'

Leuk om te weten, maar doet het ertoe? Zoals de roemruchte Britse historicus A.J.P Taylor eens opmerkte: Lloyd George had vele minnaressen, Churchill geen - nou en? Is het voor een goed begrip van de Amerikaanse geschiedenis nodig te weten dat John Kennedy iedere vrouw in zijn blikveld besprong terwijl Jimmy Carter zich al schaamde voor een ontuchtige gedachte? Was de Tweede Wereldoorlog anders verlopen als Mussolini even preuts was geweest als zijn wapenbroeder Adolf Hitler?

Frans Denissen, Vlaams schrijver en vertaler, ligt van die vraag niet wakker. In De vrouwen van Mussolini wil hij gewoon een goed verhaal vertellen. En daarin slaagt hij wonderwel. Zijn 'roman zonder fictie', zoals hij het noemt, kan een vergelijking met literaire non-fictie van grootheden als Geert Mak, Frank Westerman of Annejet van der Zijl prima doorstaan. In sommige opzichten is hij zelfs beter: luchtiger en minder moralistisch dan Mak, minder ik-gericht dan Westerman, sceptischer en minder romantisch dan Van der Zijl.

Veel fictie heb je bij een liefdesleven als dat van Mussolini ook niet nodig. Voordat hij trouwde met boerendochter Rachele Guidi, had hij al een kind bij een ander, dat hij nooit zou zien. Kort na zijn huwelijk legde hij het aan met schoonheidsspecialiste Ida Dalser, bij wie hij een zoon verwekte. Hoe hoger haar ontrouwe minnaar steeg, hoe hardnekkiger zij hem bleef lastigvallen, tot hij haar in een inrichting liet opnemen, waar ze zou sterven. Hun zoon Albino Benito, even lastig, werd gek verklaard omdat hij claimde de zoon van het staatshoofd te zijn. Alleen een heel slechte romancier zou zoiets verzinnen.

Maar Mussolini speelde niet alleen met zijn minnaressen, hij leerde ook van hen. Zijn socialistische scholing ontving hij van de joods-Oekraïense communiste Angelica Balabanoff, die zijn bekering tot fascist niet wenste te volgen. Haar opvolgster als eerste minnares was een eveneens joodse grande dame uit de intellectuele elite, Margherita Sarfatti. Hoewel een vrouwelijke minister in Mussolini's macho-regime ondenkbaar was, bestuurde zij in feite de culturele sector, die relatief progressief en tolerant bleef. Tevens schreef zij Mussolini's officiële biografie. Die ging eind jaren dertig samen met de auteur in de ban, toen Mussolini het antisemitisme van de Duitsers ging imiteren.

Sarfatti's plaats aan Mussolini's zijde was toen al ingenomen door de vrouw die beroemd zou worden door met hem te sterven: Claretta Petacci, de eigenlijke hoofdpersoon van Denissens boek. Pe-tacci was veel jonger dan haar Duce, intellectueel zijn mindere, politiek een gansje - heel anders dus dan haar sterke voorgangsters. Ze paste bij de verandering die Mussolini's persoonlijkheid in de tweede helft van de jaren dertig onderging. Zijn manisch-depressieve trekjes werden steeds duidelijker: enerzijds begon hij te geloven in de mythe van zijn eigen onfeilbaarheid, anderzijds werd hij steeds vaker geveld door moedeloosheid en grotendeels ingebeelde ziekten. Hij wilde geen sparring partner meer, maar een bewonderaarster met Bambi-ogen. Hij zocht troost en toewijding.

En dat bood Clara hem. Bijna iedere middag en avond zat ze in haar eigen appartementje in Mussolini's regeerpaleis te wachten tot hij eventjes bij haar langswipte - 'een wereldvreemde, hypochondrische, lichtelijk masochistische jonge vr

ouw die - eerder dan een man van vlees en bloed - de Liefde liefheeft, met een grote L.' Maar trouw was ze wel. Ze weigerde in het vliegtuig te stappen dat haar familie naar Spanje bracht. 'Ik volg mijn lot, dat het zijne is. Ik zal hem nooit in de steek laten, wat er ook gebeurt', schreef ze aan haar zus. Toen Mussolini's besmeurde lijk een week later in Milaan werd opgehangen aan een benzinestation in Milaan, hing zij halfnaakt naast hem.

Of deze hele soap er uiteindelijk iets toe deed, blijft ondertussen duister. Mussolini's strijdmakker Guiseppe Bottai stelde somber vast dat het regime gepompadouriseerd raakte, en inderdaad probeerden allerlei intriganten via Claretta hun zin te krijgen. Aan de andere kant lijkt ze nauwelijks echte invloed te hebben gehad - als Mussolini haar al om advies vroeg, sloeg hij dat vervolgens in de wind. Maar een goed verhaal is het wel, en Denissen vertelt het met aanstekelijk plezier.

Meer over