Boeken

De vertaling van deze fascinerende Chinese klassieker exploreert het Nederlands tot in de diepste dimensies

Twaalf jaar werkten de vertalers aan De droom van de rode kamer, een 18de-eeuwse, opvallend toegankelijke roman. Het Chinees van Cao Xueqin is heerlijk, fonkelend Nederlands geworden.

Henk Pröpper
null Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

Een jaar of vijftien geleden hoorde ik in China voor het eerst spreken over De droom van de rode kamer van Cao Xueqin. De roman dateert uit de 18de eeuw, maar hij leek een bijzondere begeestering teweeg te brengen. Chinese uitgevers vertelden mij even bedremmeld als trots dat dít het boek is dat de essentie van het Chinese denken bevat. Met brede gebaren duidden ze me aan hoe dik de roman was. Ze kwamen woorden tekort om me te vertellen dat eigenlijk alles erin staat, alles wat wij moeten weten om goed te leven, om de wereld te leren lezen en schijn en wezen te ontwarren.

Het was in Nanjing dat uitgevers eens een boottocht voor mij organiseerden door de oude stad. In de schemering deden wij een wijk aan met bruggetjes, traditionele paviljoenen, uitgestrekte, sierlijke tuinen, alles uitgelicht door lampionnen en lichtjes. De lucht was vol damp die alles onwerkelijk maakte. Ik zag de huizen en tuinen die de schrijver Cao Xueqin als voorbeeld zou hebben gebruikt voor zijn roman, die eigenlijk in Beijing speelt. Zijn familie was echter uit Nanjing afkomstig. Ik voer letterlijk de roman binnen, de tekening van een tijdperk, van een manier van leven en denken. Zo vertelde men mij, maar omdat ik de roman nog niet had gelezen, was de plek voor mij, hoe magisch misschien ook, een decor, artificieel leek het. De plek moest nog worden ingevuld door de verhalen en de mensen.

Twaalf jaar vertalen

Elke keer dat ik naar China reisde (wat ik een keer of twintig deed, voor het Nederlands Letterenfonds en voor De Bezige Bij, toen ik daar uitgever was), kwam het boek ter sprake, ook omdat mijn tolk Mark Leenhouts zich ontpopte als aspirant-vertaler van de roman, een werk dat hij en zijn beide collega’s nu, na meer dan twaalf jaar arbeid, hebben voltooid. Het feit dat hij een groot deel van zijn leven wenste te wijden aan de vertaling van dit boek stemde Chinezen gunstig en ook wat eerbiedig. Een stemming die ik slechts kon onderbreken, zo leerde de ervaring, door een flauwe grap te maken, waarna er bevrijdend kon worden gelachen: we waren vanuit hogere sferen opnieuw op aarde gekomen.

Leenhouts’ beheersing van het Chinees bleek intussen zo formidabel dat ik mensen heb zien terugdeinzen als de klanken, perfect getoonzet, uit zijn westerse gezicht kwamen. Zijn taalbeheersing schiep een vanzelfsprekende verbinding en heeft belangrijk bijgedragen aan de verspreiding en vertaling van de Nederlandse literatuur in China, zoals het altijd helpt als men zich wezenlijk probeert te verdiepen in de taal, de cultuur en de geschiedenis van de ander.

Ik begon dan ook met de grootste verwachting aan het lezen van De droom van de rode kamer, dat mysterieuze meesterwerk waarover ik meer dan vijftien jaar had horen spreken, zonder dat ik het kon lezen in de eigen taal. Liever dan mijn toevlucht te nemen tot de Engelse, Franse of Duitse vertaling, had ik gewacht op de Nederlandse. Nu kon ik eindelijk opnieuw het decor binnenvaren dat ik, er eenmaal in doorgedrongen, onmiddellijk herkende, ditmaal gevuld door mensen met hun dromen en hersenschimmen, hun leven en lot.

