Beschouwing

De vertaler staat in dienst van de auteur, niet van politiek correcte moraalridders

null Beeld Deborah van der Schaaf
Beeld Deborah van der Schaaf

Literair vertaler Harm Damsma ziet weinig in de sensitivityreader als morele waakhond. Vertalers moeten recht doen aan de keuzes en intenties van de auteur, niet aan wat bepaalde lezers welgevallig is.

In mijn optiek is een literair vertaler als het gaat om zijn werk maar aan één persoon verantwoording schuldig: de auteur van de roman die hij moet vertalen. Diens verhaal, diens thematiek, diens ‘boodschap’ moet hij met alle kennis, vakmanschap en creativiteit waarover hij beschikt zo getrouw mogelijk zien weer te geven, en aan diens vertelstem, aan diens stijl moet hij naar beste vermogen recht doen. Onverschillig of die schrijver nu een man is of een vrouw, oud is of jong, zwart is of wit, nog leeft of al meer dan twee eeuwen dood is. En ongeacht waar die auteur over schrijft; met alle mooie en inspirerende, maar soms ook lelijke of verwerpelijke kanten die er aan zijn werk zitten.

Dat betekent om te beginnen dat een vertaler over een reusachtige woordenschat moet beschikken, en over een oneindig arsenaal aan stilistische registers, waar hij flexibel mee moet kunnen omgaan. Hij moet een mavoscholiere van 15 die met haar seksuele identiteit worstelt net zo overtuigend kunnen laten denken en praten als een gepensioneerde wiskundeleraar die postduiven houdt of een psychopathische yup die in zijn vrije tijd prostituees martelt en vermoordt. (Ja, ik denk hierbij inderdaad aan Patrick Bateman, de hoofdpersoon van de roman American Psycho van Bret Easton Ellis, naar aanleiding waarvan studenten mij ooit vroegen of ikzelf een dergelijk gruwelijk – zij zeiden ‘weerzinwekkend’ – boek zou willen vertalen.) En hij moet kennis hebben van alles wat er in de wereld te kennen en te weten valt. Een schrijver kan immers, als hem dat zo uitkomt, alles in zijn boek verwerken waar hij toevallig iets vanaf weet: of het nu gaat om het stratenplan van Cincinnati of de vierde hoofdwet van de thermodynamica, om de spelregels van Gaelic football of het voortplantingsgedrag van bedwantsen.

Een godsonmogelijkheid, uiteraard, maar een consciëntieuze vertaler zal zijn uiterste best doen om de leemtes in zijn kennis en kunde zo veel mogelijk op te vullen, en dus googlet hij dagelijks heel wat af. En soms, als bepaalde zaken niet eenduidig op het internet te vinden zijn, moet hij een beroep doen op de kennis en expertise van een concreet persoon. Op die van een wapenhandelaar bijvoorbeeld, om de precieze naam van een bepaald type musket uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog aan de weet te komen, of op die van een bevriende Vlaamse schrijver, om een uit Antwerpen afkomstige Belg geloofwaardig Vlaams te laten ‘klappen’.

‘De’ lezer bestaat niet

Natuurlijk is een vertaler zich (net als de schrijver) ten volle bewust van het feit dat zijn werk gelezen gaat worden. Maar dat gegeven heeft als het goed is geen enkele invloed op zijn werk. Zijn taak is immers niet om die toekomstige lezers te pleasen of naar de mond te praten, maar om de schrijver in al zijn hoedanigheden zo goed mogelijk over het voetlicht te brengen. Trouwens, zelfs als hij het de lezer naar de zin zou wíllen maken, zou hij dat niet kunnen, want ‘de’ lezer bestaat niet, de lezer is een abstractie, een grootste gemene deler, opgebouwd uit de meest uiteenlopende individuen met de meest uiteenlopende ideeën, opvattingen en verwachtingen. En die kun je onmogelijk allemaal te vriend houden.

Meer lezen?

Op deze pagina vindt u meer mooie (non-)fictie, achtergrondverhalen, interviews en pittige recensies.

Er is maar één lezer voor wie een vertaler werkt: de welwillende lezer (van welke signatuur ook) die zich onbevooroordeeld wil openstellen voor wat de schrijver hem vertelt en voor de wijze waarop die dat doet. In tegenstelling tot de lezer die zich vastbijt in zijn eigen kortzichtige opvattingen of die een toelichting of uitleg weigert in overweging te nemen. Die de verteller of de personages woorden in de mond wil leggen die hém welgevallig zijn, maar die die personages om allerlei redenen nooit zouden kunnen zeggen.

Namens de uitgever is de redacteur degene die met de belangen van de schrijver voor ogen de vertaling kritisch doorleest, van commentaar voorziet en correcties aanbrengt. Wederom, als het goed is. Ook de redacteur moet dus in principe, net als de vertaler, van alle talige en materiële markten thuis zijn. En net als de vertaler zal ook hij zo nu en dan een beroep moeten doen op hulp van buitenaf. Niet voor het corrigeren van de interpunctie of het verbeteren van slips of the keyboard, maar bijvoorbeeld voor het wegen van het taalgebruik van een Friese vrijwilliger in een Israëlische kibboets of van zwarte hangjongeren uit de Bronx.

null Beeld Deborah van der Schaaf
Beeld Deborah van der Schaaf

Morele waakhond

En die zogeheten sensitivityreader? Wel, ik heb weinig met hem op als hij wordt ingezet als een soort morele waakhond die ervoor moet zorgen dat bepaalde ‘gevoeligheden’ van een lezersgroep die hij geacht wordt te vertegenwoordigen worden ontzien; ongeacht de intenties of keuzes van de schrijver. Die moet maken dat ‘zijn’ lezers het boek krijgen dat zíj willen lezen, ook al is dat niet het boek dat de schrijver geschreven heeft. Die moet voorkomen dat zijn achterban gekwetst raakt of ergens aanstoot aan neemt. Een sensitivityreader zou voor mij alleen acceptabel zijn als hij in alle opzichten literair is onderlegd en zijn deskundigheid ook louter ten dienste stelt van de auteur en diens verhaal, en niet van de lange tenen van een stel politiek correcte moraalridders. Als hij zich opstelt als vraagbaak voor vertaler en/of redacteur inzake een terrein waarop die minder goed thuis zijn.

Maar het inroepen van dergelijke incidentele hulp gebeurt zoals gezegd al volop. Dus laten we het maar gewoon houden bij een vertaler en een redacteur (met alle hulpbronnen die hun ten dienste staan bij hun werk in het belang van de auteur). Den lezer heil.

null Beeld Deborah van der Schaaf
Beeld Deborah van der Schaaf

Wie is Harm Damsma?

Harm Damsma (1946) is literair vertaler en vormt een vast koppel met Niek Miedema, met wie hij hedendaagse auteurs vertaalt als David Mitchell, Michel Faber, Nadeem Aslam en Colson Whitehead. In 2018 kwam hij in conflict met uitgeverij De Geus over de vertaling van woorden als ‘white’ en ‘negro’ in The Fire Next Time van James Baldwin, uit 1963. De Geus meldde uiteindelijk op de titelpagina dat het boek was vertaald met inclusiviteit als uitgangspunt, en dat vertaler en uitgever over bepaalde keuzes van mening verschilden; Damsma zette zíjn visie op de vertaling uiteen in een nawoord.

Meer over