BOEKRECENSIEDe Vikingen & Het jaar 1000

De Vikingen waren van alles, maar toch echt geen lieverdjes ★★★☆☆

Archeoloog Neil Price en historicus Valerie Hansen proberen in hun boeken het beeld van de bloeddorstige Vikingen en de ‘duistere’ periode rond het jaar 1000 bij te stellen. Met beperkt succes.

De belegering van Parijs door de Vikingen in 885.Beeld Getty

De hele Seine lag vol met schepen, zo ver je maar kon kijken. Parijs, toen alleen nog het Île de la Cité, werd er volledig door omringd. De aanvallers konden letterlijk over de scheepsdekken naar de stadsmuren lopen. Ze hakten erop los, slingerden stenen en rottende lijken de stad in en stookten grote vuren bij de stadspoorten in de hoop dat die zouden instorten. De monnik Abbo Cernuus, die zat ondergedoken in het klooster van Saint-Germain-des-Prés, heeft ons een verslag nagelaten van de plunderingen en de wreedheden, en van de bloedrode gloed die weken boven de stad hing. 

Maar de stad viel niet. Een jaar lang, van 885 tot 886, belegerden de Vikingen Parijs. Uiteindelijk werd de stad ontzet door koning Karel de Kale. Hij verscheen met een groot leger, maar durfde de strijd niet aan. De aanvallers vertrokken in ruil voor een berg zilvergeld. De uitgehongerde Parijzenaren waren woedend.

Slechte reputatie

Met zijn boek De Vikingen – Een nieuwe geschiedenis wil de Britse archeoloog Neil Price aantonen dat Vikingen zoveel meer waren dan de plunderaars en moordenaars waarvoor ze traditioneel worden versleten. Maar dat lukt hem niet echt. Price is wel uitstekend op de hoogte van wat er allemaal is opgegraven en geeft in de eerste hoofdstukken uitgebreide beschrijvingen van hoe de Vikingen leefden en wat ze geloofden. Hij vertelt hoe Scandinavische edelen vanaf omstreeks 700 steeds grotere expedities organiseerden naar de oostelijke en zuidelijke kusten van de Oostzee. 

De grens tussen handel drijven en oorlog voeren was daarbij altijd flinterdun. Wanneer een stad of dorp aan de kust gemakkelijk kon worden veroverd, ging de handelswaar benedendeks en haalde men de wapens tevoorschijn. Al spoedig ontdekten de Vikingen dat er langs de kust van de Noordzee veel meer te halen viel. De doorbraak was de plundering van het klooster van Lindisfarne, aan de Engelse oostkust, in 796. De buit was enorm en binnen enkele jaren voeren talloze Vikingschepen west- en zuidwaarts, op zoek naar buit en slaven.

Gedurende twee eeuwen werden honderden kloosters en steden belegerd en grondig geplunderd, vaak meerdere keren (denk aan Dorestad, de grootste handelsstad van Noordwest-Europa, dat op die manier in enkele decennia van de kaart werd geveegd). Ierland, Engeland en het Europese vasteland werden systematisch leeggehaald. Mannen werden verjaagd of vermoord, vrouwen en kinderen werden als slaven weggevoerd. Want wat de archeologie ons óók heeft geleerd, is dat de Vikingsamenleving er enorme aantallen slaven op nahield. 

De Frankische koningen stonden machteloos (tenzij de Vikingen ergens een jaar lang bleven hangen). Lokale edelen konden soms wél iets uitrichten, maar ze konden niet voorkomen dat vooral West-Frankrijk en de Nederlanden twee eeuwen lang oorlogsgebied waren. Er viel weinig te beginnen tegen de vliegensvlugge, angstaanjagende vechtjassen. Het dagelijkse gebed aan het koninklijk hof werd uitgebreid met een oproep aan God om de wereld te verlossen van het gente fera normannica.

Boeg van een Vikingschip. Bygdøy Museum, Oslo.Beeld Getty

Price geeft toe dat de Vikingen geen lieverdjes waren. En de verliezen aan mensenlevens ‘waren vanzelfsprekend onschatbaar’. Maar een helder overzicht van twee eeuwen terreur ontbreekt. Price heeft het liever over hoe de Vikingen zich kleedden, hoe hun huizen eruitzagen, hoe ze de Russische rivieren afzakten en contact legden met de Arabieren om handel te drijven in bont en slaven. Vikingbenden stroopten de wijde omgeving af (het van oorsprong Griekse woord ‘slaven’ werd in deze tijd de verzamelnaam voor alle Oost-Europese volken), maar Price spreekt liever over de ‘avonturen’ van de Vikingen. 

Een hoofdstuk heeft de titel ‘De gouden eeuw van de schapenboer’, want rond het jaar 1000 was Scandinavië één grote schapenweide. Maar wie verwerkten die wol tot warme kleding en zeilen voor de Vikingschepen? Dat was het werk van tienduizenden slaven, vrouwen en kinderen uit heel Europa. Mishandeld, regelmatig verkracht (de beschrijvingen zijn niet mals) en daarna levenslang opgesloten in ‘wevershutten’, zoals Price ze noemt. Het is alsof je de zuidelijke Verenigde Staten van vóór de afschaffing van de slavernij omschrijft als ‘De gouden eeuw van de katoenplanters’.

Kantelpunt

Price besluit zijn boek met de ‘ontdekking’ van Groenland en Noord-Amerika door de Vikingen. De gebeurtenis vormt het startpunt voor Het jaar 1000 van de Amerikaanse historicus Valerie HansenVolgens haar was het een kantelpunt in de geschiedenis, het begin van (jaja!) de globalisering. Na een hoofdstuk over ‘dappere Vikingen’ neemt ze ons mee naar de Maya’s en daarna gaat het via Noord-Afrika naar Centraal-Azië en China. 

Helaas is Hansens keuze aan onderwerpen nogal arbitrair. We blijven te lang in Centraal-Azië hangen en grote, zeker interessante delen van de wereld komen er bekaaid af. Geregeld spoelt Hansen vier, vijf eeuwen vooruit omdat daar nu eenmaal meer over te vertellen valt. Daarbij ritselt het boek van de foutjes. 

Het idee is origineel. De geschiedenis van rond het jaar 1000 is een verwaarloosd onderwerp. In Europa hebben we daarvoor de term ‘duistere Middeleeuwen’ bedacht. Maar juist voor Europa vormde het jaar 1000 inderdaad een kantelpunt. Twee eeuwen lang deden de Duitse keizers en de christelijke kerk hun best om de Scandinavische heersers tot het christendom te bekeren, om greep te krijgen op de terreur van de Vikingen. Dat verliep moeizaam, maar tegen het jaar 1000 ging het ineens snel en liet de ene koning na de andere zich dopen. Afgezien van een laatste aanvalsgolf in Engeland, begin 11de eeuw, bleven de Vikingen daarna eindelijk weg. De Europese economie herstelde zich; de bevolking groeide weer. Er was weer hoop. Het jaar 1000 is het geboortejaar van Europa.

Beeld Nieuw Amsterdam

Neil Price: De Vikingen – Een nieuwe geschiedenis. Uit het Engels vertaald door Roelof Posthuma. Nieuw Amsterdam; 588 pagina’s; € 39,99. ★★★☆☆

Beeld Thomas Rap

Valerie Hansen: Het jaar 1000. Uit het Engels vertaald door Inge Pieters. Thomas Rap; 364 pagina’s; € 24,99.  ★★★☆☆

Meer over