Twee weken lang heb ik mij ondergedompeld in een roman van ruim 2.000 pagina’s die speelt in de 18de eeuw tijdens de Qing-dynastie, een verre, vreemde wereld die mij toch nabij kwam. Twee weken ook laafde ik mij aan de rijkdom van het Nederlands, dat door de vertalers wordt verdiept en verlevendigd. Deze vertaling is een taalmonster dat onze taal binnenmarcheert en tot in de verste en diepste dimensies exploreert. Zoals ook hun nawoord in kort bestek de wereld van de roman openlegt.

Een onzeker bestaan

Over Cao Xueqin is niet veel bekend, behalve dat de schrijver van dit ene boek niet gevierd was, en arm stierf (in 1763). Zeer waarschijnlijk was hij een dronkelap met een scherpe tong die het succes van zijn roman nooit heeft meegemaakt. Bij zijn leven bleef die onvoltooid, De droom van de rode kamer is na zijn dood uit verschillende manuscriptversies en -varianten samengesteld en in 1791 gepubliceerd.

Zijn familie was generaties lang uitzonderlijk vermogend en stond in de gunst van de keizer. Zijn overgrootvader en grootvader leidden de keizerlijke weverijen in Nanjing en werden ‘de oren en ogen’ van de keizer genoemd, waarmee deze het bestuurlijk apparaat waar nodig kon omzeilen en controleren. Ongelukkige ontwikkelingen in de familie en de komst van de nieuwe keizer, die zijn eigen vertrouwelingen wilde kiezen, leidden ertoe dat de familie in de jaren twintig van de 18de eeuw in ongenade viel en vanaf dat moment een onzeker bestaan leidde.

Over Xueqins jeugd staat weinig vast, behalve dat hij 13 was toen de eertijds machtige familie zich terugvond in een klein huis nabij Bejing. Maar deze ontwikkelingen moeten voor de schrijver de aanleiding zijn geweest om een roman te schrijven uitgaande ‘van de gebeurtenissen zoals ik ze zelf heb meegemaakt’. Het belangrijkste personage Baoyu, aanvankelijk een kleine prins, uiteindelijk een bedelmonnik, moet ook naar zijn eigen leven zijn getekend. Met het verschil dat Baoyu een loutering doormaakt die hij mogelijk zelf nooit heeft gekend.

null Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

Een wereld ontvouwt zich

In de eerste hoofdstukken lezen we hoe de roman als het ware – allegorisch – uit de hemel neerdaalt en op een steen gegrift wordt gevonden, dezelfde steen van jade die later, bij de geboorte van Baoyu, in zijn mond wordt aangetroffen. Het boek is opgezet als een klassieke Chinese roman, een genre van weids opgezette vertellingen, bestaand uit talrijke hoofdstukken, in dit geval 120. In elk hoofdstuk zien we telkens twee lijnen, spannende en bespiegelende momenten, elkaar afwisselen. De roman bevat traditioneel veel poëzie, die als een aanzienlijk hoger genre werd beschouwd. Die poëzie is hermetisch en toegankelijk tegelijk, bijzonder fraai, ook in vertaling, en richtinggevend voor het begrip van het boek. Verder zit het vol raadsels, spelletjes en grappen en puilt het uit van andere kunsten: schilderkunst, papierkunst, kalligrafie, opera.

Het is als een pak van Sjaalman, alles staat erin, alles wordt beschreven en aangeraakt, het is alsof je naar een aan alle kanten uitdijende en toch samenhangende vertelling zit te luisteren, of dat je het feuilleton van een grootmeester in de krant leest, waarnaar je dagelijks uitziet, en dat gaandeweg een wereld omvat. We leren ruim driehonderd personages kennen en leven jaren met hen mee. Langzaam zien we de rooskleurige wereld van de aristocratische familie Jia in de rode kamers (hun rijke huizen) onttakeld geraken.

Sappig, kleurrijk en levensecht

Dat alles wordt wonderlijk sappig, kleurrijk en levensecht geschilderd. Tegelijkertijd is er steeds het vermoeden dat de roman over iets anders gaat en eigenlijk levensbeschouwelijk van aard is. Zijn er dan geen saaie passages? Jazeker wel, zo af en toe, maar nooit saaier dan die in het leven zelf, dat toch vaak juist van onbeduidendheid aan elkaar hangt. Opmerkelijk genoeg zijn de sociologische, psychologische, filosofische uitleggingen sinds de verschijning van het boek in elk tijdperk anders. Dit verklaart waarom de roman ook onder Mao, en ook nu nog altijd wordt gelezen en bewonderd: elke tijd biedt deze roman nieuwe perspectieven en inzichten.

Wat is echt, wat is onecht? Wat is schijn en wat is wezen? Wat is tijdelijk, wat is tijdloos, eeuwig? Baoyu heeft aan het begin van de roman een hevige, voorspellende droom waarin een fee hem inwijdt in de liefde en het leven. Die droom is onverbloemd seksueel, maar heeft tegelijk diepgaande filosofische aspecten, is op een bijzondere wijze bevredigend en ontluisterend, en daarmee inzicht biedend. Waartoe leidt begeerte – de maatschappelijke begeerte, de seksuele? Dan al weet de lezer dat hij een uitzonderlijke jongen is, door zijn voorkomen en eigenschappen.

En ook door zijn keuzes: we zien hem alle dagen rondstruinen in de vrouwenvertrekken, als jongen, als puber en adolescent. Vanaf zijn vroegste jeugd onttrekt hij zich aan de leiding van zijn vader, en daarmee ook aan de wereld van macht, invloed, baantjesjagerij en corruptie. Liever verkeert hij in het gezelschap van de talrijke nichtjes, tantes, minnen, dienstmeisjes. En liever dan te studeren voor de keizerlijke examens die hem aan een mooie post kunnen helpen, wijdt hij zich met de meisjes aan poëzie, lekker eten, de aanleg van een klassieke tuin, de liefde. Misschien is hij al mislukt vanaf het begin en toch wijst hij de weg naar een beter leven. Dat zit hem in talrijke kleine gebaren, talrijke momenten van generositeit en aandacht. En uiteindelijk in de keuze zich terug te trekken.

Cao Xueqin op een schilderij van een anonieme kunstenaar uit de late jaren vijftig.  Beeld Getty
Cao Xueqin op een schilderij van een anonieme kunstenaar uit de late jaren vijftig.Beeld Getty

Intussen biedt De droom van de rode kamer een schat aan kennis: op één pagina vond ik honderd boeken over management effectief samengevat. Wil je vooruitkomen in het leven door handig en gedoseerd te roddelen: lees dit boek. Wil je weten hoe je een vlieger bouwt of leren van de Chinese geneeskunst: de werkwijzen en recepturen staan hier uiteengezet.

Maar het interessantste is het inzicht in het drama van onze vergankelijkheid en in wat wij niettemin kunnen betekenen. Voorbij de schijn, voorbij de begeerte, het aardse en bevlogene verbindend. Die zoektocht naar wat de Chinezen in de confucianistische traditie ‘het juiste midden’ noemen klinkt hoog en groots, maar het bijzondere aan deze fascinerende roman is dat hij juist toegankelijk is, leesbaar voor iedereen. Niet in de laatste plaats dankzij het welluidende, heerlijke, fonkelende Nederlands, waarvoor we de vertalers dankbaar mogen zijn.

null Beeld Athenaeum
Beeld Athenaeum

Cao Xueqin: De droom van de rode kamer of: Het verhaal van de steen. Uit het Chinees vertaald door Mark Leenhouts, Anne Sytske Keijser en Sylvia Marijnissen. Athenaeum; 2.160 pagina’s; € 99.

Verkrijgbaar vanaf 16 november.

Meer over